Interview: Wilbert Baan
Wilbert is een van de meest online actieve mensen die ik ken. Hij werkt mee aan VK.nl, EN.nl, Eclectro, Medialandschap en online journalism. Wilbert is een interactie ontwerper in de breedste zin van het woord. Onlangs verzorgde hij nog voor Eclectro tijdens de eerste Eclectro-avond in de Unie nog een interactieve installatie die bezoekers koppelde op basis van hun Last.fm-smaak. Reden te meer dus om Wilbert alles te vragen over zijn werk, het internet en de toekomst.
Hi Wilbert! Wie ben je en wat doe je?
Ik ben Wilbert Baan (28) en werk als Interaction Designer bij de Volkskrant. Hier ben ik tijdens mijn afstuderen aan de HKU (MA Digital Media Design) gaan werken. Naast mijn werk bij de Volkskrant maak ik een weblog, ben ik actief op een paar groepsblogs en doe ik nog heel veel andere dingen om digitale media heen.
Je zit onder andere achter Medialandschap, onlinejournalism, Eclectro, EN.nl en Hyper Narrative. Waar haal je de tijd en energie vandaan?
Ik vind al deze dingen geweldig om te doen. En al deze websites (met hun eigen publiek en thema’s) geven mij een platform om iets te doen.
Ik maak behalve hypernarrative.com geen websites alleen. Eclectro en Onlinejournalism zijn opgezet door mensen die hier heel erg veel tijd en kennis in stoppen. Daarnaast is er om die blogs een hele groep mensen actief. Iedereen brengt zijn eigen specialisme in.
Voor mij zijn het plekken waar ik erg veel nieuwe ideeën kan peilen, presenteren en uitproberen. Bij Eclectro gaat dat verder omdat ik daar dicht bij betrokken ben. Wat bijzonder is aan deze websites is dat er veel gemotiveerde mensen zitten met verschillende kennis. Mensen doen wat ze leuk vinden. Deze positieve sfeer geeft veel energie.
Voor zover het gaat probeer ik projecten klein te houden. Hierdoor kan ik iets maken of doen en dan is het klaar. Ik probeer onderhoud te vermijden, want dat is niet mijn sterkste punt.
Je bouwt regelmatig (kleine) mashups, waarvan ‘I voted’ de meest recente is. Wat inspireert je?
Ik ben gek op experimenteren en dingen uitproberen. Dit helpt me om grip te krijgen en sommige dingen beter te begrijpen. Ik maak ideeën zoveel mogelijk openbaar, dit kan soms door tekst, maar soms ook door mashups.
Internet is steeds meer een open plek met informatie aan het worden. Door verbanden te maken kun je nieuwe waarde halen uit bestaande informatie. Door het klein te houden laat je zien wat de mogelijkheden met informatie zijn, en kan ik het zelf snel maken.

Bijvoorbeeld “I voted”. De eerste versie was een schermpje wat kijkt of mensen ergens op Twitter “I voted” en McCain of Obama riepen. Als dit zo was dan haalde ik die informatie naar boven. En presenteerde het uitgelicht. Dit zijn echte mensen die in hun sociale netwerk zeggen wat ze stemmen. Dat persoonlijke vind ik interessant om te laten zien.
Vervolgens heeft een lezer van mijn blog (Erik) iets gemaakt waardoor deze data werd opgeslagen. Met zijn data heb ik later weer grafieken gemaakt.
Wat je op zo’n moment maakt is een exitpoll op basis van wat mensen zeggen in hun sociale netwerken. Dit is data gemaakt van teksten. Dat vind ik bijzonder. En geeft volgens mij een beetje inzicht in hoeveel verborgen waarde er zit in een simpel berichtennetwerk als bijvoorbeeld Twitter, als je maar de juiste vragen stelt.
EN.nl werd met veel buzz gelanceerd, maar daarna is het aardig stil geworden. Gaan we nog wat van EN horen?
Jazeker. EN.nl was niet af op de dag dat het bekend werd. Integendeel, het was een basisversie waar een groot aantal nieuwe ideeën om nieuwspresentatie in zaten. Dit project heeft een duidelijke richting (het optimaal presenteren van nieuws), maar had nog geen definitieve vorm. Tot het einde van dit jaar houden we vast aan deze fluïde vorm.
Ik ben van mening dat nieuwsmedia (in mijn geval de Volkskrant) een voorsprong heeft op het gebied van infrastructuur, mensen en kennis om nieuws (en de presentatie van nieuws) heen. Dit is een voorsprong. Toch zie je dat vernieuwing vaker vanuit andere bedrijven komt. Skype is bijvoorbeeld niet bedacht door een telefoonmaatschappij. En Nu.nl niet door bestaande nieuwsmedia.
Door iets te ontwikkelen met een sterke basis en openbaar te bespreken of ontwikkelen maak je ruimte om te groeien in de richting die het meest relevant is.
EN.nl is er primair voor de bezoeker. Het richt zich op het personaliseren van nieuws, een redelijk nieuw gebied. Dit blijkt heel goed te kunnen als je maar de juiste variabelen gebruikt.
Zo kun je bijvoorbeeld geen sport berichten willen lezen, maar wel weten wie een Olympische medaille wint.
Door leesgedrag te analyseren, leert EN.nl je kennen en gaat het je helpen om die relevantie terug te geven om zo een persoonlijke en betere informatiebron te zijn.
Als jij bijvoorbeeld een artikel leest kan EN.nl aan gaan geven welke berichten op andere nieuwswebsites en blogs ook interessant zijn om te lezen als je meer over het onderwerp wilt weten.
EN.nl brengt nieuws direct zodra het persbureau publiceert, maar houdt gelijk rekening met hoe belangrijk het nieuws is, wie in je sociale netwerk zit en hoe belangrijk het nieuws voor jou persoonlijk is. Personalisatie zonder je het gevoel te geven dat je iets mist.

Storytelling met Flickrcities
Storytelling loopt als een soort rode draad door je werk heen. Waar komt die fascinatie vandaan?
Weet ik niet, ik houd erg van meedere media. Fotografie, video, interactiviteit, vormgeving, interfaces, data en informatie knopen. Ik heb nooit een keuze kunnen/willen maken om één van die dingen te gaan doen.
Ik denk dat Storytelling de kapstok is om mensen iets online mee te laten maken waarbij de boodschap belangrijker is dan de vorm. Hierdoor werk je door eerst “wie, wat, waar en waarom” af te vragen en vervolgens iets te maken wat emotioneel iets met mensen probeert te doen. Dat laatste is lastig om te bereiken in online interactieve media.
Je werkt als Interaction Designer voor de VK. Wat houdt een baan bij zo’n grote en informatie rijke site precies in, en waar ligt de uitdaging?
We werken bij de Volkskrant met twee interaction designers, waarbij in mijn geval een heel groot deel van mijn tijd gaat naar nieuwe projecten, het doorontwikkelen van bestaande communities en het ontwikkelen van nieuwe manieren om informatie te ontsluiten en presenteren.
Hiernaast doe ik vormgeving van bijvoorbeeld Volkskrant.nl. De grootste uitdaging bij een grote site is een mix van gebruiksvriendelijkheid en een grote hoeveelheid informatie. Er is altijd meer informatie dan dat je ruimte hebt. En het Volkskrant aanbod van online informatie groeit exponentieel. Steeds meer VK projecten spelen zich (deels) online af en dit heeft allemaal een plek nodig.
Contextuele relevantie om een artikel heen speelt een steeds belangrijkere rol. Dus hoe kun je informatie aanbieden aan de mensen die er op dat moment de meeste behoefte aan hebben.
Een eenvoudige oplossing is bijvoorbeeld om video, graphics en ander materiaal zo te maken dat het eenvoudig te embedden is in artikelen. Een andere mogelijkheid is dat je kijkt waar het artikel onderdeel van uit maakt (welk onderwerp) en zo automatisch de directe omgeving van het artikel aanpast.
Er zijn echter nog meer platformen dan internet. Hoe ben je relevant op IPTV. Of hoe ben je relevant op mobiel. Wat is de toegevoegde waarde van die omgeving en wat is de toegevoegde waarde van je informatie of interface op zo’n plek?

Waar zie jij het web over, laten we zeggen, 5 jaar? En op welke hedendaagse ontwikkelingen baseer je die voorspelling?
De website zal steeds minder een website worden. Ik geloof wel dat veel grote websites groot zullen blijven, maar kijk naar de enorme opkomst van bijvoorbeeld sociale netwerken. Die hebben er voor gezorgd dat mensen veel meer verbonden zijn met elkaar.
Netwerken zijn goed in het uitwisselen van informatie. Deze plek is dus voor nieuwsmedia ook een interessante omgeving. Steeds vaker krijg ik nieuwsartikelen die voor mij interessant zijn via mensen in deze netwerken toegestuurd.
Maar zo zullen we nog veel meer omgevingen gaan zien die buiten de website om gaan. Voor mij persoonlijk is dat de meest interessante ontwikkeling op korte termijn. Informatie wordt open. Soms onder voorwaarden, maar het is niet meer gebonden aan een bepaalde website of aan een computer.
Dit gaat invloed hebben op hoe het hele web er uit gaat zien. De eilanden verdwijnen en alles wordt steeds meer één geïntegreerd geheel. Ik geloof sterk dat de websites die open staan een belangrijke rol in de toekomstige informatievoorziening kunnen gaan spelen.
Er is ook een spannende verschuiving gaande in de online journalistiek. Persbureau’s waren altijd leverancier aan partijen (zoals kranten en televisie) maar op internet zijn ze hofleverancier geworden.
Persbureau’s zetten door hun schaalvoordeel de nieuwsagenda in 24-uurs media. In de VS zie je dat bijvoorbeeld Google News direct informatie afneemt en presenteert van persbureau’s zoals AP. Maar het kunnen natuurlijk ook andere partijen dan Google zijn die contracten sluiten met persbureau’s.
Deze verschuiving zal volgens mij ook terugslaan op de inhoudelijke vorm van nieuws. Waarop richten bestaande nieuwsmedia zich? Een primeurbeleid? Of juist meer op duiding, uitleg en verdieping?
Wat vind je op dit moment vooruitstrevende websites? En waarom?
Ik vind Seesmic erg leuk. In eerste instantie was ik wat sceptisch. Waarom zouden mensen een reactie geven via een webcam? Maar de manier waarop het opgezet is vind ik interessant. Ze hebben een website met een Flash interface waar je met elkaar in discussie kunt. Maar je kunt het ook op je mobiel gebruiken of in de comments op je Wordpress weblog.
Er is ook een API waardoor je zelf een applicatie of toepassing kan maken. De discussie staat centraal bij Seesmic, maar hoe en waar je mee doet moet je zelf weten. Dit geeft toegevoegde waarde, want zelfs als je vrijwel geen bezoekers hebt op je weblog en je wat afvraagt via Seesmic zou je reacties kunnen krijgen die weer op je weblog terug te zien zijn. De video en discussie is centraal. De interfaces niet.
Ik vind groepsblogs interessant. In de VS (maar ook in Nederland) zie je dat een aantal grote blogs mediabedrijven geworden zijn of zelfs onderdeel worden van mediabedrijven. Het opzetten van een blog kost weinig geld, hierdoor is het voor iedereen met genoeg doorzettingsvermogen mogelijk om een speler te worden op een deelgebied. Persoonlijke blogs zijn de laatste jaren veelal verschoven naar sociale netwerken. Wat overblijft zijn blogs van mensen die iets maken, kennis delen (experts) of groepsblogs. Mensen die vanwege interesse naar elkaar toe trekken en zo iets nieuws beginnen.

Harry Potter voor de Volkskrant
De Nytimes besteed veel aandacht aan interactieve applicaties om het nieuws op een andere manier te belichten. Wat vind je hier van en zijn jullie daar bij de VK jaloers op?
Ik kan hier alleen voor mezelf spreken, maar persoonlijk ben ik best jaloers op de vaart die ze de afgelopen maanden hebben gemaakt met het verbreden van de manieren waarop je informatie van de NY Times kunt sorteren. Dus bijvoorbeeld via een NY Times profiel, LinkedIn, etc.
Last words?
Ga gewoon dingen doen. Als je iets maakt zet het op internet en vraag wat mensen er van vinden, hoe onbenullig het soms ook lijkt. Dit is de beste manier om nieuwe mensen te ontmoeten en je idee scherper te krijgen. Het proces is op internet vaak belangrijker en interessanter dan het resultaat.
Bekijk Wilbert Baan’s persoonlijke website, HyperNarrative


Lees het hele artikel..

Fontanel Newsletter
Fontalicous
Flickr Stream
Tags






Willem
1 december 2008
om 11:31