Fontanel http://www.fontanel.nl Dutch Creative Culture Fri, 31 Jul 2020 15:00:48 +0000 nl-NL hourly 1 http://wordpress.org/?v=4.3.1 Daan Lucas – Random Studio http://www.fontanel.nl/interview/daan-lucas/ http://www.fontanel.nl/interview/daan-lucas/#comments Mon, 04 Jun 2018 13:58:36 +0000 http://www.fontanel.nl?p=16505&post_type=nieuwwerk&preview_id=16505 Eigenlijk had Daan Lucas een nachtclub gewild. Zo eentje als de Roxy, de Amsterdamse club die in 1999 afbrandde, waar hij stamgast was. “Het was een plek waar geld verdiend werd, zonder dat er creatieve concessies gedaan werden. Er heerste een geweldig gevoel van saamhorigheid en vrijheid, waardoor er een enorme productieve en creatieve sfeer heerste. Je was daar geen bezoeker, maar echt onderdeel van de programmering.”

Via een studie rechten en een uitstapje naar de reclamewereld, begon hij begin 2000 zelf websites te maken. “Het was de tijd van inbelmodems. Ik nam wat programmeerles en kwam er al snel achter dat ik wel wist wát ik wilde maken, maar dat anderen veel beter waren in dat te realiseren. Ik ben mensen om mij heen gaan zoeken die beter waren dan ik in dat maakproces. Zo begon Random Studio.”

4

Random Studio (fotografie: Catharina Gerritsen)

Eerst was dat maken vooral voor reclamebureaus die zelf niet de technische kennis in huis hadden, maar al gauw werd er direct voor klanten gewerkt. “Veel sneller, fijner, en dan zit je een stuk eerder aan tafel, dan als je het sluitstuk van een campagne bent.”

Hun huidige werk laat zich niet in één term vangen, ‘digitale ervaringen’ lijkt nog het dichtstbij te komen. Websites en interactieve installaties voor merken in de mode en luxury industry, die je als bezoeker lichtelijk uit balans brengen. Een scherm vol mist in de Nike store, waarop, zodra je dichterbij komt, een renner hard op je af komt rennen. Of een digitale winkelmuur, een automatiek, maar dan niet in een snackbar, maar de Tommy Hilfiger showroom.

Kunst

Wie het kantoor van Random binnenkomt loopt eerst tegen een kamertje aan dat nog het meest weg heeft van een oude garage. De ruimte staat vol werkbanken met gereedschap en onderdelen erop. Het is Random’s eigen laboratorium waar ze hun hersenkronkels in de praktijk proberen te brengen.

Erachter ligt het kantoor; een plantenjungle vol jonge mensen, zittend of staand achter grote computerschermen. Waar je ook kijkt, elke muur is behangen met posters van belangrijke tentoonstellingen. Van het Tate in Londen tot het Stedelijk in Amsterdam. Kunst is altijd een grote inspiratiebron geweest bij Random, die teruggaat tot Daans tijd in de Roxy. “Het mechanisme van kunst, het laten zien dat er meerdere realiteiten zijn, dat proberen wij toe te passen in al onze projecten.”

Random Studio (fotografie: Catharina Gerritsen)

Al sinds het begin van Random is hun kantoor een open huis voor kunstenaars. Nu huist Philip Schütte er, een audiovisuele kunstenaar die samen met het Random-team een interactieve zon-installatie maakte – een van de highlights van Art Rotterdam 2017. Daan: “We proberen ons kantoor een etalage van onze eigen innovaties te laten zijn. Zo zijn we nu samen met Philip aan het kijken of we door middel van een LED-structuur een kunstmatige zon door het hele kantoor kunnen laten schijnen. Er komt hier bijna nooit natuurlijk zonlicht binnen en zo slaan we twee vliegen in één klap.”

Het mechanisme van kunst, het laten zien dat er meerdere realiteiten zijn, dat proberen wij toe te passen in al onze projecten

Het kunstzinnige randje bij Random werd extra aangewakkerd door de komst van digitaal kunstenaar Geoffrey Lillemon. Daan: “Ik ging in de eerste jaren van Random Studio elk jaar naar OFFF fest in Barcelona. Technologie, kunst, alles kwam samen. Ik zag daar mensen uit allerlei verschillende disciplines met elkaar samenwerken zonder dat er enige egostrijd was. Dat leverde geweldige dingen op. Toen ik daar Geoffrey tegenkwam heb ik hem direct gevraagd zich bij ons aan te sluiten. Door hem hebben we echt een eigen handtekening gekregen en begonnen grote opdrachtgevers ons te vinden.”

Random Studio (fotografie: Catharina Gerritsen)

(Persoonlijke) groei

Door die grote opdrachtgevers kon het team worden uitgebreid. Daan: “We verdubbelden in een tijdsbestek van een paar maanden. Ik ben van nature best angstig, maar nu durfde ik dat aan. Het scheelde enorm dat ik in diezelfde tijd heel erg verliefd werd. Ik was daardoor minder bang om risico’s te nemen. Verliefd zijn maakt je toch wat grenzelozer.”

Een bedrijf runnen is niet voor iedereen weggelegd en ook Daan vindt alle verantwoordelijkheden die erbij komen kijken niet altijd makkelijk. “Als ik me ergens gestresst over voel moet ik altijd denken aan de opbouw van het woord ‘Responsibility’, de ability to respond. Dat helpt, je kunt zelf in actie komen, dingen verantwoorden. Hoewel dat natuurlijk makkelijker gezegd is dan gedaan.”

De mensen maken Random tot wat het is, dus als we elkaar goed begrijpen, kunnen we elkaar ruimte geven en elkaar helpen te groeien

Zoals Daan al vroeg deed bij het ontstaan van Random zoekt hij ook voor het overkomen van zijn eigen struggles de juiste mensen om zich heen. Tegenwoordig in de vorm van coaches, van een levenscoach tot een financiële. “In 2013 heb ik een tijdje een financiële coach gehad, omdat we toen veel geld verloren per maand. Ik had dingen niet goed geregeld wat betreft de cashflow en arbeidscontracten. Mijn coach hielp mij structuur aan te brengen, hij versterkte mijn zwakke plekken. Ik probeer over dat soort dingen heel open te zijn naar mijn team en stimuleer ze ook om hun eigen kwetsbaarheid te delen.”

Random Studio (fotografie: Catharina Gerritsen)

Laatst nog, nodigde Daan een van zijn coaches op kantoor uit. “Iedereen moest elkaar toen geblindoekt persoonlijke vragen gaan stellen. Doodeng, maar voor mij maken dat soort momenten ons team sterker.” Zijn persoonlijke uitdaging is nu om een gezonde feedbackcultuur op te zetten in het team. “Vooral bij nieuwe mensen merk ik dat ze mij niet van repliek durven te dienen, ik probeer dat te doorbreken door het direct te benoemen.”

Een groter team deed Daan ook besluiten het personeelsbeleid aan te pakken.“Daar heb ik te weinig aan gedaan. We zijn tot nu toe altijd heel reactief geweest. Zodra we iemand nodig hadden keken we naar oude stagiairs of freelancers. Ook wil ik wat meer de balans terug brengen in het team, zo hebben we nu maar één vrouwelijk developer. En is ons designteam heel sterk op mooie dingen maken, maar zou het van mij nog wel wat kunstzinniger en rauwer mogen.”

Als je iets maakt wat al gedaan is dan staat er niks op het spel. Je moet niet bang zijn

Groei draait bij Random niet alleen om professionalisering, ook persoonlijke ontwikkeling en de groei als team is belangrijk. “Sinds kort doen we interne marathons waar mensen van verschillende disciplines samenwerken om elkaar beter te leren kennen. Verder doen we ook samen cursussen waar we elkaar als ‘mens’ verkennen. De mensen maken Random tot wat het is, dus als we elkaar goed begrijpen, kunnen we elkaar ruimte geven en elkaar helpen te groeien. Dit werkt heel goed en maakt alles veel makkelijk en beter.”

Random Studio (fotografie: Catharina Gerritsen)

Daan moet wel bekennen dat dit proces niet altijd vlekkeloos verloopt. “We hebben iedereen een ontwikkelingsbudget aangeboden van tweeduizend euro. Eén iemand is daar een meubelcursus in Frankrijk van gaan doen en verder heeft niemand het gebruikt.” Dit mislukte experiment heeft geleid tot een nieuwe werkwijze. “We gaan nu op individueel niveau kijken wat de behoefte is, dat hebben we nog nooit eerder gedaan. Een traject uitstippelen met als hoofdvraag: Als je moet groeien los van Random, waar wil je dan heen? We hopen zo veel onbenut potentieel tot bloei te laten komen.”

De toekomst

Wat de toekomst hen gaat brengen? “Ik wil verder met ons onderzoek naar responsive spaces”, antwoord Daan. “Hoe kun je ruimtes een dialoog met hun gebruiker aan laten gaan? Veel van onze klanten hebben nu nog winkelruimtes, maar hoe zien die er in de toekomst uit? Ook lijkt het me fantastisch om nóg dichter tegen beeldende kunst aan te gaan zitten met ons werk. Onlangs deden we een project voor het Nieuwe Instituut genaamd 51 sprints, zoiets zou ik nog veel vaker willen doen. Maar het allerbelangrijkste voor mij is dat er altijd deep down under iets op het spel moet staan. Als je iets maakt wat al gedaan is dan staat er niks op het spel. Je moet niet bang zijn. Who cares, doe het gewoon.”

Dit interview is oorspronkelijk gepubliceerd op The Art of Work, het online magazine van onze vrienden bij Homerun.  

Random Studio

]]>
http://www.fontanel.nl/interview/daan-lucas/feed/ 0
Marc Vermeeren – matter http://www.fontanel.nl/interview/marc-vermeeren/ http://www.fontanel.nl/interview/marc-vermeeren/#comments Fri, 18 May 2018 08:48:46 +0000 http://www.fontanel.nl?p=16445&post_type=nieuwwerk&preview_id=16445 We spreken elkaar aan het begin van een nieuwe (creatieve) fase voor jou. Samen met Bas van de Poel ben je matter begonnen en jullie delen sinds kort ook een werkruimte in Amsterdam. Hoe hebben jullie elkaar leren kennen, was dat al op de Willem de Kooning Academie in 2009?

Ik heb maar een half jaar aan de Willem de Kooning (WDKA) gestudeerd, maar ik heb in die korte periode zowel Bas van de Poel als Daniël Sumarna en Bryan Wolff ontmoet. Tot op de dag van vandaag zijn zij hele goede vrienden. Bas zat een jaar hoger dan Daniël, Bryan en ik, maar vanwege onze gedeelde interesses kwamen we met z’n vieren al snel bij elkaar uit. Door de jaren heen is onze band altijd heel sterk gebleven.

School is eigenlijk nooit echt mijn ding geweest. Dat was op de kunstacademie niet anders. In de periode dat ik bij ACHTUNG! werkte had ik het idee dat ik iets zou missen als ik niet aan de kunstacademie gestudeerd zou hebben. Dat was een van de redenen dat ik überhaupt nog naar de WDKA ging. En ik moest het in ieder geval nog één keer proberen van mezelf. Na een half jaar kreeg ik een baan in New York aangeboden en ben ik weer vertrokken.

Hebben Daniël en jij ook tegelijkertijd bij Weapon of Choice gezeten? Hij noemde dat in ons gesprek een interessant moment aan het begin van zijn ontwikkeling.

Ik heb daar inderdaad ook gewerkt, maar Daniël zat daar op een ander moment. Het grappige is dat de paden van Daniël, Bryan, Bas en mij ook na die korte fase aan de academie elkaar vaker gekruist hebben. Alle vier hebben we bij ACHTUNG! gewerkt of stage gelopen en later woonden we tegelijkertijd in New York. Die stad is denk ik wel een beetje onze gedeelde common ground als creatieven, met name als ik terugkijk op hoe erg we toen op één lijn zaten qua output en allemaal gemotiveerd waren om toffe dingen te maken.

De inspiratie voor matter komt voort uit onze gedeelde passie voor technologie, wetenschap, ruimtevaart en alles wat met de toekomst te maken heeft

Ik heb nog mappen vol met pdf’jes van allerlei ideeën voor nieuwe projecten die Daniël en ik volledig uitwerkten in die tijd. Dat liep uiteen van zonnebrillen tot kleding. We waren eigenlijk constant aan het werk in die fase, ook als we thuis zaten. Het probleem toen was dat we niet de middelen hadden om al die ideeën daadwerkelijk van de grond te krijgen. In de loop van de jaren zijn we allemaal gegroeid, en Daniël heeft natuurlijk OLAF HUSSEIN mee-ontwikkeld tot wat het nu is. Inmiddels zijn we dus in de fase aanbeland dat we daadwerkelijk de dingen kunnen maken op het niveau zoals we dat toen al voor ogen hadden.

ØLÅF x matter (artwork: John Karborn)

Waar zijn jullie nu precies mee bezig?

Ik ben samen met Bas het platform matter begonnen en sinds kort heeft Saba Babas-Zadeh zich ook bij ons gevoegd. De inspiratie voor matter komt voort uit onze gedeelde passie voor technologie, wetenschap, ruimtevaart en alles wat met de toekomst te maken heeft. Eigenlijk zou je kunnen zeggen dat Bas en ik beide technologie-geeks zijn, waar matter de ideale uitlaatklep voor is. We koppelen technologie aan in onze ogen relevante kunstenaars, illustratoren of fotografen, om vervolgens output te creëren. matter is daarmee dus de interface tussen technologie en de door ons gecureerde artiest.

In 2017 werkten Bas en ik aan het online project ‘Countdown to Singularity’ en mede door die samenwerking zijn we matter begonnen. Aan ‘Countdown to Singularity’ wilden verrassend veel artiesten en creatieven meewerken; dat was wel een eye opener om op eenzelfde manier projecten te creëren.

Vanuit het gedachtegoed van matter gaat het binnen deze samenwerking om het combineren van technologie en mode

Zo zijn we ook al lang fan van het werk van de Britse kunstenaar John Karborn en zagen we in hem uiteindelijk de ideale partner om een kleine modecollectie te maken. Het werk van Karborn draagt vaak de wisselwerking tussen de analoge en digitale wereld in zich: eigenlijk is de hele wereld die hij met zijn werk oproept in onze ogen de perfecte match met wat wij met matter voor ogen hebben.

Countdown to Singularity

Hoe ben je in zo’n project als ‘niet ontwerpende modeontwerper’ even kritisch op jezelf als op de ‘Virgil Abloh’s’ van deze wereld, die symbool staan voor de afnemende creativiteit binnen mode?

Op dit moment zie ik dit vooral als iets dat we zonder er veel over na te denken willen doen. Daniël en ik hebben het er al zo lang over dat we samen iets in de mode willen doen, dus toen we op het idee kwamen om met John samen te werken wilden we het vooral gerealiseerd krijgen met alle middelen die we op dat moment voor handen hadden.

Ik zie niet hoe reactieve counter cultures in de toekomst eruit gaan zien. Ik vraag me sowieso af of deze überhaupt oprecht kunnen bestaan

Vanuit het gedachtegoed van matter gaat het binnen deze samenwerking om het combineren van technologie en mode. Naast kleding hebben we ook nog een accessoire gezocht die binnen het verhaal past: dat is uiteindelijk een cryptocurrency wallet geworden is. Het feit dat ik met Bas en Saba een werkruimte deel en dat we nu wekelijks face-to-face kunnen brainstormen over de toekomst van matter motiveert enorm, en ik denk dat dit dus enkel het begin is.

ØLÅF x matter crypto wallet

Het is inderdaad uitzonderlijk om op die manier met gelijkgestemden van gedachte te kunnen wisselen.

Het grappige is dat toen ik bij MediaMonks werkte dat heel erg miste, en deels terugvond toen ik bij Random Studio aan de slag ging. Daar heb ik uiteindelijk ook voor Raf Simons kunnen werken, wat wel sinds mijn tienerjaren een soort droom was. Met Bas zit ik hier in Amsterdam om de week samen, wat wel de overtreffende trap van Random Studio is: het voelt als een voorrecht dat we zo kunnen werken. Ik ben uiteindelijk in mijn leven maar weinig mensen tegengekomen waar ik zo mee kan levellen als Bas, Daniël en Bryan.

Nu zijn we allemaal op een punt aanbeland om met elkaar de dingen te creëren waar we het al jaren over hebben

Raf Simons Spring ’18 (digital partner: Random Studio)

Ik denk dat het steeds belangrijker wordt om mensen om je heen te hebben waar je een constructieve dialoog mee kunt voeren. Als reactie op het feit dat ‘cultuur’ zijn betekenis steeds meer verliest door de oneindige stroom aan uitingen waar mensen onderhevig aan zijn.

Veel (jonge) mensen communiceren hoofdzakelijk in gefragmenteerde uitingen (foto’s, memes, snaps, stories) in plaats van inhoudelijke uiteenzettingen (e-mail, brieven). Die ontwikkeling zie je ook terug bij modelabels als Virgil Abloh’s Off-White. Hij komt er zelfs voor uit dat zijn label niet meer is dan een meme (branding).

Het boeit mij enorm hoe groot de gevolgen van dat soort conditioneringen in de toekomst zullen zijn. Op dit moment zie ik dat vrij somber in. Ik zie bijvoorbeeld niet hoe reactieve counter cultures in de toekomst eruit gaan zien. Ik vraag me sowieso af of deze überhaupt oprecht kunnen bestaan, ondanks dat ze de uiterlijke kenmerken hebben van wat counter cultures altijd geweest zijn. Ik ben hier best een doemdenker in, misschien zijn we al te ver in deze ontwikkeling.

ØLÅFxMATTER_evolving_hand_LS_black_2

ØLÅF x matter (artwork: John Karborn)

Daarom is het belangrijk om je eigen counter culture te creëren: dat is het enige wat je volledig kunt vertrouwen.

Daar zit wel wat in. Dat is ook precies wat ik bijvoorbeeld zo waardeer aan een merk als LOT2046: zij creëren een soort digitale gemeenschap via de verschillende platforms die ze inzetten, maar doen dat altijd op basis van de inhoud. Daarnaast weet je als abonnee nooit precies wat er gaat komen, waardoor ze zichzelf ook dwingen om verassend te blijven, ondanks dat ze vrij uniforme kleding en producten maken. Mysterie is iets wat je steeds meer ziet verdwijnen door de komst van het internet, maar LOT2046 is wat dat betreft hoopgevend. Alleen de kwaliteit van de producten laat nog een beetje te wensen over.

Daar ben ik het helemaal mee eens: naar mijn gevoel voorziet LOT2046 met zijn eigenzinnige visie in een toenemende behoefte. Mijn gevoel zegt dat Bas, Daniël, Bryan en jij in de toekomst ook nog een belangrijke stem zullen zijn als het om het uiten van een tegengeluid’ gaat.

Dat hoop ik ook. Het is, zoals ik eerder al zei, echt een voorrecht dat we in al die jaren zo’n goede band hebben kunnen onderhouden (door het internet!) naast onze individuele ontwikkelingen. Nu zijn we allemaal op een punt aanbeland om met elkaar de dingen te creëren waar we het al jaren over hebben. Ik kijk ernaar uit om dat in de wereld te laten leven, ook als daar voor de toekomst wellicht donkere wolken boven hangen, of misschien juist wel daarom.

Marc Vermeeren

]]>
http://www.fontanel.nl/interview/marc-vermeeren/feed/ 0
Cyril van Sterkenburg – Vandejong http://www.fontanel.nl/de-week/cyril-van-sterkenburg/ http://www.fontanel.nl/de-week/cyril-van-sterkenburg/#comments Wed, 07 Feb 2018 10:19:14 +0000 http://www.fontanel.nl?p=16119&post_type=weekvan&preview_id=16119 Maandag

Ik begin mijn maandag met een Monday Morning Talk. Mede-Spring Houser Joris Lohman van Foodhub houdt een presentatie over het Europees landbouwbeleid. Daarna snel door naar de kick-off met Vandejong waar we elkaar bijpraten en de agenda voor de week bepalen. Tussen 12:00 en 13:00 lunch bij restaurant Choux op de begane grond. Een goed moment voor onverwachte ontmoetingen. Toen we tweeënhalf jaar geleden Spring House – een clubhuis voor radicale vernieuwers – begonnen, konden we alleen maar dromen van een huis waar actief wordt samengewerkt door mensen die impact willen maken.

 

Maandag1 Maandag2 Maandag3 Maandag4

 

Dinsdag

Ik probeer zo vaak mogelijk te fietsen naar Vandejong. Soms is dat een opgave en soms een cadeautje. M’n dag begint met een meeting met onze pr-partner Hagens. Daarna zit ik met denktank Kennisland voor een nieuw project waarin we innovatieve ideeën gaan ophalen voor de verpleegzorg. Aan ons de taak om vooral de unusual suspects te betrekken bij dit belangrijke onderwerp. We leggen de laatste hand aan de campagne en de website en zijn bijna klaar voor lancering.

 

Dinsdag1 Dinsdag2 Dinsdag3 Dinsdag4

 

Woensdag

Vandaag werk ik aan de doorontwikkeling van Unseen. De wereld zit niet stil en ons werk is dan ook nooit af. Met Unseen willen we van een vierdaags evenement naar een fotografieplatform dat 365 dagen per jaar in de lucht is. Dat is niet alleen een designuitdaging, maar vergt creativiteit op alle vlakken. Mijn partners Menno en Pjotr werken aan het nieuwe businessmodel voor Unseen. In veel van onze projecten gaat het allang niet meer over communicatie alleen. Daarom lees ik momenteel Donut Economie van Kate Raworth. Inspirerend om te zien hoe deze econoom kijkt naar groei met respect voor anderen en de wereld.

 

Woensdag1 Woensdag2 Woensdag3 Woensdag4

 

Donderdag

‘s Ochtends werk ik met onze artdirector Isabelle aan een boek en een digitale publicatie voor Let it Grow. Voor dit positieve merk rond urban green living kijken we in de publicatie, met twee jaar start-up-ervaring, vooruit naar toekomstige partnerships en businessmodellen. Maar natuurlijk houden we ook van groen buiten de stad. Vorig jaar hielpen we het Zaans Museum bij hun strijd voor meer subsidie, vanmiddag gaan collega Franklin en ik vieren dat dat gelukt is.

 

Dinsdag1 Dinsdag2Dinsdag3Dinsdag4

 

Vrijdag

Bij Vandejong werken we aan optimistic branding. Onze formats zijn ergens vóór. We zijn voor een groene stad, voor innovatie in de zorg en het onderwijs en voor een gezond economisch ecosysteem voor kunstenaars. Dat ligt op het gebied van polarisatie en radicalisering misschien minder voor de hand, maar toch werkt het daar ook. ’s Ochtends zet ik samen met Reuben Alexander (Buutvrij for life) en Hans Wolbers (Lava) onze creativiteit en ervaring in voor dit onderwerp. Ondertussen dient ons team Let it Grow en Amsterdam Light Festival in voor een ADCN-award. Ik sluit de dag af met een van mijn beste vriendinnen met een drankje aan de Spring House Honesty Bar.

 

Vrijdag1 Vrijdag2 Vrijdag3 Vrijdag4

 

Zaterdag

Mijn vriend en ik werken veel. Op zaterdag proberen we dan ook echt vrij te zijn. Vandaag ren ik een rondje door het Twiske. Dat is ieder seizoen prachtig. Bij ons thuis wordt ook in de winter regelmatig gebarbecued. Onno, mijn vriend, verkoopt namelijk de door hem ontworpen Barrelq. Onze achtertuin is het testlab voor deze barbecues van olievaten. Zijn zoontje Keje (11) vindt het ook leuk om te koken en te bakken. Onze favoriet: witte chocolade cheesecake. ‘s Avonds ploffen we, met onze televisiebroeken aan, op de bank voor een film.

 

Zaterdag1 Zaterdag2 Zaterdag3 Zaterdag4

 

Zondag

Wij lezen nog ouderwets de krant op papier. Zeker in het weekend is dat erg fijn. Als voorzitter van de Young Collectors Circle ben ik regelmatig met oprichter Nienke van der Wal op pad. Zij neemt startende verzamelaars mee naar bijzondere plekken. Vandaag maakt de Young Collectors Circle samen met Jaap Scheeren een rondje over de NDSM. Zijn werk past goed op deze ruige plek. Onno en ik gaan eten bij een nieuw restaurant op de NDSM: Cannibale Royale du Nord. Vlees. Met veel groenten. Van de bbq…

 

Zondag1 Zondag2 Zondag3 Zondag4 ]]>
http://www.fontanel.nl/de-week/cyril-van-sterkenburg/feed/ 0
Yorit Kluitman http://www.fontanel.nl/de-week/yorit-kluitman/ http://www.fontanel.nl/de-week/yorit-kluitman/#comments Thu, 18 Jan 2018 11:07:30 +0000 http://www.fontanel.nl?p=16071&post_type=weekvan&preview_id=16071 Maandag

Het is in maanden niet zo rustig geweest op de studio. Wat een weelde. Het boek is klaar. Alle opdrachtgevers zijn nog met kerstvakantie en van een paar lopende klussen zijn de deadlines verschoven. Ik heb eindelijk tijd om alle publicaties te fotograferen die zijn binnengekomen. Soigneur Magazine’s laatste uitgave is een ode aan (wieler)fotografie en een genot om doorheen te bladeren. Erg trots dat het toch redelijk autonome Bicycle Landscape-project hierin opgenomen is.

 

De week van Yorit Kluitman-18De week van Yorit Kluitman-40De week van Yorit Kluitman-16

 

Dinsdag

Vandaag heel de ochtend boeken en prints ingepakt. Ieder boek wat via mijn eigen website besteld wordt krijgt een custom stofomslag. Ik had een beetje onderschat hoeveel werk dat is, dus dat neemt nogal veel tijd in beslag. Na het inpakken breng ik alles naar Tour de Ville fietskoeriers en zij zorgen dat alle boeken per fiets worden bezorgd. ‘s Avonds thuis heb ik een interview met Chris Hargreaves voor een publicatie voor het Britse wielerkledingmerk Rapha.

 

De week van Yorit Kluitman-34De week van Yorit Kluitman-29De week van Yorit Kluitman-1   De week van Yorit Kluitman-2

 

Woensdag

Eerst ga ik op Strijp-S langs bij fotograaf Jeroen van der Wielen voor koffie. Jeroen is mijn go-to-guy als ik advies nodig heb m.b.t. fotografie. In hetzelfde gebouw zit de Dutch Design Foundation. Daar heb ik aansluitend een meeting om te praten over de ‘Postvisual’ van de afgelopen Dutch Design Week, waar ik samen met mijn studiogenoot Johan Moorman aan werk. ’s Middags rond ik het ontwerp af van een aantal custom fietsen voor Squadra Triathlon Team.

 

De week van Yorit Kluitman-25De week van Yorit Kluitman-27De week van Yorit Kluitman-22   De week van Yorit Kluitman-48

 

Donderdag

’s Ochtends help ik Alex van St Joris Cycles met het fotograferen van een nieuw gebouwde fiets. ‘s Middags heb ik een meeting met Marit Huisman van Rapha. We werken samen aan een wielerevent in de Duitse Eifel en lopen alles wat er moet gebeuren door. Op de studio is er eindelijk weer leven in de brouwerij. Johan is terug van kerstvakantie en is druk bezig met het inpakken van zeefdrukken voor zijn webshop.

 

De week van Yorit Kluitman-19 De week van Yorit Kluitman-24 De week van Yorit Kluitman-37 De week van Yorit Kluitman-55

 

Vrijdag

De dag begint warm en gezellig met een kerstontbijt bij HeyheydeHaas op de studio. De champagne om 10:00 uur in de ochtend sla ik even over, maar de rest is zoals altijd weer tip-top. Als het erg druk is op de studio dan schakelen ze mij in als freelance ontwerper. Zeer leerzaam en een aanrader om zo nu en dan eens ergens anders te gaan werken. Al is het maar voor de nieuwe grappen. De dag eindigt met een donkere fietstocht door het bos.

 

De week van Yorit Kluitman-8De week van Yorit Kluitman-10De week van Yorit Kluitman-6  De week van Yorit Kluitman-9

 

Zondag

Zondagmiddag doe ik een rondje boodschappen en ga ik even langs bij Onomatopee Bookstore bij mij om de hoek. Oudjaarsdag is altijd een rare dag; vroeger stond ik dagen stijf van de spanning omdat het groot feest zou worden. Tegenwoordig is alles kalm. Maandag staat een mooie fietstocht op de planning. ’s Avonds sleutel ik aan mijn fiets en om 00:00 uur maak ik een klein rondje door de stad. Vroeg slapen.

 

De week van Yorit Kluitman-58 De week van Yorit Kluitman-11 De week van Yorit Kluitman-20 De week van Yorit Kluitman-5

 

Maandag

Het nieuwe jaar begint al meteen vol goede voornemens; een stevige fietstocht met onze fameuze fietsclub ONYVA. Een bijzonder goede opkomst voor een vroege nieuwjaarsdag. Helaas is wel onze favoriete koffiezaak Lucifer nog gesloten. Maar niets is beter tegen een goede nieuwjaarskater dan een rondje hard trappen, frisse lucht en een Belgisch biertje na.

 

De week van Yorit Kluitman-3 De week van Yorit Kluitman-4  De week van Yorit Kluitman-50De week van Yorit Kluitman-44 ]]>
http://www.fontanel.nl/de-week/yorit-kluitman/feed/ 0
Mirko Borsche http://www.fontanel.nl/interview/mirko-borsche/ http://www.fontanel.nl/interview/mirko-borsche/#comments Fri, 22 Dec 2017 14:12:14 +0000 http://www.fontanel.nl?p=15985&post_type=nieuwwerk&preview_id=15985 Originally we wanted to speak about Us By Night, but as your talk fell through, we decided it would be interesting to look back at 2017 — which coincidently is also the year in which Bureau Borsche exists 10 years. How did you get started a decade ago?

Before starting my own design studio, I’ve been an employee at different advertising agencies and publishing houses. It all evolved from working in advertising, which I got sick of after eight years. Then I started doing a magazine called Jetzt, which was published weekly with the Süddeutsche Zeitung. I continued to do magazines for another eleven years and eventually started Bureau Borsche in 2007.

Was 2017 a celebratory year for you?

I really liked it, it was a good year. I’m going to be a father for the third time, so personally it was a great year for me.

It was also a year that brought some concerning developments. Starting with the most obvious theme that dominated the year: new political movements gaining power.

It feels like forever already, but it has been only 11 months into the Trump administration. We also had elections in The Netherlands, France and Germany. Have you been more concerned with politics in 2017?

Definitely. I think potential problems have arisen everywhere, also in Europe. Looking at what happened in countries like Spain, France, Austria, but also Germany: there have been new radical parties in politics that have erupted instantly. A far-right party like the Alternative for Germany becoming as big as it did; a lot of people in Germany didn’t expect that to happen ever again. As a result, for the first time, Angela Merkel is struggling to form a coalition.

To me it feels that we are in something like a political no man’s land at the moment. This really concerns me. In the last half century, Europe always served as a powerful alternative for far-right nationalist sentiments to grow again, but after Brexit the negative atmosphere towards Europe has been growing in different countries. The dream of Europe seems to break down slowly.

I really enjoy this idea of Europe. Next to the fact that I can travel around freely, I really appreciate the idea of an European community. This conception of the existence of an European community is fading quickly at the moment, which I really regret.

Bavarian State Opera Season 17–18, Bureau Borsche

Maybe only the higher educated groups within European countries feel that sense of community? Parties like AfD and the Dutch PVV really speak to lower educated groups in society that have little affection with the European dream.

Looking at Germany in particular, a party like AfD also received a lot of votes out of the middle class. People used their vote to protest the current state of politics. In my eyes one should never toy with a powerful thing like a vote. It is really sad to see so many people deal with displeasure in this way.

If it comes to that: it wasn’t that good of a year.

Personally, I feel like a lot of people in Germany lost their interest in politics during the last twenty years. Things would pretty much stay the same despite what you would vote, so people stopped caring. With the developments as we have seen them in recent years, this attitude must change again. That also applies to me personally. For first time in my life, instead of talking about my work, I wanted to talk about politics during my Us By Night talk that eventually couldn’t take place. We discussed doing this for a long time and eventually we all agreed that we wanted to show how we felt that design can have a direct influence on politics, inspired by these recent developments.

“In the current climate, there are things like this, which I feel you need to be fully aware of as a designer. That also applies to how you can have a positive influence on the world around you through your designs”

We wanted to share a little investigation of iconic design work from the past, that has had an influence on politics. To name something: a lot of far-right parties tend to use the Futura font, which has had a strong presence in the Nazi history as well. Basically every time the Nazis wanted to share a modern message in their propaganda they would use Futura. Not a lot of people are aware of this.

In the current climate, there are things like this, which I feel you need to be fully aware of as a designer. That also applies to how you can have a positive influence on the world around you through your designs.

Despite the apathy towards politics, which you described, a president with radical views like Donald Trump also seems to have ignited a new élan of activism.

You personally worked on the Equality campaign by Nike and there were numerous other big corporations, often for the first time, that used their platforms to address certain societal issues this year. What did you do for the Equality campaign?

For Nike we do graphics and art direction. Campaigns are mostly created by Nike’s team at Wieden+Kennedy Portland, and they ask us for graphic ideas that work for different media, ranging from television to social media. So the idea and concept are basically always clear when our work starts, but we still have an influence on how it will communicate best in a graphic way: what kind of photography, typeface, those kind of things.

Kaleidoscope magazine, Bureau Borsche

Was working on a campaign like Equality part of your growing personal awareness that you need to speak out as a designer?

Not really. My wife is American, so I visit America a couple of times a year. From the moment when the Republican bid started in 2015, I immediately was confronted with people supporting Trump. To this day, when I’m in the USA, I keep meeting people that continue to support him wholeheartedly. Even when he ended the ‘Dreamers’ program, people who are recent immigrants themselves continued to defend him, despite their personal history. That’s just plain weird to me and it triggered something from that very beginning. I hadn’t felt that before.

What are your thoughts on a company like Nike making an open statement against polarization, did you see that coming as well?

We discussed this with Nike before the Trump election and everybody seemed to agree that something needed to be done, but I must confess: I didn’t think they were going to dare it. It obviously was a courageous move and in the end they even didn’t get too much headwind because of it. You could even say that it turned into an advantage in the end.

That’s the difficult side of this kind of engagement by corporates to begin with: activism can quickly become marketing, or it might have been intended for it to be just that from the very beginning.

That’s the thing, yes. As long as you end a message with a brand-logo or a product, it’s also marketing. Although you shouldn’t forget that certain marketing could also have a counterproductive outcome. Backfiring can happen more easily when the message touches on societal issues, so it definitely takes courage to take a stand. But, as you say, there is an obvious double standard in corporates engaging themselves and in the end selling more product because of it. That doesn’t take away the fact that it’s better to do something at all, instead of keeping your mouth shut.

ZEITmagazin, Bureau Borsche

Another major theme of 2017 is the the ever-growing public sphere, that has empowered individuals to effectively speak out against wrongdoing, like for instance the #metoo movement.

At the same time I feel that Trump’s social media platforms also helped him to become head of the biggest institution in the USA in an unprecedented way. What are your thoughts on today’s public sphere?

Personally, I’m very grateful to still work for ‘old media’ institutions, like newspaper Die Zeit, who still curates its content through specialists. Because of this proposition, they will always be held accountable for what they publish. I still believe in the relevance of such curated institutions and see how they can have a progressive influence on society.

“As we have to manifest ourselves as a company in this public sphere, at Bureau Borsche we chose to stay away from all the personal stuff on social media and just share our work”

It is revolutionary that individuals today have the power to unmask wrongdoing within such institutions. Nevertheless, with individuals, like for instance Trump, becoming their own little institution with an enormous platform, it is very concerning that they seem to be able to say whatever and nobody really holds them accountable.

As we have to manifest ourselves as a company in this public sphere, at Bureau Borsche we chose to stay away from all the personal stuff on social media and just share our work. In the last decades some graphic designers were perceived as ‘stars’ and it became a lot about who they were as an individual. That became an even stronger element when social media turned into an integral part of the industry. In this atmosphere, we always made the strong decision to just reflect on what we create and keep our personal world private – it just isn’t that relevant in my eyes.

The work you create will show your ‘private’ influences one way or another, anyway.

Definitely. It think the world of design is a rather small world and what we do isn’t all that interesting to most people. As a community we all feel it’s interesting of course, but the rest of the world doesn’t really care. As Bureau Borsche we see ourselves as a service agency, not as artists.

Nevertheless, you have said before that the position of the graphic designer is quite different today than in the past.

Of course, as I said before, designers turned into ‘stars’ in the last few decades. Being invited to talk in front of a couple of thousand people, having a large online following; that all has had an effect. I still feel that Bureau Borsche is just a little company based in Munich, but every time when I go abroad and meet other designers, most of them know about our studio. That’s still weird to me. Them knowing for which clients we work, that still baffles me. Although I’m totally aware of the whole global design community of course, when I’m confronted with it in real life I’m still super surprised by it.

Super Paper 98, Bureau Borsche

So you naturally manifest yourself within this new global public sphere, but you stay critical by not letting it intrude into areas that you feel aren’t relevant?

By just sharing the work we produce, it doesn’t become a burden, as that’s content we would have produced regardless. Dealing with social media in this way, enables us to keep it low-pressure. But I have to say: being a small studio in a city like Munich, social media also forms our direct gateway to the world. Quite some of our overseas clients that we have been working for in recent years, noticed us through social media. Sometimes it only takes a direct message via Instagram to get to know somebody. It’s all a matter of balance.

“People will need guidance and interpretation on all the major issues by people who have proven themselves in these areas. At least I hope so”

Similar to the proposition that we still need curated media with certain specialists to really understand a lot of things, today you have complete freedom if you want to question the institutions as an individual. That last element gave us things like Trump, influencers, vloggers and all kinds of bullshit, next to all the good things, but above all one should be fully aware of one’s position in this new public sphere and make mindful choices how you manifest yourself within.

Will these ‘individual institutions’ eventually replace the old institutions?

I don’t know if this will happen, but I do know that we will still need curated content by experts, which traditionally are at collective institutions. It will be all about the quality, though. People will need guidance and interpretation on all the major issues by people who have proven themselves in these areas. At least I hope so. That doesn’t mean that the media landscape will not shift again soon, there is simply too much printed media at the moment — the quality institutions that continue to be relevant and continue to perform at the highest level will stick around, no doubt.

That brings us somewhat full circle to your Us By Night talk that never happened. People have always been guided by institutions when it comes to ideology, which formed the playing field for politics.

In the last two decades, many people have lost interest in this, but as oppositions grow within our society, everyone, including designers and every individual with a platform, have to become aware of the individual responsibilities when you have certain believes that drive you.

I absolutely agree. That’s what we need right now: people becoming aware of the world we live in, the influence they have and the responsibilities that come with this influence. Especially in design.

Mirko Borsche

 

1718-footerIn Issue #8 blikken we uitgebreid terug op het afgelopen jaar
en kijken we vooruit naar wat 2018 ons gaat brengen.

]]>
http://www.fontanel.nl/interview/mirko-borsche/feed/ 0
Dutch Design Talents 2017: Bram van Dijk http://www.fontanel.nl/interview/bram-van-dijk/ http://www.fontanel.nl/interview/bram-van-dijk/#comments Fri, 24 Nov 2017 10:57:26 +0000 http://www.fontanel.nl?p=15810&post_type=nieuwwerk&preview_id=15810 Je bent afgelopen zomer verhuisd naar Parijs. Hoe gaat het met je?

Het gaat goed hier! Ik ben vrij snel na mijn afstuderen verhuisd dus het was even wennen, maar ik heb er tot nog toe geen seconde spijt van gehad. Natuurlijk mis ik de academie en de mensen die ik daar om me heen had. Maar het leven na de academie is nou eenmaal anders dan het leven tijdens de academie, dat is onvermijdelijk. Dus ik probeer er niet al te nostalgisch op terug te kijken, ook al doe ik dat met tijden toch.

Wat doe je precies daar?

Ik heb tijdens mijn derde jaar op de academie in Parijs stage gelopen bij een filmproductiebedrijf. Toen hield ik me voornamelijk bezig met het maken van korte moodboard-montages en het schieten en monteren van making off-video’s, met hier en daar wat beeldonderzoek. Nu ik terug ben werk ik voornamelijk als editor voor commerciële video’s. Maar het ligt een beetje aan het project, vaak struin ik ook het internet af op zoek naar bepaalde stockvideo’s of archiefbeelden die de Art Directie kan gebruiken voor presentaties of referentie-edits. Daarnaast probeer ik zoveel mogelijk uit het bedrijf te halen; er zijn hier filmstudio’s, color grade-kamers en veel getalenteerde mensen. Het doorleren is na de academie dus nog niet echt gestopt, al moet ik er hier wel wat specifieker naar op zoek gaan.

Fotoserie Parijs (untitled, 2016) – Bram van Dijk

Terug naar een aantal jaren geleden: hoe kwam je op de kunstacademie terecht?

Op de middelbare school heb ik veel toneel gespeeld; eerst binnen en later ook buiten school. Hierdoor leerde ik bepaalde ideeën te vertalen naar geschreven teksten, wat dan later op het podium weer overgebracht moest worden op het publiek. Met name de docente van toen heeft me erg geïnspireerd, niet alleen door de manier van werken maar ook de zichtbare liefde die ze heeft voor haar vak. Als ik er nu aan terugdenk is deze periode enorm belangrijk geweest voor de richting die ik ben ingegaan. Vandaar dat ik tijdens het maakproces van mijn afstudeerfilm af en toe bij haar langsging voor advies. Daar heb ik echt heel veel aan gehad.

Bristol is op creatief gebied zó’n levendige stad. Het was dan ook te verwachten dat ik me daar wat breder zou gaan oriënteren

Dat ik uiteindelijk koos voor de kunstacademie kwam denk ik door een samenkomst van verschillende dingen. Doordat ik vroeger veel bezig was met muziek en skateboarden heb ik veel videoclips en skatevideo’s bekeken. Op een geven moment kwam ik de korte film van Kahlil Joseph ‘Until The Quiet Comes’, met muziek van Flying Lotus, tegen. Ik was zo gefascineerd door die video dat ik wou leren hoe je dit doet. Hoe kun je beeld en geluid zo combineren dat je een verhaal kunt vertellen? Sindsdien ben ik op zoek gegaan naar het vinden van deze combinatie. In het begin door veel zelf te experimenteren, later door te gaan studeren aan de kunstacademie.

In mijn tweede jaar ben ik trouwens wel een tijdje weggeweest van de academie, ik kon even niet zo goed mijn draai vinden binnen en buiten school. Zodoende ben ik in mijn tweede studiejaar voor zes maanden in Bristol gaan studeren.

Fotoserie Parijs (untitled, 2016) – Bram van Dijk

Hoe was die tijd in Bristol voor je?

Dat was heel erg tof. Bristol is op creatief gebied zó’n levendige stad; de skate- en muziekscene, de eindeloze straten vol graffiti en street art. Het was dan ook te verwachten dat ik me daar wat breder zou gaan oriënteren. Veel mensen die ik ontmoette waren met verschillende dingen bezig en dat motiveerde mij om meer te experimenteren. Voordat ik naar Engeland ging was ik al veel bezig met fotografie, maar daar ben ik het wel iets serieuzer gaan nemen. Mede doordat ik met vrienden tot laat in de avond in de doka werkte. Ze hadden een groot soundsystem in de ruimte waardoor de tijd volledig aan je voorbij ging.

Veel mensen die ik ontmoette waren met verschillende dingen bezig en dat motiveerde mij om meer te experimenteren

Inspireerde deze omgeving jou om ook andere disciplines uit te proberen?

Ja, zeker! Een aantal van de vrienden waarmee ik in de doka werkte studeerde eigenlijk illustratie. Als ze niet in de doka waren dan waren ze vaak in de zeefdrukkerij te vinden. Door ze af en toe op te zoeken leerde ik vanzelf meer over zeefdrukken, risograph en lithografie. Dit zijn dingen die voorheen wat verder van me af stonden, maar doordat ik er toen mee ben gaan werken ben ik anders gaan denken. Je denkt als maker in mogelijkheden, zoals een skateboarder naar een bankje op straat kijkt terwijl hij in zijn hoofd een bepaalde trick visualiseert. Zo verbreed het leren van een nieuwe techniek ook je creatieve mogelijkheden.

Fotoserie Parijs (untitled, 2016) – Bram van Dijk

Wat gebeurde er toen je weer terugkeerde naar Nederland?

Weggaan is soms makkelijker dan terugkeren. Het was vreemd om in korte tijd een leven op te bouwen om het vervolgens achter te laten. De meeste vrienden die ik in Bristol had waren zelf ook op uitwisseling, waardoor alles een beetje versnipperde. Hoe dan ook, eenmaal terug in Nederland ben ik eigenlijk doorgegaan met het pad dat ik in Bristol ingeslagen was. Ik was nog niet bepaald een pro zeefdrukker, dus af en toe pakte ik de kans om weer wat te proberen. Volgens mij was het eerste project dat ik deed toen ik terug kwam zelfs een korte serie van zes A3-prints. Maar daar had ik een onvoldoende voor, dus laten we het daar niet over hebben.

Het werken in-opdracht-van kan soms een beetje frustrerend zijn. Daarom ging ik soms in de avond en weekenden alleen op pad om te fotograferen

Daarna ging je dus stage lopen in Parijs. Hoe was dat?

Hmm, dat was even wennen. In tegenstelling tot Bristol is dit een stad die wat minder bij me past. Ik begin nu wel mijn draai te vinden, maar tijdens mijn stage was het allemaal nog onwennig. De rauwheid van Bristol en het vrije leven dat je tijdens een uitwisseling kan hebben werd een beetje overgenomen door de volle werkweek en de drukte van de stad. Ook het contact leggen met mensen verliep stroef. Allereerst had ik weinig tijd omdat ik veel werkte en doordat ik veel oudere collega’s had kon ik daar ook niet echt lekker bij aansluiten. Gelukkig ben ik via mijn huisgenoot en door het skaten op straat uiteindelijk wel met een aantal mensen bevriend geraakt. Dus die zie ik natuurlijk nu wel veel.

Still uit ‘Gallivant’ – Bram van Dijk

Had je na je stageperiode eigenlijk wel zin om af te studeren?

Ja, ik had er juist zin in. Het werken in-opdracht-van kan soms een beetje frustrerend zijn. De dagen beginnen soms op elkaar te lijken en je voelt je weleens een soort zielloze robot. Daarom ging ik soms in de avond en weekenden alleen op pad om te fotograferen. Eenmaal terug in Nederland heb ik alle foto’s ontwikkeld en gescand. Het was een soort brug tussen twee werelden. Toen ik weer in Rotterdam woonde keek ik uren naar het leven dat ik in Parijs had. Later hebben deze foto’s zich gevormd tot een boek dat uiteindelijk de visuele inspiratie is geworden voor mijn afstudeerfilm ‘Gallivant’.

Om bepaalde dingen zo echt mogelijk aan te laten voelen wilde ik ruimte geven voor improvisatie en toeval

Wat betekent je afstudeerproject nu voor je?

De film betekend onwijs veel voor me, vooral het proces ernaartoe eigenlijk. Je probeert toch alles wat je in de jaren daarvoor geleerd hebt samen te laten komen. Daarnaast wilde ik ook weer nieuwe dingen proberen, wetende dat ik niet snel weer zo’n groot project zou kunnen draaien. Zo heb ik bij het regisseren een aantal scènes niet volledig uitgelegd aan de acteurs. Om bepaalde dingen zo echt mogelijk aan te laten voelen wilde ik ruimte geven voor improvisatie en toeval. Technieken die ik eigenlijk al heb ontdekt tijdens het toneelspelen, jaren geleden. Daarnaast besloot ik om op 16mm film te draaien. Na veel analoog gefotografeerd te hebben droomde ik ervan om ooit iets op film te kunnen draaien, en met het fotoboek als visuele inspiratie voelde het een beetje als een ‘nu of nooit’-moment. Ik moest wel.

Ik ben iedereen die me geholpen heeft ook onwijs dankbaar. Het is dan wel mijn afstudeerproject, maar zonder alle hulp had het er nooit zo uitgezien. Het feit dat je eerst heel lang in je eentje achter je laptop zit te schrijven en te regelen, en dat er dan uiteindelijk tien man op de set klaarstaan om je te helpen – dat heeft veel indruk op me gemaakt. Soms heb ik het idee dat de draaidagen belangrijker voor me zijn geweest dan de uiteindelijke film.

final_grade_1920_1080.Still009

Still uit ‘Gallivant’ – Bram van Dijk

Wat zijn je plannen voor de toekomst op dit moment?

De aankomende tijd wil ik sowieso in Parijs blijven. Inmiddels ben ik veel meer van de stad gaan houden. De komende maanden hoop ik weer wat projecten af te maken en op te starten. Eigenlijk wil ik wat kleinere experimenten doen, meer voor mezelf, om weer wat nieuws te proberen. Tussendoor blijf ik fotograferen, misschien komt er ooit wel weer een nieuw boek. Die kan ik dan weer gebruiken als inspiratie voor een nieuwe film. Wie weet, we zullen zien.

Bram van Dijk

Portretfoto: Nick Helderman

Fotoserie Parijs (untitled, 2016) – Bram van Dijk

Fotoserie Parijs (untitled, 2016) – Bram van Dijk

Fotoserie Parijs (untitled, 2016) – Bram van Dijk

 

Supported by

IN10     Bakken & Bæck     Label A

VBAT     Jungle Minds     Mirabeau

VanBerlo     Grrr     Hoppinger

]]>
http://www.fontanel.nl/interview/bram-van-dijk/feed/ 0
Dutch Design Talents 2017: Aafke Bouman http://www.fontanel.nl/interview/aafke-bouman/ http://www.fontanel.nl/interview/aafke-bouman/#comments Mon, 30 Oct 2017 14:41:13 +0000 http://www.fontanel.nl?p=15639&post_type=nieuwwerk&preview_id=15639 Hoe gaat het met je?

Het gaat goed. Ik heb recentelijk gehoord dat ik geselecteerd ben voor het Kunstparticipatieproject van het K.F. Hein Fonds en daar ben ik tot en met juni 2018 mee bezig. Het project richt zich op ‘t Groene Sticht in Leidsche Rijn, een woon-werkgemeenschap voor ex-daklozen. Het idee is om eerst interviews af te nemen met alle bewoners en vervolgens met die informatie een nieuw werk te maken.

Best een autonoom project.

Dat klopt wel. Ze vroegen me in eerste instantie of ik samen met de mensen werk wilde gaan maken of me liever zou laten inspireren – toen heb ik heel bewust voor het tweede gekozen. Ik ben heel benieuwd waar mensen die weer in de maatschappij willen terugkeren mee gaan komen, omdat het eigenlijk het tegenovergestelde is van mijn afstudeerproject over mensen die willen verdwijnen.

Hoe ben je ooit op de kunstacademie terecht gekomen?

Ik heb eerst de vooropleiding gedaan bij de HKU, omdat ik in het laatste jaar van de middelbare school wel wist dat ik iets met kunst wilde, maar ik wist absoluut niet welke richting. Op dat moment koos ik voor grafisch ontwerp, waarschijnlijk omdat ik een veilige keuze wilde maken. Vervolgens heb ik ook een jaar grafisch ontwerp gestudeerd aan de KABK, maar kwam ik er snel achter dat ik veel liever met mijn handen werk dan met de computer.

Toen ik in het tweede jaar Beeldrijm kreeg, realiseerde ik me pas echt dat een beeld op zichzelf kan staan en een heel verhaal kan vertellen

Ik startte gewoon het liefst met een tekening. Binnen grafisch moest ik juist meteen met een ontwerp starten en daarom heb ik na dat jaar de keuze gemaakt voor illustratie. Dat betekende dat ik terug moest naar de HKU, want de KABK biedt dat niet aan. Nu ben ik super blij dat ik voor illustratie heb gekozen, want hier heb ik uiteindelijk precies in gevonden waar ik naar op zoek was.

Strangers in Strange Lands

Je wilde op de middelbare school sowieso iets binnen de kunsten: wat was je referentiekader toen?

Van mijn dertiende tot mijn negentiende heb ik tekenles gehad en ook mijn oma was altijd bezig met schilderen en dingen maken, dus dat was altijd al onderdeel van mijn realiteit. Ik wist verder gewoon heel weinig, denk ik nu. Ik koos grafisch ontwerp vanwege het vormgeven. Op dat moment vond ik mode ook al heel erg leuk, dus dat was ergens ook nog een optie, maar na dat jaar aan de KABK ontdekte ik het analoog vormgeven van beeld heel erg.

Hoe kijk je terug op je persoonlijke ontwikkeling binnen je opleiding Illustratie?

Ik ben in de afgelopen jaren mijn fascinatie voor het autonome absoluut niet kwijtgeraakt, maar ik ben het in opdracht werken ook wel gaan waarderen, ondanks dat ik dit eerder een beetje als droge materie zag. Vooral het feit dat je een deel van een verhaal toevoegt aan een tekst, is iets wat ik nu ook interessant ben gaan vinden. Als ik erover nadenk is het afwisselen van die twee vormen van illustratie voor mij persoonlijk ideaal.

Was er een soort ijkpunt in die ontwikkeling?

Nu, terugkijkend, denk ik dat het vak Beeldrijm voor mij persoonlijk heel goed geweest is. Voor dat vak zag ik, zoals ik net al zei, illustratie nog vrij direct en droog. Toen ik in het tweede jaar Beeldrijm kreeg, wat denk ik überhaupt mijn favoriete vak  was, realiseerde ik me pas echt dat een beeld op zichzelf kan staan en een heel verhaal kan vertellen. Vanaf dat moment zag ik de autonome potentie van illustratie pas volledig. Ik heb toen als opdracht een boekje gemaakt op basis van allerlei objecten die ik in de kringloopwinkel had gevonden, die ik in een compositie had gefotografeerd en vervolgens met een tekening op had gereageerd – waardoor er een verhaal ontstond. Om op die manier om te gaan met de narratieve kracht van beeld en hierin alles te kunnen vormgeven was echt een openbaring en heeft uiteindelijk ook tot de werkwijze voor mijn afstuderen geleid.

Strangers in Strange Lands

Ben je toen ook naar andere dingen gaan kijken voor inspiratie?

Fotografie heeft eigenlijk altijd wel een grote rol gespeeld. Ik ben al heel lang bezig om met mijn telefoon kleine foto’s te maken van situaties, die ik vervolgens dan weer gebruik voor mijn tekeningen. Die losse foto’s kan ik heel snel schieten en meerdere van die beelden vormen zich in mijn hoofd dan samen tot nieuwe beelden die een verhaal vertellen.

Verder zijn tijdens de academie documentaires ook steeds meer als inspiratiebron gaan gelden. Ik kwam er op een gegeven moment achter dat ik in mijn werk de wisselwerking tussen een documentaire weergave en fictieve weergave heel interessant vind en ben dat steeds meer gaan gebruiken.

Ik kwam erachter dat ik in mijn werk de wisselwerking tussen een documentaire weergave en fictieve weergave heel interessant vind

Inspiratie uit documentaires geldt in het bijzonder voor mijn afstudeerproject. Zo heb ik me erg laten inspireren door de documentaire ‘Somewhere to Disappear’ (2010) van fotograaf Alec Soth, over mensen die zich buiten de maatschappij plaatsen. Ik zag die documentaire voor het eerst drie jaar geleden, wat toen heel erg een zaadje geplant heeft wat betreft de thematiek. Vervolgens keek ik hem nog een keer voordat ik met afstuderen begon en dat was echt het startpunt om die thematiek voor mezelf te onderzoeken in mijn project. Uiteindelijk zijn daar de drie fictieve verhalen over drie verdwenen personen uitgekomen.

En de mensen op de academie, werd je ook door hen geïnspireerd?

Ik ben eigenlijk altijd best wel op mezelf geweest, ondanks dat ik een fijne klas had en veel tijd in de ateliers op de academie heb doorgebracht. Daar waren dan altijd wel anderen, maar dan zat ik eigenlijk altijd in een hoekje alleen te werken.

Strangers in Strange Lands

Wat betekent je afstudeerproject nu voor je?

Ik zie het echt als een beginpunt van een werkwijze die ik heel erg goed vond werken. Het is natuurlijk wel een afgesloten project: ik ga het niet meer uitbreiden. Maar de thematiek en werkwijze wil ik in de toekomst graag blijven gebruiken. Het feit dat ik mezelf als maker opgesteld heb als een soort rechercheur op zoek naar de drie hoofdrolspelers van mijn afstudeerproject, stelde me in staat om heel associatief met beeld om te gaan en de wereld te observeren. Op die manier kon ik, bij wijze van spreken, een blikje op straat onderdeel maken van mijn project, als ik dat vond passen. Ik kon op deze manier mijn inspiratie overal om me heen vinden. Daardoor kon het project zelf alle kanten op gaan, wat ik heel fijn vond. Het hele project kon grenzeloos in mijn geest ontstaan, dat vind ik heel tof.

Ik kijk eigenlijk heel positief terug op mijn afstuderen, dus dat gevoel wil ik zo lang mogelijk proberen vast te houden

Hoe ik vervolgens deze werkwijze ook kan gebruiken in editorial werk is overigens echt nog een zoektocht. Inmiddels heb ik wel een groot beeldarchief opgebouwd, waar ik weer naar kan refereren als ik echt een specifieke opdracht binnen krijg. Op die manier hoef ik dus niet te starten met een blanco vel, maar probeer ik in opdrachten ook aanknopingspunten te vinden met mijn archief.

Strangers in Strange Lands

Raakt de thematiek van je afstudeerproject, het verdwijnen, jou als persoon ook?

Het is niet zo dat ik echt wil verdwijnen, maar het fascineert me wel enorm. Ik vraag me wel af hoe het zou zijn als ik er niet meer zou zijn. Hoe dat in zijn werk zou gaan en wat voor reactie dat teweeg zou brengen.

Hoe zie je de toekomst?

Naast de opdracht voor het K.F. Hein Fonds, ga ik in november een residency van een week doen bij Extrapool in Nijmegen. Daar kijk ik ook heel erg naar uit. Daarnaast ga ik ook heel erg mijn best doen om editorial illustraties in opdracht te kunnen maken door allerlei redacties aan te schrijven. Het is even afwachten wat daar uit gaat komen.

Ik kijk eigenlijk heel positief terug op mijn afstuderen, dus dat gevoel wil ik zo lang mogelijk proberen vast te houden. Ondanks dat het natuurlijk ook spannend is. Het is in ieder geval goed dat ik een groot project als voor het K.F. Hein Fonds kan doen de aankomende maanden, dat zorgt voor houvast.

Aafke Bouman

Portretfoto: Nick Helderman

Strangers in Strange Lands

Strangers in Strange Lands

Strangers in Strange Lands

Supported by

IN10     Bakken & Bæck     Label A

VBAT     Jungle Minds     Mirabeau

VanBerlo     Grrr     Hoppinger

]]>
http://www.fontanel.nl/interview/aafke-bouman/feed/ 0
Dutch Design Talents 2017: Yu-Tzu Huang http://www.fontanel.nl/interview/yu-tzu-huang/ http://www.fontanel.nl/interview/yu-tzu-huang/#comments Fri, 13 Oct 2017 09:11:46 +0000 http://www.fontanel.nl?p=15533&post_type=nieuwwerk&preview_id=15533 You are originally from Taiwan, how did you end up at the Design Academy in Eindhoven?

I discovered the school through recommendations of friends back in Taiwan. They told me about conceptual design, which is a completely different way of thinking that doesn’t really exist in the educational system of Taiwan. There everything is placed in a practical framework. To be given just a thought or a completely abstract assessment, as the case at Design Academy, felt like a radically different world, but it really attracted me to find out what would come out of my hands while studying it.

How did your friends know about it?

One of my friends actually studied here in Eindhoven before, so when she came back to Taiwan, she told me about how it was. She felt it would be a good step for me as well. I already had learned about the Design Academy before that as it is quite famous in Taiwan. The school really placed itself on the world map in the last decade, I feel.

What were you studying in Taiwan?

The name was Commercial Design, which means that you actually study a lot of things: graphic design, typography, photography. Everything is combined into one study direction, but as I said before, everything is extremely functional. The complete curriculum, which is the case with any design specialization, is focused on bringing functional products on the market. With information from everywhere being at hand via the internet, I slowly became familiar with European design thinking, going beyond functionality. At the end of my studies in Taiwan, I knew I wanted to discover this and go beyond everything I was thought in Taiwan.

It was very exciting and inspiring to see that a lot of projects touched far beyond just design and felt much more like art

I suspected that my ambition wasn’t really to create functional objects, but that’s all you know when you are in Taiwan. Therefore I needed to find a different educational system and two years ago I decided to do my Masters at Design Academy.

Burning and Rebirth

What happened when you first came to Eindhoven?

My first real experience was the Dutch Design Week, where amongst all the other things, I saw the graduation exhibition. It was very exciting and inspiring to see that a lot of projects touched far beyond just design and felt much more like art. When I experienced this first hand I realized instantly that this was what I wanted to explore for myself and I knew it was impossible to do this in Taiwan. It was a revelation to finally have seen this for myself after hearing the stories about it.

To be stimulated to find an idea without being told what the rules of that idea should be, was a very fruitful way of working for me

When I joined the Design Academy for the Masters program in the next year, I set the ambition for myself to just open myself to every single experience I could get. I wanted to be a sponge. This resulted in a super experience, which basically didn’t stop until today.

Where did you find inspiration for the work you have created during your education at Design Academy?

While I was in Eindhoven, I started to research a lot of work by famous Dutch designers in different fields. Some of the designers I admire are Droog, Karel Martens and Metahaven. I also have to mention the teachers here as their approach to let a student explore their own voice was a method I hadn’t experienced before. In Taiwan there was always a strict curriculum that all teachers followed. To be stimulated to find an idea without being told what the rules of that idea should be, was a very fruitful way of working for me as an individual who initially was taught a completely different way of thinking.

Burning and Rebirth

Was there one particular moment where you changed as a designer within this conceptual design thinking?

At the beginning it was quite hard for me to really understand what teachers were telling me or asking me. I remember one particular workshop which is called Observing The City that felt like a turning point in me understanding what conceptual design thinking is. In the workshop students are asked to observe Eindhoven, to create some kind of map based on some body of information rooted in your individual observations.

Even after I return to Taiwan, I want to keep on researching both my personal identity, the Taiwanese identity and how they interact

To explore a city like Eindhoven in the context of such a design assessment was something I had never done before. It really struck me how personal any design would be as it was always rooted in the observations of an individual designer. I realized that every human sees the city differently and therefore every product of design would be something completely different. I think you could call this a turning point, as from this workshop on I really started to formulate my individual perspective in everything I created for Design Academy and even what I would create privately.

What does your graduation project mean to you?

When I moved to The Netherlands, for the first time in my life, I encountered people with all different nationalities and I experienced that one of the universal questions everyone asks is: “Where are you from?” That triggered me to ask this question about myself as an individual and myself as a Taiwanese. These kind of questions are the products of being away from home and eventually resulted in my graduation project, but I don’t feel that I have formulated concrete answers yet. Even after I return to Taiwan, I want to keep on researching both my personal identity, the Taiwanese identity and how they interact.

It really feels like a starting point when it come to creating work from this field of research. I want to keep on delving into this during the coming years. Above everything else, to have created such a personal project really shows me that I have succeeded in bringing the conceptual design thinking into my personal practice, which I want to keep on doing in the future. That was the main goal to come to Europe. So I’m happy I succeeded in this.

Burning and Rebirth

You were able to see Taiwan and yourself as a Taiwanese individual differently because you came to the Netherlands?

Exactly. I will be able to keep on doing this for one more year as I applied to stay another year. After the coming twelve months I will see what the next step is.

At this point I have tried to get in touch with students in Taiwan to exhibit my graduation project there as well, but I haven’t succeeded in this so far. It is quite a sensitive topic to address the Taiwanese identity, so I’m pretty sure that a lot of people back home will not agree, but I feel it’s important to present my personal statement in this. I really would love to see my project start a dialogue in Taiwan from my personal point of view at one point.

What are you ambitions for the near future?

I would like to work with some research based design studios, and develop my personal projects simultaneously. That doesn’t have to be in Eindhoven, I’m also looking at places like Amsterdam. It would be great to earn my living as a designer, but still be able to expand my experience in research which will let me grow as an individual. I feel I still have a lot to learn.

Yu-Tzu Huang

Portretfoto: Nick Helderman

Burning and Rebirth

Burning and Rebirth

Supported by

IN10     Bakken & Bæck     Label A

VBAT     Jungle Minds     Mirabeau

VanBerlo     Grrr     Hoppinger

]]>
http://www.fontanel.nl/interview/yu-tzu-huang/feed/ 0
Dutch Design Talents 2017: Michelle van Ool http://www.fontanel.nl/interview/michelle-van-ool/ http://www.fontanel.nl/interview/michelle-van-ool/#comments Thu, 05 Oct 2017 10:04:11 +0000 http://www.fontanel.nl?p=15469&post_type=nieuwwerk&preview_id=15469 Hoe gaat het met je?

Het gaat goed. Ik ben net terug van twee weken Boisbuchet in Frankrijk, waar ik geassisteerd heb bij de glas- en keramiekworkshops van mijn voormalig stagebedrijf Studio Glithero. In Boisbuchet worden in de zomerperiode drie maanden lang workshops gegeven. Dat is heel tof, want er komen daar allerlei mensen uit verschillende disciplines, waardoor het een heel inspirerende ervaring is.

Hoe ben je vier jaar geleden op ArtEZ terechtgekomen?

Ik wist eigenlijk altijd al dat ik iets creatiefs wilde gaan doen, maar ik ben in eerste instantie naar studies gaan kijken zoals Communication & Multimedia Design, omdat ik vanuit thuis meekreeg dat ik een opleiding moest gaan doen waarmee ik ook zekerheid op een baan had. Blijkbaar denken mensen dat je geen baan kan krijgen als je kunstacademie gedaan hebt. Toen ik eenmaal naar open dagen ging merkte ik al snel dat ik toch naar de kunstacademie wilde. Achteraf ben ik blij met die keuze; ik denk namelijk dat je moet doen in je leven waar je enthousiast van wordt, als je ergens vol voor gaat kun je met alles je brood verdienen.

Mijn keuze viel op ArtEZ nadat ik daar een meeloopdag gevolgd had. In eerste instantie wilde ik Grafisch Ontwerp gaan doen, maar uiteindelijk ben ik bij Interaction Design uitgekomen. Het is minder toegepast dan andere ontwerprichtingen binnen ArtEZ; het medium waarin je een opdracht uitvoert is eigenlijk altijd vrij, waardoor je je eigen interesses kan onderzoeken. Wat dat betreft voel ik me bevoorrecht dat ik door mijn studie erachter ben gekomen wat ik wil en me hierin heb kunnen ontwikkelen.

Mediated Reality

Wat was je referentiekader toen je begon aan ArtEZ?

Als kind was ik eigenlijk altijd al dingen aan het maken: ik verzamelde bijvoorbeeld onderweg van school naar huis allemaal dingen en eenmaal thuis legde ik al die spullen op tafel en ging ik daarmee nieuwe objecten maken. Op de middelbare school kwam daar ook muziek bij: ik speelde viool en zong in een bandje. Dus ik was voor de kunstacademie al heel erg bezig met mezelf te uiten. Als ik eenmaal iets in mijn hoofd had, dan ging ik er ook voor de volle honderd procent voor. Het ontbrak me nooit aan motivatie, ook al lukten dingen nog niet meteen. Die mindset heb ik ook tijdens de academie gehad.

Hoe zie je je persoonlijke ontwikkeling tijdens je studie?

Ik vind het heel interessant om naar analoge machines te kijken, omdat je daar de mechanische processen nog daadwerkelijk kunt herkennen als je het lang genoeg onderzoekt. Uit die fascinatie voor analoge mechaniek heb ik tijdens de academie veel inspiratie geput. Bijvoorbeeld door machines uit de kringloopwinkel helemaal te demonteren en onderzoeken: dat heeft me weer allerlei ideeën gegeven voor mijn eigen projecten.

Als ik eenmaal iets in mijn hoofd had, dan ging ik er ook voor de volle honderd procent voor. Die mindset heb ik ook tijdens de academie gehad

Ik denk dat ik na twee jaar langzaam een rode draad begon te zien in wat ik deed. Ik begon in te zien dat mijn projecten hoofdzakelijk gingen over hoe we de wereld om ons heen waarnemen op basis van onze zintuigen en brein. Achteraf vind ik het heel logisch dat dit onderwerp vaak terugkeert in mijn werk, aangezien ik al jaren twijfel over mijn eigen waarneming. Soms vind ik dromen en de echte wereld moeilijk te onderscheiden. Mijn eindexamenwerk gaat in het bijzonder over hoe beelden niet altijd betrouwbaar zijn en makkelijk onderhevig zijn aan manipulatie. Toen ik dat eenmaal helder voor ogen had ben ik me hier specifiek op gaan richten als onderzoeksveld.

Mediated Reality

Hoe ervoer je je stage bij Studio Glithero?

Dat was heel bijzonder. Het is een kleine studio in Londen van twee personen: Tim Simpson en Sarah van Gameren, die samen op het Royal College of Art Product Design gestudeerd hebben. Hun praktijk zit tussen Interaction Design en Product Design in, en dat was ook de reden waarom ik naar hen toe wilde. Al vanaf het eerste jaar op ArtEZ kwam ik in de werkplaatsen in contact met het werk van mensen binnen Product Design, waarvan de esthetiek mij aansprak. Voor mijn stage ging ik op zoek naar een raakvlak tussen deze twee werkvelden.

In de toekomst zie ik mezelf deze richting die ik ben ingeslagen ook nog verder uitdiepen

In totaal heb ik vier maanden in Londen gezeten, waarvan ik drie maanden stage gelopen heb. Het was überhaupt mijn eerste stage bij een ontwerpstudio en ik vind het, terugkijkend, heel fijn dat ik uiteindelijk voor een kleine studio ben gegaan. Ik was voornamelijk alleen met Tim en Sarah aan het werk, waardoor ik superveel heb kunnen leren. Ik kreeg ook al vrij snel verantwoordelijkheden waardoor je je niet kon verstoppen.

Mediated Reality

Hoe was het om hun werkwijze van zo dichtbij mee te maken, zie je dat jezelf ook zo doen in de toekomst?

Zij werken zowel aan de toegepaste kant als ook aan autonome projecten, maar in beide gevallen passen ze dezelfde onderzoekende werkwijze toe om tot de vorm te komen. Dat was heel inspirerend om te zien. Tijdens mijn stage deed Glithero een project voor London Design Week in het Victoria and Albert Museum in samenwerking met het horlogemerk Panerai. Voor dit project hebben ze zich laten inspireren door de mechaniek van een horloge. Ze namen dus de techniek van het horloge als inspiratiebron, om dat vervolgens geheel naar hun eigen visie tot een project te vormen. Deze werkwijze spreekt mij erg aan.

Dat ik nu voor het eerst niet precies weet waar het op dit moment allemaal naar toe gaat leiden, vind ik eigenlijk wel fijn

Hoe kijk je vervolgens terug op het afstuderen?

Ik vond het vooral aan het begin lastig, omdat het voor het eerst was dat ik heel lang de tijd kreeg voor een project. Ik ben een persoon die dingen vooruit wil plannen, maar omdat de periode nu zo lang was, moest ik hier in het begin heel erg aan wennen. Uiteindelijk vond ik het juist fijn dat ik zo lang de tijd had, want daardoor kon ik diep in de materie duiken en dingen uitzoeken.

Mediated Reality

Wat betekent je afstudeerproject voor je?

Ik denk dat het mooi in lijn ligt met de projecten die ik eerder op de academie heb gemaakt. Je ziet natuurlijk wel dat er meer onderzoek aan ten grondslag ligt, en hierdoor heb ik wel echt iets kunnen maken waar ik volledig achter sta. Daarmee is het wel de perfecte afsluiter van mijn tijd aan de academie. In de toekomst zie ik mezelf deze richting die ik ben ingeslagen verder uitdiepen, dus wat dat betreft is het ook weer een startpunt.

Hoe zie je de nabije toekomst?

Mijn afstudeerproject wordt op dit moment geëxposeerd in Projektraum Bahnhof 25 in Kleve, samen met het werk van Marlou Rutten die dit jaar afgestudeerd is in Product Design. Ik zou het interessant vinden om te onderzoeken of wij ook samen werk zouden kunnen maken, dat moet in de toekomst gaan blijken. Ik zie mezelf op dit moment nog niet full time werken bij een ontwerpstudio, omdat ik graag mijn energie wil bewaren voor mijn eigen projecten.

Bovendien ben ik nu 21 en omdat ik altijd op school zat heb ik altijd precies geweten waar ik aan toe was. Het idee dat ik nu voor het eerst niet precies weet waar het op dit moment allemaal naar toe gaat leiden, vind ik eigenlijk wel fijn.

Michelle van Ool

Portretfoto: Nick Helderman

Optic Deception

Optic Deception

Contra-Vision, in samenwerking met Sjef van Beers

Contra-Vision, in samenwerking met Sjef van Beers

Supported by

IN10     Bakken & Bæck     Label A

VBAT     Jungle Minds     Mirabeau

VanBerlo     Grrr     Hoppinger

]]>
http://www.fontanel.nl/interview/michelle-van-ool/feed/ 0
Hansje van Halem http://www.fontanel.nl/interview/hansje-van-halem/ http://www.fontanel.nl/interview/hansje-van-halem/#comments Wed, 27 Sep 2017 10:00:09 +0000 http://www.fontanel.nl?p=15423&post_type=nieuwwerk&preview_id=15423 Aangezien we nog midden in onze FONTANEL Finals cyclus zitten, ben ik allereerst benieuwd hoe jij zelf inmiddels terugkijkt op je tijd aan de Gerrit Rietveld Academie?

Ik kwam daar binnen als een gefrustreerde student uit Den Haag, aangezien ik was overgestapt van de KABK. Op dat moment had ik mijn bedenkingen over het systeem in Den Haag en dacht dat het allemaal creatiever en vrijzinniger zou moeten. Op dat moment besloot ik ook om niet meer te klagen. In Den Haag had ik best wel een negatieve houding gehad en toen ik in Amsterdam begon was ik er klaar voor om het ‘hier maar mee te doen’.

In die tijd was op de KABK heel erg gedefinieerd wat grafisch ontwerp was en aan de Rietveld bestonden die grenzen eigenlijk helemaal niet. Als je daar dingen anders wilde interpreteren werd dat ook geaccepteerd. Als ontwerper in spe was het voor mij goed om een strakke definitie los te laten.

Je was op dat moment al bezig met wat grafisch ontwerp überhaupt was?

Ik geloof niet dat ik het benaderde op het intrinsieke niveau van wat grafisch ontwerp was, maar ik stelde wel vragen als “wat is een boek?” en “wat is typografie?”. In Den Haag stonden dat soort onderdelen van grafisch ontwerp bijna niet ter discussie: dat ging heel erg om heldere regels. Op de Rietveld werd daar veel vrijer mee omgegaan.

Waar keek je op dat moment naar qua referentiekader?

Voordat ik aan de kunstacademie begon schreef ik dagboeken vol met letters en op die manier ben ik toen bij grafisch ontwerp uitgekomen. Ik heb altijd van boeken en van tekst gehouden, maar was totaal niet op de hoogte van grafisch ontwerp, nog steeds niet denk ik. Toen keek ik dus, net als nu, naar oude boeken en andere dingen die ik persoonlijk mooi vind.

Mijn referentiekader op de Rietveld werden mijn docenten. Dat waren de rocksterren van dat moment: Experimental Jetset, Mevis & van Deursen. Dat waren de grote voorbeelden. En zij lieten weer veel werk zien van de mensen die zij tof vonden. Op die manier groeit je referentiekader. Er was überhaupt een heel sterk besef wat goed en slecht was. Daardoor had ik dezelfde smaak als de mensen om me heen. Op die manier heeft iedere kunstacademie heel erg zijn eigen modus en do and don’ts qua stijl. Op de Rietveld was dat destijds het conceptuele, uitgeklede ‘witte boekjes, zwarte typografie’. Die hele postmodernistische beweging was wat voor ons gevoel ‘goed’ was.

De studio van Hansje van Halem

Ik denk dat die invloedssfeer van docent op leerling inmiddels wel heel erg is opengebroken: er is zoveel meer informatie en inspiratie beschikbaar naast wat je van je docenten aangereikt krijgt.

Dat is volledig veranderd, inderdaad. Wij gingen naar de boekhandel als we hoorden dat een bepaalde docent in een boek gepubliceerd was. Het feit dat zo iemand gepubliceerd was betekende ook automatisch dat iemand heel goed was in onze ogen. Meer vragen stelde ik op dat moment eigenlijk niet. Mijn docenten hadden geen websites. Blogs bestonden in mijn herinnering nog niet.

Hoe veranderde je blik op deze ontwikkeling toen je eenmaal aan de andere kant van het lokaal stond?

Je kunt als docent niet volledig op de hoogte zijn van wat studenten zien, wat betreft sociale media en blogs. Ik heb er dus ook wel mee geworsteld wanneer mensen heel heftig geïnspireerd waren door ander werk. Ik heb in de lessen studenten altijd geprobeerd op hun geweten aan te spreken. Het is wel eens voorgekomen dat iemand iets gemaakt had wat heel goed was, maar dat je niet zeker weet of diegene dat ergens gevonden heeft. Kopiëren doe je überhaupt niet altijd met opzet. Je kunt ook iets zien en per ongeluk iets maken wat er heel erg op lijkt, maar die verbinding heeft ergens anders in je hoofd plaatsgevonden, zonder dat je hebt gedacht dat je letterlijk iets wilde namaken.

Poster voor Galerie Block C

Wat betekende het dat je al vrij snel het onderwijs ingegaan bent naast je ontwerppraktijk. Zit daar een dynamiek tussen?

Ik heb in het verleden wel eens laten vallen dat ik wilde lesgeven na mijn afstuderen, maar ik weet niet precies of dat het daadwerkelijk een ambitie was of meer een manier om erkenning te krijgen. Nu denk ik eigenlijk dat het meer op erkenning neerkwam. Als je ‘goed’ bent, dan mag je ook lesgeven. Zo had ik dat ook ervaren als student. Ik heb nu al meer dan drie jaar geen les gegeven, wat deels is voortgekomen omdat ik me best machteloos begon te voelen in het lesgeven. Er is altijd maar zo weinig tijd: op een gegeven moment voelde ik me dus niet meer veilig in het lesgeven. Mede omdat ik mijn eigen vakgebied opgerekt had en zelf al een periode geen boek meer gemaakt had, maar op de academie daar nog wel les over gaf. Op een gegeven moment kwam ik op een punt uit dat ik eigenlijk zelf niet precies wist waar ik naar toe wilde en ik moest wel een heldere lijn uitdragen naar mijn studenten. Ik begon me af te vragen of boeken misschien wel niet meer relevant waren en dat de studenten beter met apps bezig konden zijn.

Mijn twijfels over waar ik zelf stond als ontwerper begonnen bij de financiële crisis in 2008. Het hele systeem, waardoor ik als ontwerper gegroeid was na het afstuderen, hield toen in een klap op te bestaan

Toen ben ik er een jaartje tussenuit gegaan en heb ik het vervolgens nooit meer opgepakt. Lesgeven moet echt een ambitie zijn, denk ik. Toen ik eenmaal gestopt was kwam ik tot de conclusie dat ik toch meer van ontwerpen houd dan van les geven. Dat neemt niet weg dat het heel inspirerend is geweest voor mijn ontwerppraktijk om met studenten in contact te staan: ik heb daar enorm veel van geleerd. Onder andere door de open dialoog die je met je studenten moet voeren als docent, wat een positief effect had op mijn interactie met opdrachtgevers.

Nu we er zo over spreken; mijn twijfels over waar ik zelf stond als ontwerper – wat dus ook het les geven steeds moeilijker maakte – begonnen bij de financiële crisis in 2008. Op dat moment hielden eigenlijk alle budgetten op zoals ze daarvoor bestaan hadden. Het hele systeem, waardoor ik als ontwerper gegroeid was na het afstuderen, hield toen in een klap op te bestaan. Het feit dat ik met een startstipendium was begonnen, waardoor ik allerlei vrije opdrachten had kunnen doen en kon groeien was er niet meer vanaf dat moment. Mijn formule was daarmee vijf jaar na het afstuderen verouderd of zelfs verlopen. Hierdoor moest ik het helemaal opnieuw gaan invullen.

Expositie ‘Hansje van Halem: in patterns’, Bijzondere Collecties UvA

Hoe werd je beïnvloed door het veranderende landschap binnen grafisch ontwerp?

Wat er toen het meest inhakte was de angst dat alles op zou houden. Het feit dat na 2008 subsidie een soort vies woord werd en ik me daardoor zelfs een beetje schuldig begon te voelen dat ik dit beroep had gekozen, omdat subsidiëring daar toen zo onderdeel van was. Opeens was de culturele sector een ‘linkse hobby’ geworden. Zelf heb ik maar één keer subsidie gehad in de vorm van het startstipendium, maar als ik naar mijn opdrachtgevers keek dan kregen die allemaal subsidie.

Ik voelde dat ik zelf ook een hele hoop teweeg kan brengen. Ik begreep dat ik niet hoefde te wachten op opdrachtgevers

Naar die lijst kijkende in het licht van de subsidies die zouden verdwijnen: er zouden geen opdrachtgevers over blijven. Ik voelde opeens hoe fragiel het fundament van mijn bestaan was. Daar kwam toen bij dat ik ook opeens minder opdrachten had, waardoor ik helemaal terug naar de basis wilde om eventueel daarna een andere baan te zoeken als dat nodig zou zijn. Ik heb mijn studio opgezegd en ben thuis gaan werken. Door die verandering raakte ik weer helemaal verliefd op het vak, mede omdat ik door thuis te werken weer nieuwe inspiratie vond. Toen werd ik echt bang dat ik het vak zou verliezen, omdat de wereld om me heen zo anders naar die creativiteit begon te kijken.

Omdat ik geen opdrachten had maar wel heel erg de drang tot ontwerpen had, ben ik begonnen met mijn boek en daarnaast begon ik onder de noemer ‘Schrank8’ met exposities in mijn woonkamer. Dat ging allemaal goed en ik voelde dat ik zelf ook een hele hoop teweeg kan brengen. Ik begreep dat ik niet hoefde te wachten op opdrachtgevers. Op dat moment begonnen de opdrachten ook weer te komen.

Identiteit voor Lowlands festival

Dit jaar heb je de nieuwe identiteit ontworpen van Lowlands, een festival dat ooit niche was maar inmiddels dicht tegen mainstream aan zit. Dat je gevraagd werd om op zo’n brede schaal te werken: zou je dat kunnen zien als een nieuwe interpretatie van jou als ontwerper?

Voor mij persoonlijk was dat wel zo. Twee jaar geleden maakte ik voor de tweede keer de cover van de VPRO Gids en heb ik screenshots bijgehouden van het ontwerpproces. Het bleek dat ik echt vijf dagen bezig was om die cover te ontwerpen, die vervolgens maar een week gebruikt wordt. Dat triggerde heel erg de ambitie om met dezelfde energie ook iets breders te maken. Toevallig kwam niet lang daarna Lowlands met de vraag of ik de identiteit en alle uitingen voor mijn rekening kon nemen, waardoor ik het voor het eerst ook kon gaan realiseren.

Het voelt alsof ik langzaam een andere baan krijg, wat ik ergens zonde vind, maar ik moet ook zeggen dat het heel leuk is om te merken dat anderen nog veel beter zijn in bepaalde dingen

Mijn goede vriend Michiel Schuurman zei laatst tegen mij dat ik met deze stap van haute couture naar confectie gegaan ben. Dat vond ik wel een treffende metafoor. Alles was nieuw en ik heb echt heel veel moeten leren. Door die elementaire verandering is het nu de vraag hoe mijn visie dan standhoudt. Ik doe het liefste alles zelf, maar dat is gewoonweg niet mogelijk op deze schaal. Ik heb daardoor heel erg moeten kiezen waar ik de haute couture-werkwijze kon toepassen en wat uitbesteed werd. Zo is gedurende het hele jaar mijn stijl met horten en stoten in nieuwe vormen gegoten.

Vloerdesign in de Bonifatius kerk

Is dat ook het verhaal op Us By Night: hoe deze nieuwe fase in je carrière weer nieuwe uitdagingen met zich meebrengt? En hoe jouw werk(wijze) daardoor verandert?

In mijn verhaal zal waarschijnlijk te zien en horen zijn hoe de kleine dingen escaleren naar grote dingen. Bijvoorbeeld hoe een gedecoreerd schutblad een aanleiding is voor een architectonische opdracht of hoe de letter ‘W’ die ik voor mijn vriend maakte aan de basis stond voor de huisstijl van Lowlands en dankzij de tussenkomst van een programmeur hanteerbaar werd op grotere schaal.

Is die grotere schaal daarmee jouw nieuwe standaard aan het worden?

Het voelt alsof ik langzaam een andere baan krijg, wat ik ergens zonde vind, maar ik moet ook zeggen dat het heel leuk is om te merken dat anderen nog veel beter zijn in bepaalde dingen, waardoor het hele project beter wordt. Meer nog dan bij het lesgeven heb ik echt opnieuw moeten leren communiceren. Voorheen was er alleen de opdrachtgever, maar nu zijn er allerlei mensen die daar nog tussenin zitten en een onderdeel van het proces uitvoeren. Op dit moment ben ik nog heel veel zelf aan het regelen en doet mijn assistent de uitvoering van veel dingen. Dat vind ik wel jammer, want ontwerpen vind ik het allerleukste. Het is dus zaak dat de balans hierin ten alle tijden blijft bestaan, maar daar heb ik in het afgelopen jaar nog heel erg mee geworsteld.

Dit jaar voelde wat dat betreft nog heel erg als overleven, omdat het allemaal zo nieuw was. Volgend jaar wil ik dat allemaal een stuk beter doen. Nu was het nog heel erg mijn assistent en ik, maar het moet dus voor veel meer mensen direct te begrijpen zijn. Ik moet de juiste verhouding vinden om mijn complexe ontwerpprocessen in stand te houden, maar dat dit in de praktijk nog steeds uitbesteed kan worden, waardoor het hele proces veel efficiënter kan. Dat zijn de lessen die ik uit dit jaar wil trekken, waardoor ik alweer heel veel zin in de volgende editie van Lowlands heb. Ik zie mezelf dus in de toekomst zeker op deze schaal werken, alleen hoop ik het in de toekomst wat efficiënter te kunnen regelen zodat ik op een humane manier tijd blijf overhouden om ook andere opdrachten aan te nemen.

Hansje van Halem is een van de sprekers op Us By Night, dat van 23 t/m 25 november 2017 plaatsvindt in Antwerpen.

Portretfoto: Isabella Rozendaal

 

 

Supported by

IN10     Bakken & Bæck     Label A

VBAT     Jungle Minds     Mirabeau

VanBerlo     Grrr     Hoppinger

]]>
http://www.fontanel.nl/interview/hansje-van-halem/feed/ 0
Dutch Design Talents 2017: Stan Haanappel http://www.fontanel.nl/interview/stan-haanappel/ http://www.fontanel.nl/interview/stan-haanappel/#comments Thu, 21 Sep 2017 10:58:40 +0000 http://www.fontanel.nl?p=15367&post_type=nieuwwerk&preview_id=15367 Hoe gaat het met je?

Het gaat heel goed. Ik ben nu sinds kort begonnen bij Studio Dumbar. Tijdens mijn studie had ik hier al stage gelopen en ik ben destijds ook al gevraagd of ik er wilde komen werken. Toch heb ik toen besloten dat ik eerst wilde afstuderen, ondanks dat het pijn in mijn hart deed om nee te zeggen. Werken bij Dumbar was misschien nog wel een grotere droom dan mijn diploma halen. Gelukkig wilden ze mij een jaar later nog steeds hebben.

Hoe ben je ooit op de Willem de Kooning Academie in Rotterdam terecht gekomen?

Ik heb voor mijn tijd aan de academie het Grafisch Lyceum in drie jaar gedaan. Tijdens mijn tweede stage bij Studio Piraat in Den Haag zeiden de jongens daar allemaal dat het goed zou zijn om ook nog kunstacademie te doen. Ik heb toen wel getwijfeld of de academie iets voor mij zou zijn, maar heb het toen uiteindelijk toch gedaan. Ook omdat ik in dat laatste jaar steeds meer in aanraking was gekomen met grafisch ontwerpers wiens niveau ik echt nog niet bereikt had voor mijn gevoel. Ik wilde nog dieper gaan.

Waar zat die diepgang precies in?

Dat lag vooral op conceptueel niveau. Als ik direct na het Grafisch Lyceum was begonnen, dan was ik technisch wel een vaardige ontwerper, maar op conceptueel niveau was ik dat zeker nog niet. Daarnaast was ik op dat moment ook wel benieuwd naar de situatie als er geen opdrachtgever zou zijn: wat ik dan zou maken. Dat wist ik toen eigenlijk nog helemaal niet, omdat je op het Lyceum vaak voor een fictieve klant werkt. Ik wilde dat autonome verhaal heel graag verder ontwikkelen. Uiteindelijk denk ik nu dat het een bijzonder slimme keuze is geweest om nog door te gaan.

Het feit dat ik zonder opdrachtgever ook echt in staat was om iets heel anders te gaan maken: dat was echt een ontdekking

Toen ik het Lyceum bijna had afgerond, was ik ook al heel erg bezig met waar ik wilde gaan werken. Op dat moment had ik eigenlijk ook al de droom om bij een studio als Dumbar te belanden, maar ik weet nu wel dat ik de kunstacademie echt nog nodig had om dat niveau te bereiken, ondanks dat ik toen ook al dacht dat ik er klaar voor was.

Je referentiekader voordat je aan de academie begon lag dus wel al heel erg bij het type studio als Studio Dumbar?

Ja zeker, ik was al voor de academie erg geïnspireerd door Studio Dumbar. Vooral door de sterke identiteiten die ze in het verleden hebben gemaakt en nu nog steeds produceren. De interesse in een studio als deze is tijdens de academie alleen maar gegroeid omdat er naast toegepast werk ook ruimte is voor experiment en deze twee zelfs gecombineerd worden. Dat was ook het geval bij 75B, wat mijn tweede stage was tijdens mijn opleiding op de kunstacademie. Studio Dumbar en 75B zijn sowieso twee van mijn favoriete bureaus, dus het was een eer om daar stage te mogen lopen.

Waar richtte je je in het bijzonder op tijdens je studie aan de academie?

Op een gegeven moment viel het me op dat ik me vaak bezighield met de relatie tussen mens en technologie, met in het bijzonder alledaagse technologie zoals digitaal geheugenverlies, smartphone-batterijen en websites die offline gaan. Op een gegeven moment realiseerde ik me dat hier echt een rode draad in zat qua thematiek. Het is wel grappig dat ik binnen die thematiek wel altijd op zoek ging naar bepaalde kaders, zodat ik ook daadwerkelijk als grafisch ontwerper iets kon gaan maken, want dat doe ik toch het liefste. Ik denk ook dat dit is waar een studie aan een kunstacademie naar toe zou moeten leiden: dat je als individu weet hoe jij je verhoudt tot de discipline waar je in werkt.

Wat betekent de stap naar Studio Dumbar in dat kader, kun je jouw fascinaties daar kwijt?

Bij studio Dumbar kan ik me weer op hele andere fascinaties richten in het werk voor grote klanten: dat vormt mijn drijfveer. Het werk voor veel opdrachtgevers moet tijdloos zijn en dat levert een puzzel op waarin je op zoek gaat naar dat ene ding dat echt goed is. Dat gaat veel meer over vakmanschap in grafisch ontwerp, maar die zoektocht triggert eigenlijk hetzelfde gevoel in mij als mijn onderzoeken aan de academie. Dat komt ook door Liza Enebeis (creative director Studio Dumbar, red.), die bij alle ontwerpen die ik haar laat zien mij steeds aanspoort: “Try harder, try harder, try harder.” Uiteindelijk kan daar dan een identiteit uit rollen die echt decennia meegaat. Hierdoor kan ik opdrachten ook niet los laten, die mentaliteit drijft me enorm.

Het conceptuele denken dat ik meegenomen heb van de academie stelt me in staat om dieper in te gaan op het traditionele grafische werk dat ik maak

Het is fascinerend dat je eigenlijk al je liefde voor het vakmanschap in grafisch ontwerp gevonden had na het Lyceum. In de tijd aan de academie heb je je als individu heel erg ontwikkeld, om vervolgens weer uit te komen bij het vakmanschap waar je je als individu kunt laten gelden.

Inderdaad, daar heb je wel gelijk in. Het conceptuele denken dat ik meegenomen heb van de academie stelt me in staat om dieper in te gaan op het traditionele grafische werk dat ik maak, ondanks dat ik in dienst sta van een opdrachtgever.

Hoe kijk je terug op je afstudeerproject?

Ik zie het niet als een afgesloten hoofdstuk en denk ook wel dat het op de een of andere manier een vervolg gaat krijgen. Het is ook belangrijk dat Koen van Geel hier genoemd wordt aangezien we het met zijn tweeën gedaan hebben. Voor hem geldt overigens, denk ik, wel hetzelfde. Wij zagen het echt als de laatste kans om iets volledig vrij te onderzoeken, zonder grote tijdsdruk. Tijdens Gogbot festival in Enschede hebben we ons afstudeerproject opnieuw geëxposeerd voor de Youngblood awards. De interesse die hier weer was voor onze installatie laat zien dat het project in de toekomst waarschijnlijk nog wel een vervolg gaat krijgen, maar we weten nog niet precies hoe.

StanHaanappel&KoenvanGeel_the-finite-battery_visual

Hoe zie je nu de toekomst?

Nu ga ik natuurlijk vol voor Studio Dumbar. Ergens in de toekomst zie ik mezelf ook nog mijn eigen bedrijf, of iets dergelijks, starten. Ik weet nog helemaal niet wat dat dan precies gaat zijn en met wie. Het is ook moeilijk te zeggen hoe lang ik daadwerkelijk bij Dumbar zal blijven, maar ik weet wel dat ik er alles uit wil halen en heel veel nieuwe dingen ga leren op allerlei niveaus. Wat er allemaal precies nog gaat komen weet ik niet. Ik zit nu in ieder geval goed.

Stan Haanappel

Portretfoto: Nick Helderman

Are_you_humanStanHaanappel_ArchiveTeam_poster-analoog

Supported by

IN10     Bakken & Bæck     Label A

VBAT     Jungle Minds     Mirabeau

VanBerlo     Grrr     Hoppinger

]]>
http://www.fontanel.nl/interview/stan-haanappel/feed/ 0
Dutch Design Talents 2017: Devi Heller http://www.fontanel.nl/interview/devi-heller/ http://www.fontanel.nl/interview/devi-heller/#comments Tue, 12 Sep 2017 15:09:45 +0000 http://www.fontanel.nl?p=15201&post_type=nieuwwerk&preview_id=15201 Hoe gaat het met je?

Het gaat goed. Ik heb op dit moment nog vakantie, maar ik probeer toch heel erg bezig te blijven, want dat werkt toch beter voor mij.

Hoe ben je ooit op de kunstacademie terecht gekomen?

Ik kwam direct van de middelbare school in Emmen. Op dat moment wist ik vooral heel goed wat ik niet wilde doen. Wat ik wel wilde doen was een stuk onduidelijker toen. Op de middelbare school haalde ik het meeste voldoening uit vakken als handvaardigheid en de meer culturele dingen, dus toen heb ik daar met docenten over gesproken en zij raadden mij aan om grafisch ontwerp te gaan studeren. Op dat moment had ik echt geen idee wat grafisch ontwerp was. Ik ben toen wel naar open dagen gegaan en Academie Minerva voelde wel als de meest logische keuze.

Ik begon aan de opleiding en wist eigenlijk nog steeds niet echt wat grafisch ontwerp was, maar het beviel me wel. Gaandeweg kwam ik er wel achter dat grafisch ontwerp iets is waar ik onbewust al wel mee bezig was.

1_DISAPPOINTMENT.HTML_DEF

Was je met tekenen bezig toen je jonger was?

Ik tekende wel, maar dat waren dan vaak schetsen van iets wat ik wilde gaan maken. In het eerste jaar aan Minerva doe je zowel grafisch als illustratie; toen ben ik er ook wel achter gekomen dat ik niet goed genoeg in tekenen was om het beeld dat ik in mijn hoofd had op de juiste manier op papier te krijgen. Daarnaast had ik ook nooit de drive om mezelf te ontwikkelen in mijn illustratieve uitingen, dus grafisch ontwerp lag al snel in dat jaar voor de hand.

Je bent eigenlijk zonder een concreet referentiekader begonnen aan de kunstacademie. Hoe heeft zich dat ontwikkeld?

Ik ging er inderdaad vrijwel blanco in. Gedurende de studie realiseerde ik me dat bijvoorbeeld de posters die ik voor feestjes gemaakt had toen ik jonger was, ook een vorm van grafisch ontwerp waren – maar ik kon dat toen nog niet zo benoemen. Het eerste jaar op de academie was vervolgens ook een valse start, omdat ik een hersenschudding kreeg waar ik een paar maanden last van gehad heb en toen niet heel veel kon doen. Toen ik eenmaal na de eerste de keuze voor grafisch gemaakt had, kwam ik echt in aanraking met het vakgebied. Toen ben ik ook heel erg om me heen gaan kijken en me echt gaan verdiepen om een referentiekader te vormen.

Mijn afstudeerproject gaat niet om de vorm, maar meer om de toeschouwer een ervaring mee te geven

Dat is een ontwikkeling die nu nog steeds niet klaar is, denk ik. Gedurende de studie heb ik me steeds met andere dingen bezig gehouden, zonder dat er al een hele concrete richting in zat. Dat wil niet zeggen dat er geen terugkerende elementen waren. Zo ben ik graag met print bezig, onder andere door posters te maken voor De Gym met de risograaf, maar voor mijn afstudeerproject heb ik voor het eerst een installatie gemaakt. Dat vond ik altijd wel interessant, maar dat had ik nooit eerder gedaan. Op die manier ben ik dus nog steeds op zoek naar wat mijn positie is als grafisch ontwerper.

8_DE GYM_zaltan&betonkust

Waar vond je je inspiratie door de jaren heen?

In het begin keek ik vooral naar grafisch ontwerpers en hun werk. Later probeerde ik dat echt los te laten, omdat je toch makkelijk dingen overneemt. Dus verschoof het op een gegeven moment naar uitingen die niet grafisch waren: ik was bijvoorbeeld een tijdje heel geïnteresseerd in foto’s uit de jaren tachtig. Er was wel een kantelpunt tijdens mijn studie waarin ik wist dat ik op zoek wilde gaan naar inspiratie die vanuit mezelf kwam, in plaats van direct door iets anders geïnspireerd te worden.

3_COPY_PASTE

Wat betekent je afstudeerproject voor je?

Ik vind het een hele interessante nieuwe stap. Mijn afstudeerproject gaat niet om de vorm, maar meer om de toeschouwer een ervaring mee te geven. Dat wil ik zeker verder uitzoeken. Het begon allemaal met de vraag: “In welk werkveld kom ik terecht en wat is mijn rol daarin?” Dat is denk ik wel te zien. Het project is een bewuste beweging, weg van traditioneel grafisch ontwerp. Ik wilde sowieso dat het project, als afsluiter van mijn academietijd, iets groots zou worden – dat heb ik vrij letterlijk genomen door fysieke dingen te maken. Ook wilde ik graag nog een laatste keer echt risico nemen, want ik weet niet zeker hoe vaak ik dat nog kan doen na de academie.

Staat het symbool voor je autonome ambities die je na de academie wilt onderzoeken?

Ja, dat wil ik zeker gaan onderzoeken. Ik zou graag als een soort autonoom grafisch ontwerper willen werken, maar ik weet niet precies hoe ik dat ga aanpakken. Zeker omdat je ook de indruk krijgt dat je er ook wel commerciële dingen naast moet doen om in je onderhoud te voorzien. Ik weet nu nog niet hoe je die twee verenigd. Tijdens mijn stage bij Thonik heb ik echt mogen meemaken hoe het is als je voor opdrachtgevers werkt. Dat was heel leerzaam en vond ik ook tof om te doen.

Ik wil mezelf nog wat meer tijd gunnen om een nog sterkere positie te vinden binnen grafisch ontwerp

Op de academie bestaat er wel een beetje een anti-commercie sentiment. Ondanks dat je grafisch ontwerp meestal voor een opdrachtgever doet. Om nu nog geen antwoord te hoeven geven op die, voor mij persoonlijk, moeilijke vragen heb ik besloten om nog even door te studeren in Gent, zodat ik het nog wat verder kan uitzoeken.

4_HEYHEYHEY

Wil je nog dieper het vakgebied onderzoeken of gaat het om je persoonlijke zoektocht?

Het gaat meer om mijn positie als grafisch ontwerper en mezelf daar nog verder in ontwikkelen, zodat ik met een helder beeld het werkveld in stap. Ik zie mezelf ook wel weer bij een studio werken zoals Thonik, maar omdat het afstudeerproject ook weer echt een zeer leerzame stap was, weet ik nog niet precies welke weg ik het beste op dit moment kan nemen. Ik voer nog een beetje een tweestrijd wat dat betreft, dus dat hoop ik tijdens de Master in Gent wel uit te vinden. Het is een opleiding van twee jaar, maar ik geef mezelf wel de ruimte om eerder te stoppen als ik een andere stap beter vindt.

Omdat ik meteen na de middelbare school begonnen ben en daarna ook nog dat verloren eerste jaar had: voor mijn gevoel heb ik in drie jaar alles moeten ontdekken. Ook omdat ik blanco in de studie stapte. Mijn gevoel zegt dat het net niet genoeg is dus ik wil me nog wat tijd gunnen.

Het doel voor nu is nog zo lang als nodig is, maximaal twee jaar, onderzoeken hoe je verder wel?

Ik heb niet de ambitie om op een punt uit te komen dat ik weet wat ik de komende tien jaar wil gaan doen, want dat bestaat volgens mij helemaal niet meer. Wel wil ik mezelf wel nog wat meer tijd gunnen om een nog sterkere positie te vinden binnen grafisch ontwerp, waardoor ik weet hoe ik me verder wil ontwikkelen.

Devi Heller

Portretfoto: Nick Helderman

2_YOUR_BUBBLE.HTML_1_DEF 5_ESSAY 6_q_deviheller 7_center_deviheller

Supported by

IN10     Bakken & Bæck     Label A

VBAT     Jungle Minds     Mirabeau

VanBerlo     Grrr     Hoppinger

]]>
http://www.fontanel.nl/interview/devi-heller/feed/ 0
Dutch Design Talents 2017: Jamie de Rooij http://www.fontanel.nl/interview/jamie-de-rooij/ http://www.fontanel.nl/interview/jamie-de-rooij/#comments Tue, 05 Sep 2017 14:18:58 +0000 http://www.fontanel.nl?p=15206&post_type=nieuwwerk&preview_id=15206 Onlangs ben je afgestudeerd aan Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. Waar was je mee bezig voordat je aan de academie begon?

Vroeger, toen ik heel klein was, wilde ik altijd filmregisseur worden en ik heb altijd veel getekend en boeken gelezen. Op een gegeven moment realiseerde ik me dat het communiceren door middel van woorden mij beter ligt dan op een set een hele crew aansturen, en ben ik vervolgens aan het Grafisch Lyceum gaan studeren na de middelbare school.

Waarom besloot je door te studeren na het Grafisch Lyceum?

Op het Lyceum kreeg ik pas in het laatste jaar echt vrije opdrachten en dat vond ik geweldig. Ik vond het fijn om mezelf breed te oriënteren in het werk dat ik maak en mij op een persoonlijk niveau te uiten. Om dat verder te ontwikkelen moest ik naar de kunstacademie. Vervolgens ben ik bij meerdere academies gaan kijken. Wat ik heel fijn aan de KABK vond, was het feit dat er een bepaalde maatschappelijke betrokkenheid op de voorgrond stond. De school straalde ook een bepaalde warmte uit die me heel erg aantrok, waardoor het voor mij echt de grote favoriet was. Gelukkig werd ik toen ook aangenomen.

Wat was je referentiekader in die tijd?

In het laatste jaar van het Grafisch Lyceum hadden we voor het eerst een boekproject, waarin je een boek moest ontwerpen op een gevoelsmatige manier. Toen ontdekte ik pas echt dat bijvoorbeeld materiaal heel belangrijk is in de beleving van zo’n boek. Dat raakte opeens een totaal andere snaar hoe ik mezelf zag als grafisch ontwerper. Op het Grafisch Lyceum heb ik er nog serieus over nagedacht om in de reclame te gaan werken, maar dat kan ik me nu totaal niet meer voorstellen.

Ik kan wel zeggen dat ik als mens heel erg veranderd ben door mijn tijd aan de KABK

Naast mijn studie aan het Lyceum heb ik altijd veel gelezen, maar het heeft een aantal jaar geduurd voordat ik zag dat ik ook poëzie onderdeel kon maken van mijn grafische werk. Toen ik dat eenmaal doorhad, wilde ik dat verder ontwikkelen op de kunstacademie. Ik heb vervolgens een tussenjaar genomen, waardoor de transitie heel natuurlijk verliep. In mijn eerste jaar zat het nog steeds ergens in me dat ik te snel naar een doel toe wilde werken, maar ik heb wel vrij snel mijn draai gevonden.

Hoe kijk je terug op je ontwikkeling tijdens de jaren aan de academie?

Die ontwikkeling is in ieder geval heel omvattend geweest, denk ik. In het eerste jaar was ik met name bezig met prints maken, maar op een gegeven moment waren de opdrachten best maatschappelijk geëngageerd, waardoor research opeens ook heel erg onderdeel werd van het eindproduct dat je maakte. Dat was helemaal nieuw.

Ik ben helemaal geen uitgesproken persoon en ik vind presenteren voor een groep mensen ook echt verschrikkelijk, maar omdat ik me wel heel erg op mijn gemak voelde binnen de academie ben ik echt veel meer gaan durven. Al ben ik er nog steeds geen heldin in, het feit dat ik het allemaal gedaan heb, zie ik echt als een hele positieve ontwikkeling. Ik heb daarmee echt een andere kant van mezelf ontdekt.

Kwamen er naast die persoonlijke ontwikkeling ook nieuwe inspiratiebronnen bij voor je grafische werk?

Jazeker. Ik las voordat ik aan de academie studeerde alleen maar romans, maar mijn interesseveld is volledig open gebroken tijdens mijn studie en ik ben alleen maar meer gaan lezen. Over kunst en de maatschappij, maar ook een platform als e-flux kende ik totaal niet. Toen ik dat eenmaal leerde kennen ging er echt een wereld voor me open. Ik vond het sowieso heel inspirerend om dingen mee te krijgen van de studenten om me heen. Zij hebben me waarschijnlijk met de meeste nieuwe dingen kennis laten maken. Binnen grafisch ontwerp waren er bijvoorbeeld studenten die gespecialiseerd zijn in coderen en post digital art: dat staat vrij ver van mijn eigen werk, maar dat heeft me wel weer op totaal nieuwe ideeën gebracht.

Eerst heb je heel veel worsteling, maar op een gegeven moment lijkt alles te lukken – dan ben je gewichtloos

Ook de stage bij Studio Remco van Bladel was super inspirerend, omdat hij vrij precies doet wat ik ook heel graag zou willen doen ooit. Op de eerste plaats was het heel leuk dat ik daar überhaupt heb stage gelopen, maar ik heb daar ook echt inhoudelijk heel veel van geleerd omdat je zo precies bezig moest zijn in wat je deed. Nog veel preciezer dan op de academie. Wat ik ook heel bijzonder vond was dat er nooit sprake was van een hele strikte hiërarchische verhouding met de klanten die over de vloer bij Remco kwamen: dat had ik daarvoor nog nooit zo gezien.

Hoe kijk je nu naar je afstudeerproject?

Als iets wat nog niet af is. Omdat het onderwerp me zo sterk inspireert, had ik echt eindeloos ideeën, maar moest ik uiteindelijk keuzes maken. Ik wist dat ik het niet allemaal in een project kon onderbrengen. Toch denk ik nu vaak: had ik dat maar gedaan of had ik die keuze maar gemaakt. Maar dat is misschien ook wel goed, want dan kan ik in de aankomende jaren, geheel zonder druk, nog verder werken aan dit persoonlijke project. Het project representeert mij als ontwerper ook heel goed, denk ik. Daar ben ik ook heel blij mee.

Staat dat dan symbool voor je persoonlijke ontwikkeling: dat je jezelf zo bloot durft te geven in het project?

Het gewichtloos zijn is voor mij een metafoor voor vrijheid vinden. En ik kan wel zeggen dat ik als mens heel erg veranderd ben door mijn tijd aan de KABK. Eigenlijk maak je een soort parabool daarin: eerst heb je heel veel worsteling, maar op een gegeven moment lijkt alles te lukken – dan ben je gewichtloos. Dat staat wel echt voor mijn tijd aan de kunstacademie: dat ik iets gevonden heb waar ik me echt heel thuis en waar ik me heel sterk in voel.   

Hoe zie je de toekomst?

Mijn ideaalbeeld is om ooit een studio te hebben zoals Remco van Bladel dat heeft, maar ik weet dat ik onder aan de ladder zal moeten beginnen. Op dit moment sta ik eigenlijk open voor veel, maar hoop ik iets te vinden met speciale aandacht voor typografie. Misschien dat ik ook ga freelancen en dan zie waar het schip strand – ik weet het nog niet. Ik heb op dit moment ook heel veel zin om aan mijn eigen projecten te werken en langzaam ook weer stappen te maken in mijn afstudeerproject, maar daar moet ik na zo’n lange periode eerst afstand van nemen. Ik ben benieuwd wat er op mijn pad gaat komen, maar ik kijk er naar uit om weer de volgende stap te nemen.

Jamie de Rooij

Portretfoto: Nick Helderman

Fotografie expositie: Laura de Rijk

GraduationWork2017_290617_0290GraduationWork2017_290617_0338GraduationWork2017_290617_0339GraduationWork2017_290617_0344 A1_2 A1 Posters-1 Posters-5 Posters-6

Supported by

IN10     Bakken & Bæck     Label A

VBAT     Jungle Minds     Mirabeau

VanBerlo     Grrr     Hoppinger

]]>
http://www.fontanel.nl/interview/jamie-de-rooij/feed/ 0
Dutch Design Talents 2017: Gilleam Trapenberg http://www.fontanel.nl/interview/gilleam-trapenberg/ http://www.fontanel.nl/interview/gilleam-trapenberg/#comments Tue, 29 Aug 2017 10:32:43 +0000 http://www.fontanel.nl?p=15137&post_type=nieuwwerk&preview_id=15137 Om te beginnen gefeliciteerd met het nieuws dat je gerepresenteerd wordt door UNIT CMA.

Dankjewel. Ik sprak als sinds november onder andere met de mensen van UNIT, maar ik wilde gewoon heel graag dat het een agentschap zou worden waar ik me echt goed bij zou voelen. Dat gevoel was uiteindelijk het best bij UNIT. Zij doen acquisitie en productie, maar ze begeleiden me daarbij ook creatief in m’n carrière; wat ik het best wel en niet kan doen etcetera. Daardoor kan ik me meer focussen op m’n vrije werk.

Hoe ben je zes jaar geleden bij de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag uitgekomen?

Ik ben opgegroeid op Curaçao en daar is je referentiekader als jong persoon beperkt. Je bent daar een beetje afgesloten van wat er bijvoorbeeld speelt in kunst en fotografie. Als tiener hoorde ik op een gegeven moment over een jongen die naar Nederland ging om fotografie te studeren, wat op dat moment echt een totaal nieuw ding voor mij was. Ieder jaar komen zo’n 2000 studenten vanuit Curaçao naar Nederland om hier te studeren. Mijn vader zei ook altijd stellig: “Je moet naar Nederland om te studeren.” Een andere optie zou studeren in Amerika zijn, wat ook best gebruikelijk is op Curaçao, maar dat is een stuk duurder. Daarnaast vond m’n vader Nederland beter voor m’n ontwikkeling omdat de cultuur, het klimaat en dergelijke harder is dan in Amerika.

Ik was niet dol op studeren, dus toen ik eenmaal de keuze moest maken bleef eigenlijk alleen fotografie over. Toen heb ik toelating gedaan op de Gerrit Rietveld Academie, HKU en KABK en werd bij alle drie toegelaten. Voor mij was het eigenlijk meteen duidelijk dat het de KABK moest worden. Het curriculum is ontzettend contemporary en nog steeds heel erg in ontwikkeling, onder andere door samenwerkingen aan te gaan met ECAL. Dus ik ben heel benieuwd met wat voor werk er over vijf jaar afgestudeerd wordt.

Wat was je artistieke referentiekader toen je naar de academie kwam?

Het grootste kritiekpunt tijdens mijn begintijd aan de academie was het ontbreken van dat referentiekader. Ik ging naar de academie en ik kende twee fotografen. In die tijd zat ik wel veel op Flickr, maar dan was ik eigenlijk alleen maar met technische dingen bezig. Documentairefotografie als fenomeen was totaal onbekend voor me.

Het schooljaar waar ik in begonnen ben was super competitief. Uiteindelijk was het heel goed voor mijn persoonlijke ontwikkeling

Dat is natuurlijk veranderd toen ik door mijn docenten en met name medestudenten langzaam die wereld verkende, maar ik zie mezelf wat dat betreft nog steeds heel erg in ontwikkeling. Op dit moment wordt ik ook vertegenwoordigd door een galerie in Den Haag die mijn prints verkoopt. Daar ligt uiteindelijk mijn doel: om internationaal vertegenwoordigd te worden door galeries.

Wie had er de grootste invloed op dat veranderende referentiekader?

Meer nog dan de academie zelf, kwam dat van medestudenten. Het schooljaar waar ik in begonnen ben was super competitief. Dat was af en toe ook lastig, maar uiteindelijk was het heel goed voor mijn persoonlijke ontwikkeling. Het feit dat ik kon zien dat mensen dingen totaal anders aanpakten: dat was soms echt een totale verassing en daarmee heel inspirerend. Een docent kan je ook op andere gedachten brengen of op iets wijzen natuurlijk, maar als je iets meekrijgt van een medestudent resoneert dat veel sterker in mijn beleving. Iris van der Zee, die je vorig jaar hebt gesproken, was zo iemand waar ik heel veel gesprekken mee gevoerd heb. Bijvoorbeeld waar fotografie tegenwoordig voor staat en waar de grenzen van het medium liggen.

Wat inspireerde je nog meer tijdens je studie?

Wat voor mij een grote inspiratiebron is geweest tijdens mijn studie is de Amerikaanse fotograaf Gregory Halpern. Dat zie je ook wel aan mijn fotografie, denk ik. Halpern heeft een aantal jaren geleden een essay geschreven op het blog American Suburb X. Dat las ik in de tweede en is vervolgens een soort Bijbel voor me geworden. Hij spreekt in die tekst over zijn ‘documentary ethics’ wat erop neerkomt hoe hij in de esthetiek van documentairefotografie gebruikt, terwijl z’n werk niet bepaald documentair of redactioneel is. Dat was echt een openbaring en raakte precies mijn persoonlijke worsteling.

Wat ik uit Halpern’s essay haalde was dat de grenzen kunnen vervagen, het is niet altijd zwart op wit journalistiek

Het beeld wat ik vaak van Nederlandse documentairefotografie heb is dat de nadruk moet liggen op inhoud en als het een visueel sterk beeld is dat het dan afleidt. Het is het een of het andere, zo lijkt het. Wat ik uit Halpern’s essay haalde was dat de grenzen kunnen vervagen, het is niet altijd zwart op wit journalistiek en dat moet je ook niet willen. Het idee is vaak dat documentairefotografie ‘objectiever’ is dan andere genres binnen het medium, wat onzin is omdat een foto nooit objectief kan zijn. Door het essay heb ik dat leren accepteren en ben ik comfortabeler geworden als beeldmaker.

1540_flex 001

Ik vind je werk überhaupt heel persoonlijk door de Caraïben zo centraal te stellen en jouw perspectief hierop te illustreren. Wat is nu je gevoel bij het in Nederland zijn vandaag?

Inmiddels woon ik alweer zes jaar in Nederland en ik kan zeggen dat Den Haag echt als mijn tweede thuis voelt. Behalve de winter: die blijft heel somber. Daarnaast woont mijn hele familie ook nog steeds op Curaçao, dus ik probeer zo vaak mogelijk terug te gaan. Dat is soms twee keer per jaar, als ik geluk heb. Het is bovendien nooit mijn bedoeling geweest om mij voorgoed in Nederland te vestigen: het is een tussenstop. Zo heb ik in New York stage gelopen en ik wil daar op een gegeven weer terugkeren.

Ik ga zeker niet alleen maar werk maken in het Caribisch gebied, maar ik zal wel altijd mijn Caribische perspectief meenemen in mijn werk

Ik ben er ook wel achter gekomen, bijvoorbeeld door series die ik in de Bijlmer en het Haagse Laakkwartier heb geschoten, dat ik een bepaalde warmte nodig heb. Dat gaat deels over het klimaat, maar meer nog om een bepaalde ongereptheid. Dat vond ik bijvoorbeeld ook in bepaalde wijken in New York of Parijs. Er is in Nederland niet zo heel veel wat me echt triggert, omdat alles zo ontworpen is. Ik ga ook zeker niet alleen maar werk maken in het Caribisch gebied, maar ik zal wel altijd mijn Caribische perspectief meenemen in mijn werk. Je kan vervolgens niet praten over het Caribisch gebied zonder te spreken over de verwesterlijking die daar speelt, dat is ook een van de belangrijke thema’s van ‘Big Papi’ en dat zal ik in de toekomst ook nog verder gaan onderzoeken in mijn werk.

Wat zijn je plannen voor de nabije toekomst?

Mijn plan is om het in ieder geval een jaar aan te zien in Amsterdam. Mijn doel daarna, ik weet nog niet precies wanneer, is om een residency te betrekken in Miami. De stad heeft heel veel weg van Curaçao en ik vind mijn werk heel goed passen bij Miami. Qua werk heb ik er vertrouwen in dat zich opdrachten de aankomende tijd zullen aandienen, maar ik wil op de korte termijn ook weer een nieuw persoonlijk project realiseren. Het belangrijkste is dat ik voor mezelf heel helder als doel gesteld heb om over de hele linie mijn handtekening te laten zien, zowel in commerciële klussen als in mijn autonome werk.

De publicatie van Gilleams fotoserie Big Papi’, ontworpen door Koos Breen, is hier verkrijgbaar.

Gilleam Trapenberg

Portretfoto: Nick Helderman

1540_flex 013

Supported by

IN10     Bakken & Bæck     Label A

VBAT     Jungle Minds     Mirabeau

VanBerlo     Grrr     Hoppinger

]]>
http://www.fontanel.nl/interview/gilleam-trapenberg/feed/ 0
Catch Up: Jan Hamstra http://www.fontanel.nl/interview/catch-up-jan/ http://www.fontanel.nl/interview/catch-up-jan/#comments Wed, 23 Aug 2017 09:59:46 +0000 http://www.fontanel.nl?p=15097&post_type=nieuwwerk&preview_id=15097 Hoe gaat het met je? We spraken elkaar ongeveer een jaar geleden en toen waren jullie (onder anderen Tsjisse Talsma en Douwe Dijkstra) net Knetterijs begonnen.

Het gaat goed met mij en ik denk dat Knetterijs ook heel goed heeft uitgepakt. Misschien zelfs zoals we vooraf hoopten hoe het zou kunnen zijn. Het zal ook geholpen hebben dat we dit heel graag wilden. In eerste instantie zaten we antikraak in een pand op de markt in Groningen, waar we ruim een half jaar gezeten hebben. Het was heel fijn om gelijk een vaste plek te hebben waar iedereen naar toe kon en vanuit daar individueel en samen onze eerste stappen konden nemen. Daarnaast hebben we ook geprobeerd om ons als groep neer te zetten in Groningen en op die manier opdrachten binnen te halen. Dat is ons eigenlijk best wel goed afgegaan. We zijn inmiddels weer verkast naar een andere plek, maar we hebben als groep een aantal mooie projecten kunnen doen. Daar zaten een aantal heel zichtbare klussen bij, waardoor er ook weer andere projecten zijn binnengekomen. Dat waren altijd wel commerciële dingen, maar het was super fijn om een soort houvast te hebben.

Waar moet ik aan denken als je het over groepsopdrachten hebt?

We hadden al vrij snel bedacht dat we een tijdschrift wilden gaan uitbrengen. Toen we dat hadden gedaan zijn we door een ontwerpbureau gekoppeld aan de gemeente Groningen, waar we nu drie projecten voor gerealiseerd hebben met zijn negenen. Zo was er een tentoonstelling van ‘Groningen City of Talent’ waar we een aantal Groningers voor geportretteerd hebben. Daarin konden we allemaal ons eigen ontwerp maken, maar werd het wel als een geheel onder de noemer ‘Knetterijs’ gepresenteerd.

Jan Hamstra / Foto: Nick Helderman

En hoe ging het je verder individueel af?

Dat liep eigenlijk best wel parallel aan Knetterijs. Na het afstuderen is ‘Manifesto of Doubt’ drie maanden tentoongesteld in Museum Belvédère in Oranjewoud. Dat is een prachtig museum en bovendien viel het samen met een expositie van Käthe Kollwitz, wiens werk ik te gek vind. Dus dat was heel bijzonder. Vervolgens is mijn afstudeerproject ook nog in Leeuwarden geëxposeerd en vervolgens in Amersfoort. Dat was een soort rustige start in de autonome hoek, waar ik ook echt mijn best voor gedaan heb om dat te stimuleren.

Hoe was het om die wereld te leren kennen? Je neemt in je werk natuurlijk al heel erg stelling, maar het is natuurlijk anders om, bijvoorbeeld, met een curator over je werk te spreken. 

Het is een totaal andere ervaring om in plaats van met een opdrachtgever in gesprek te zijn, volledig de touwtjes in handen te hebben wat betreft de presentatie van wat je gemaakt hebt. Dat was een bijzondere ervaring.

Wat deed je daarnaast nog?

Ik ben na mijn afstuderen onderdeel geworden van de zeefdruk-groep van poppodium Vera. Dus dat was naast Knetterijs mijn andere houvast. Ik kan daardoor blijven produceren, wat ik erg prettig vind. Ik voel mij hierin ook heel vrij om gewoon te maken wat ik wil, zonder dat ik heel erg op zoek moet gaan naar diepgang. Het komt hoofdzakelijk neer op mijn intuïtie: wat ik bij de muziek vind passen of wat ik op dat moment interessant vind. Het gaat heel erg over vorm en het moet passend en cool zijn. In mijn beginperiode benaderde ik dat heel erg door ‘naar de muziek te ontwerpen’. Bijvoorbeeld als het een country-act was, door allemaal Amerikaanse cowboy-elementen in te zetten of als het een metalband was, dan ontwierp ik een duistere poster. Nu probeer ik steeds meer vanuit mijn individuele lijn alles aan te gaan. Daar ligt een nieuwe ontdekkingstocht voor de toekomst.

Wat het afgelopen jaar voor mij belichaamt: iedere stap die je neemt, is een potentiële aanzet voor de volgende stap

Op dit moment ben ik überhaupt aan het uitzoeken hoe ik houtsnede, wat meer bij mijn autonome werk hoort, en zeefdrukken op esthetisch vlak samen kan brengen. Daar heb ik nu een start in gemaakt en dat wil ik de komende tijd blijven onderzoeken. Ik ben, op een specifiek project rond zwarte piet na, niet heel concreet bezig geweest met een nieuwe autonoom project zoals ‘Manifesto of Doubt’, maar ik probeer dus meer en meer dezelfde visie onderdeel uit te laten maken van al mijn werk, ook wat ik voor opdrachtgevers maak. Er gaan in de toekomst ook nog wel wat dingen spelen die weer echt volledig autonoom zijn, dus ik zie mezelf ook op dat gebied stappen zetten in de toekomst.

Het lijkt dan het zich allemaal heel organisch ontwikkeld heeft?

Ik zie dat ook wel een beetje als geluk, maar het is in mijn ogen zo ontstaan omdat ik met mijn afstudeerproject, Knetterijs en mijn werk voor Vera best zichtbaar geweest ben. Er zijn ook nog wel van andere kanten dingen bijgekomen, maar het voelt wel een beetje als mazzel omdat ik al die verschillende trajecten kon bewandelen.

Ik denk dat je ook kunt stellen dat je de situatie zelf gecreëerd hebt: Vera was je immers al vanaf je tweede studiejaar mee bezig, Knetterijs hebben jullie heel bewust opgericht omdat jullie ambitieus zijn.

Dat klopt, ik realiseer me nu wel dat de lijntjes die je uitgooit ook daadwerkelijk je pad gaan vormen in de toekomst. Dat is ook echt iets wat het afgelopen jaar voor mij belichaamt: iedere stap die je neemt, is een potentiële aanzet voor de volgende stap. Daar ben ik nu heel erg mee bezig wat betreft de opdrachten en projecten die ik het liefste wil doen: kritisch zijn op wat het meest relevant is voor wat ik voor ogen heb. Die instelling is nu langzaam al zijn vruchten aan het afwerpen. Ik word nu vaker gevraagd voor projecten die echt in mijn straatje liggen.

Om zo veel te delen met gelijkgezinden, zoals dat het geval is met Knetterijs, vind ik echt super waardevol

Ergens heb ik nog steeds wel het gevoel als ik een opdracht opstuur, dat de reactie gaat zijn: “Waar is deze jongen in vredesnaam mee bezig?”, maar ik krijg er wel echt steeds meer grip op. Ook bijvoorbeeld dat je voor opdrachten een prijs moet opstellen. Dat was in het begin super lastig, vond ik, maar ik heb er nu wel een steeds reëler beeld bij. Daarin is Knetterijs ook heel erg van waarde. Dat je dit soort dingen kunt delen met mensen om je heen die hetzelfde doormaken: daar ben ik ook een stuk zelfverzekerder door geworden in die ontwikkeling.

Ik zag op je Instagram dat je binnenkort weer naar Amerika gaat?

Klopt, dat zie ik ook als een belangrijke volgende kans om mezelf verder te ontwikkelen. In principe ga ik acht weken naar Nashville om in de vorm van een stage onderdeel te worden van de Hatch Show Print drukkerij. Dat is zo ontstaan omdat ik de manager dit jaar mijn werk kon laten zien, toen hij een keer bij Minerva kwam voor een workshop en ik de werkplaatsen van de academie ook nog af en toe gebruik. Mijn portfolio sluit heel erg aan bij wat zij doen: posters voor muziek, houtdruk, dat soort dingen. Dus ze wilden me graag hebben als stagiair.

Ik hoop echt dat ik daardoor weer twee maanden lang bezig kan zijn met de technische kant, hoe je goed drukt. Op Minerva heb ik daar wel de basis van meegekregen, maar dat is niet genoeg kennis om zelfstandig daarmee bezig te zijn. Ik hoop in Amerika echt die technische ambachtszijde mee te krijgen, zodat ik echt mijn eigen dingen kan drukken als ik weer in Nederland ben. En misschien kan ik weer nieuwe artistieke gebieden ontdekken, als een soort reactie op de tijd in Amerika. Daarna wil ik ook weer verder in Groningen, wat echt als mijn thuisbasis voelt. Om zo veel te delen met gelijkgezinden, zoals dat het geval is met Knetterijs, vind ik echt super waardevol en ik hoop dat dat nog een tijd zo mag blijven. Ik zie mezelf in de toekomst nog wel vaker weggaan, zoals naar Nashville, maar op dit moment zie ik Groningen nog steeds als de plek waar ik thuis ga komen.

Jan Hamstra

Supported by

IN10     Bakken & Bæck     Label A

VBAT     Jungle Minds     Mirabeau

VanBerlo     Grrr     Hoppinger

]]>
http://www.fontanel.nl/interview/catch-up-jan/feed/ 0
Catch Up: Elvin van Dalen http://www.fontanel.nl/interview/catch-up-elvin/ http://www.fontanel.nl/interview/catch-up-elvin/#comments Wed, 23 Aug 2017 09:59:36 +0000 http://www.fontanel.nl?p=15073&post_type=nieuwwerk&preview_id=15073 Hoe gaat het met je, wat is er allemaal veranderd in de afgelopen twaalf maanden?

Het gaat allemaal goed. Ik woon tegenwoordig in Den Haag omdat ik een leuke baan in Amsterdam gevonden heb, dus er is echt een nieuwe hoofdstuk begonnen. Na het afstuderen had ik een aantal ideeën over wat ik allemaal zou willen doen en die heb ik eigenlijk allemaal onderzocht: veel gesolliciteerd, fondsen aangeschreven, wat gefreelancet en al vrij snel werd ik na mijn afstuderen ook door Academie Minerva gevraagd of ik een dag in de week wilde komen lesgeven. Uiteindelijk heb ik, toevallig via een vacature op FONTANEL, gesolliciteerd bij creative digital agency Grrr en daar werk ik nu. Inmiddels zit ik hier alweer een paar maanden en het bevalt er goed.

Grappig om zo snel aan de andere kant van het lokaal te staan: hoe was het om les te geven?

Ik gaf het vak software en dat past heel erg bij mijn interesse in technologie, dus inhoudelijk zat het goed. Het was een hele toffe ervaring om dat te doen. Aan het begin was het best absurd om opeens in het lerarenkamertje te zitten, maar als ik nu terugkijk went zoiets ook wel snel. Ik kende Minerva natuurlijk heel goed, dus om opeens aan de andere kant van het spectrum te staan was best bijzonder, maar het contact met andere docenten als collega was bijvoorbeeld niet anders dan toen ik nog student was. Het was eigenlijk een soort organische verandering.

Elvin van Dalen / Foto: Nick Helderman

Hoe ben je in het freelancen gerold?

Dat was allemaal vrij kleinschalig. Ik ben er wel achtergekomen dat ik boven alles een ontwerper ben en geen uitgesproken ondernemer. Dat was ook wel een van de redenen waarom ik graag naar een bureau wilde: zodat ik zelf niet met de zakelijke kant bezig hoef te zijn. Daarnaast vind ik het heel tof om in een team nog betere dingen te kunnen maken. Toen ik dat had vastgesteld, wist ik ook wel dat ik Groningen beter kon verlaten en richting het westen moest vertrekken.

Ben je ook nog met autonome projecten bezig geweest?

Ja, dat is ook nog wel in beweging gebleven. Ik ben op dit moment bezig met de identiteit voor een muzikant en een aantal dingen die ik zelf geïnitieerd heb. Het fijne aan de situatie nu, is het feit dat dit ook echt niets op hoeft te leveren, want ik haal mijn inkomsten elders vandaan. Hierdoor kan ik nu echt dingen volledig doen, zoals ik dat zelf wil. Mijn interesse in mijn autonome dingen is eigenlijk even sterk als een jaar geleden. Wat dat betreft had het jaar ook anders kunnen lopen, want ik heb ook een aanvraag gedaan bij het Stimuleringsfonds, maar die is helaas afgewezen. Als dat gelukt was, had ik een vervolgproject willen maken op mijn afstudeerproject, en dat is er nu nog niet van gekomen. De behoefte om dat soort projecten te blijven maken leeft nog wel steeds in me. Al is dat de ene dag sterker dan de andere dag.

Frits Zernike voor Let’s Gro

Je liep tijdens je studie stage bij Studio Dumbar, nu zit je echt bij een digitaal bureau. Hoe verhouden die twee zich?

Bij Grrr is het echt digital first, dus dat is een andere benadering dan die van Studio Dumbar. Maar digitaal was dan ook wel de kant die ik persoonlijk op wilde. Wat me heel erg bevalt aan Grrr is hoe gestroomlijnd de organisatie ingedeeld is. Dat komt mijn ontwerpproces heel erg ten goede, vind ik. Het feit dat internet nog zo’n jonge infrastructuur is, maakt dat er in mijn ogen nog heel veel innovatie mogelijk is, wat me heel erg fascineert en inspireert. Je hoort natuurlijk veel dat digitaal ontwerp heel erg op elkaar lijkt, maar ik denk juist dat door die directe onderlinge beïnvloeding er juist weer totaal nieuwe gebieden en richtingen zullen ontstaan.

De balans tussen functionaliteit en of het daadwerkelijk nog een interessante vorm heeft: dat is wel precies wat mij drijft als ontwerper

Functionaliteit is wel een zeer dominante factor in digitaal ontwerp.

Dat is een goed punt. Bij websites staat toegankelijk vaak bovenaan en dat is natuurlijk ook wel terecht. De balans tussen functionaliteit en of het daadwerkelijk nog een interessante vorm heeft: dat is wel precies wat mij drijft als ontwerper. Radicaal experimenteren op dit gebied is inderdaad lastiger, maar het zijn ook vaak kleine dingen die een groot effect kunnen hebben. Dat vind ik persoonlijk heel interessant. Het digitale aspect was ook de oorspronkelijke reden waarom ik überhaupt grafisch ontwerp ben gaan studeren. Eenmaal op de academie heb ik drukwerk en papier ontdekt en die liefde is nog steeds sterk, maar eigenlijk ben ik nu weer terug bij mijn oorspronkelijke voorliefde en fascinaties. Daar heb ik mij ook heel concreet op gericht toen ik aan het solliciteren was.

Identity voor Former (www.soundcloud.com/former)

Vind je dat digitaal ontwerp onderbelicht is op de academie?

Ik was toevallig recent nog bij de afstudeerexpositie van Minerva en dan zie je bijvoorbeeld bij beeldende kunsten dat de computer bijna volledig afwezig is. Je leest veel in recensies dat het bij Minerva vaak over ‘de natuur’ gaat en dat viel me dit jaar ook daadwerkelijk heel erg op. Als je bij vormgeving kijkt dan leeft digitaal ontwerp natuurlijk veel meer, ook bij Minerva, maar ik was tijdens mijn studie aan Minerva al heel erg geïnteresseerd in coderen en dat werd op geen enkele manier gestimuleerd. De digitale wereld is inmiddels zo verweven met de realiteit dat dit deel veel meer onderdeel zou kunnen zijn in een opleiding als vormgeving. Nu ik inmiddels bij een digitaal bureau werk, realiseer ik me wel dat dit een totaal andere mentaliteit is dan wat je op de academie meekrijgt. Ik weet echter niet of dat een probleem is, omdat ik voor mijn gevoel heel natuurlijk de transitie naar digitaal heb kunnen maken.

Ik vind het heel leerzaam dat de dynamiek binnen het bedrijf heel anders is, omdat technologie altijd onderdeel is van het creatieve proces

Heb je nu ook collega’s die echt uit het digitale werkveld komen en jou daarmee nieuwe inzichten verschaffen?

De opbouw van het bedrijf vind ik sowieso heel interessant, want er zitten in totaal meer programmeurs dan ontwerpers. Ik geloof dat Grrr een van de eerste bureaus was die al heel vroeg die stap gemaakt heeft, wat aangeeft dat zij heel snel de potentie inzagen van deze nieuwe digitale ontwikkelingen. Het feit dat ik bij een bureau werk met zo’n blik op de toekomst: dat inspireert mij bijzonder en dat voelt ook echt als een belangrijke stap in mijn persoonlijke ontwikkeling. Ik vind het ook heel leerzaam dat de dynamiek binnen het bedrijf heel anders is, omdat technologie altijd onderdeel is van het creatieve proces. Het feit dat functionaliteit altijd het geweten is van wat je maakt, dwingt je om met een super analytische blik naar je eigen werk te kijken, wat een nieuwe manier van denken voor mij was.

Asemic Writing: Warriors

In ons vorige gesprek zei je dat het ontwerpen een soort rode draad was die over de hele linie van je interesses herkende, onder andere jouw interesse in muziek. Heb je het gevoel dat dit nog verder ontwikkeld is?

Omdat ik nu echt begonnen ben met werken, is er minder tijd voor reflectie op dat soort zaken, maar ik heb nog steeds hetzelfde gevoel hoe bepalend het ontwerpen is. Dat zie ik bijvoorbeeld ook terug in een artiest als Arca, die zowel in zijn muziek als alle esthetische uitingen een soort digitale denkwijze heeft, wat mij persoonlijk heel erg inspireert. Het feit dat hij zo’n totale ervaring van een wereld kan vormgeven, dat is voor mij het ultieme voorbeeld van de kracht van vormgeving.

Door de digitalisering is het meer dan ooit mogelijk om dit soort totaalervaringen te creëren en daar wil ik me individueel nog heel erg in ontwikkelen. Ik ben op dit moment nog steeds bezig om met twee ex-schoolgenoten om een online bestemming te maken voor dit soort nieuwe vormen van expressie, die eigenlijk nog geen concreet platform hebben. Ik merk dat ik vanuit mijn digitale beroepspraktijk een nog scherpere blik op dit gebied kan ontwikkelen. Hierin probeer ik ook vast te houden aan het vrije denken dat ik heel erg meegekregen heb van de academie.

Je gaat dus nog wel even door op de weg die je nu bent ingeslagen?

Ik ben heel blij dat ik nu bij Grrr zit. Dat zie ik als een hele goede plek om weer heel veel nieuwe dingen te leren. Meestal denk ik heel goed na wat ik wil doen in de toekomst en nu kan ik zeggen dat ik gewoon heel erg blij ben over waar ik nu ben. Er zijn natuurlijk nog ideeën en plannen, maar ik heb heel erg het gevoel dat ik dat naast mijn werk ook nog kan ontwikkelen. Voor nu zit ik helemaal goed.

Elvin van Dalen

Supported by

IN10     Bakken & Bæck     Label A

VBAT     Jungle Minds     Mirabeau

VanBerlo     Grrr     Hoppinger

]]>
http://www.fontanel.nl/interview/catch-up-elvin/feed/ 0
Samuel de Goede – BYBORRE http://www.fontanel.nl/interview/samuel-de-goede/ http://www.fontanel.nl/interview/samuel-de-goede/#comments Mon, 21 Aug 2017 09:48:16 +0000 http://www.fontanel.nl?p=14991&post_type=nieuwwerk&preview_id=14991 Ik weet al meer dan tien jaar van je bestaan, met name door je rol als moderator en denim-expert op het online forum Superfuture, waar ik als stille gebruiker mode heb leren kennen. Inmiddels is dat al lang geleden en we hebben elkaar sindsdien ontmoet, maar ik vraag me eigenlijk nog altijd af: waar was je voor jouw Superfuture-tijd mee bezig?

Als kind heb ik altijd veel getekend en omdat ik uit een kunstenaarsnest kom werd dat ook heel erg aangemoedigd. Ik ben bovendien echt een ‘geek’ in hart en nieren. Voordat ik als tiener interesse kreeg in hip hop en graffiti was ik bezig met dingen als Warhammer en het beschilderen van die poppetjes in het bijzonder. Graffiti was ik vervolgens nooit op enige manier echt uitzonderlijk in, maar ik ben in die periode ook begonnen met fotograferen om mijn pieces vast te leggen.

Heb je vervolgens de kunstacademie gedaan?

Mijn middelbare schoolperiode was best wel zwaar, maar uiteindelijk heb ik met moeite mijn HAVO-diploma behaald. In het jaar dat ik school afrondde, werd de vooropleiding geïntroduceerd op de Gerrit Rietveld Academie. Dat was halftijd en als je het succesvol doorliep, kon je het basisjaar in zonder toelating. Omdat ik een jaar later in het basisjaar al zeker wist wat ik wilde gaan doen – mode – besloot ik na een aantal maanden dat ik gewoon kleding wilde gaan maken en hield ik me niet meer bezig met de algemene opdrachten. Toen heb ik als eindopdracht een kleine collectie genaaid en mocht ik (alleen) door naar de modeopleiding. Maar dat was precies wat ik wilde.

Bij BLESS heb ik echt heel elementaire dingen geleerd. Met name zaken die in het hart van hun werkwijze zitten

Vervolgens was ik in de zomervakantie in Berlijn en deed zich de mogelijkheid voor om stage bij BLESS te lopen en besloot ik om de Rietveld een jaar uit te stellen en voor zes maanden naar Duitsland te vertrekken. Op dat moment deed BLESS zowel meubilair en kleding en op beide vlakken stonden ze maximaal in de schijnwerpers. Ik heb van de dames achter BLESS, Ines Kaag en Desiree Heiss, ontzettend veel geleerd. Ze werkten zowel vanuit Berlijn als Parijs en ik zat als stagiair met Ines in Duitsland. Omdat de studio zo klein was kreeg je echt alles mee. Al was het niet klassieke mode, wat ik op dat moment nog wel heel erg in mijn hoofd had als einddoel.

Je kon het ‘anti-fashion’ element van BLESS wel waarderen?

Ik waardeerde dat enorm. Martin Margiela was op dat moment heel belangrijk voor me, naast Comme des Garçons en Issey Miyake. BLESS zat op dat moment in een soort piek en de avant-garde mode had over de hele linie een soort ‘anti’-element in zich waar ik me heel erg door aangesproken voelde. Ik heb in die periode ook Duits leren spreken en naast in de studio werken deed ik ook weleens modellenwerk voor BLESS.

Zoals ik al zei, bij BLESS heb ik echt heel elementaire dingen geleerd. Met name zaken die in het hart van hun werkwijze zitten, waarmee ze een wereld gecreëerd hebben waarbinnen ze precies kunnen doen wat ze willen: van collecties, gebruiksvoorwerpen tot volledig autonome projecten. Ik was in die periode ook een mega-fan van Bernhard Willhelm, die toen qua invloed ook op een hoogtepunt zat. Via contacten in Berlijn, ik geloof op een boeklancering, bood ik me persoonlijk aan bij Bernhard en vertrok ik na mijn tijd bij BLESS naar Parijs om daar ook iets van zes maanden stage te gaan lopen.

Dat werd uiteindelijk een best moeilijke periode. In Berlijn was het heel snel gelukt om een sociaal leven op te bouwen, onder andere omdat ik mezelf Duits geleerd had. Uiteindelijk bleek, naast de keiharde cycles van de seizoenen, het in Parijs moeilijker om meer mensen te leren kennen, waardoor ik daar niet echt kon aarden. Toen de stage bijna voorbij was lag er wel onverwacht opeens een brief van het Rietveld op de mat. Zij hadden het blijkbaar zo geïnterpreteerd dat ik een jaar weg zou zijn, terwijl het voor mij altijd helemaal open was geweest. Die kans heb ik toen weer gegrepen.

Mede door mijn ervaringen bij Bernhard was ik mijn enthousiasme over de ‘Parijse’ modewereld kwijtgeraakt. Het had wel als resultaat dat ik weer terug was bij het ding waar mijn initiële interesse in mode vandaan gekomen was: spijkerbroeken.

Brandon Graham en Marian Churchland – Gallery 33

Wanneer is die interesse in denim ontstaan?

Ik heb tijdens mijn middelbare schoolperiode mijn eerste Evisu-broek gekocht en toen was ik eigenlijk meteen verkocht. Op dat moment was ik wel al in mode geïnteresseerd, maar was ik het nog heel erg aan het ontdekken. Ik zag op een gegeven moment dat in tegenstelling tot alle andere spijkerbroeken die ik had, deze Evisu-broek echt een ander product was. Wat op productniveau mijn fascinate voor denim triggerde. Dat ging op dat moment dus nog niet per se om esthetiek, maar meer hoe een spijkerbroek zo anders kon zijn dan alle andere spijkerbroeken die ik tot dat moment had gezien.

Eigenlijk waren er op dat moment twee parallel lopende interessevelden in mijn leven: aan de ene kant mode op het ‘Parijse’ niveau en aan de andere kant denim en Japanse streetwear. De Amerikaanse kunstenaar Futura 2000, die met een aantal Amerikaanse en Japanse modemerken iconische samenwerkingen gedaan heeft, kende ik via mijn interesse in graffiti. The Beastie Boys, waar ik veel naar luisterde, droegen ook A Bathing Ape. Nu is dat soort culturele uitwisseling op dat niveau vanzelfsprekend, maar toen waren het veel meer geïsoleerde werelden. Zoals ook high-end mode en streetwear; het waren compleet op zichzelf staande werelden waar ik me volledig in kon storten.

Laten we even teruggaan naar het moment dat je in je eerste jaar op de Gerrit Rietveld Academie zat.

Toen ik dus eenmaal terug was uit Parijs en zes maanden Rietveld had gedaan, was ik helemaal op de traditionele mode uitgekeken en ben ik mij op denim gaan richten. Dat kwam tot uiting toen we op het Rietveld de opdracht kregen om een broek te maken en ik uit een rol selvedge denim een broek wilde maken met gezeefdrukte broekzakken, een eigen lederen label; eigenlijk alles waar ik fysiek toe in staat was om zelf te maken. Het probleem was dat deze helemaal niet goed zat. Vervolgens kon niemand van mijn docenten vertellen wat ik fout had gedaan. Het feit dat niemand de kennis had om mij uit te leggen wat er mis gegaan was — zeker nadat ik het jaar ervoor in Berlijn en Parijs zoveel geleerd had en ‘midden in de mode zat’ — demotiveerde mij zo dat ik me begon af te vragen wat ik überhaupt op het Rietveld deed. Op dat moment besloot ik het gewoon zelf uit te gaan vogelen.

Ook al had ik de Rietveld Academie verlaten, ik was nog steeds student. Ik deed mijn ‘studie’ op de manier zoals ik dat zelf voor ogen had

Ondanks dat ik vrij jong was, had ik mezelf in die periode als doel gesteld om zoveel mogelijk te reizen en op die manier had ik Superfuture leren kennen als een website voor allerlei stadskaarten met toffe adressen. Toen ik vervolgens in de vakantie weer een maand in Berlijn zat, was ik op een avond een beetje op Superfuture aan het neuzen en kwam ik er toevallig achter dat er nog een forum achter de website zat met een enorme sectie over denim. Dat bracht mijn honger naar meer informatie in een hogere versnelling. Het moet in 2006 geweest zijn, inmiddels ook alweer elf jaar geleden.

Wat mij persoonlijk fascineert aan Superfuture is dat het elf jaar geleden nog een relatief klein forum was voor bevlogen liefhebbers van verschillende niches: denim, streetwear en avant-garde mode. Inmiddels heeft in mijn persoonlijke beleving de verzadiging opgetreden als gevolg van hoe de verschillende niches binnen de mode totaal bloot kwamen te liggen door online fora zoals Superfuture, blogs en nu Instagram.

Mijn eerste Japanse spijkerbroek kocht ik van een jongen die als model in Tokyo zat en daar via Superfuture voor mensen dingen kocht en verstuurde. Dat was allemaal voordat het een fenomeen was om dit als service aan te bieden. Best grappig om te bedenken dat dit eigenlijk gewoon een van de vroegste vormen van de peer-to-peer economy was. Het was op een bepaalde manier pionieren.

Ik had op dat moment al het gevoel dat ik mijn interesses moest volgen. Dat was dus op de eerste plaats denim. Ik heb toen twee jaar een aantal dagen in een graffitiwinkel gewerkt en spuitbussen verkocht, maar in de tussentijd zat ik op Superfuture en was ik die wereld heel erg aan het verkennen. Zo zie ik die fase nu ook: ook al had ik de Rietveld Academie verlaten, ik was nog steeds student. Ik deed mijn ‘studie’ op de manier zoals ik dat zelf voor ogen had. Aangezien ik reizen ook al vroeg ontdekt had, kwam het op een gegeven moment tot een Superfuture meetup in Londen. Toen ontmoette ik voor het eerst opeens de mensen die ik alleen online kende. Dat maakte de beleving van die online subcultuur weer veel sterker.

Cabinet – Gallery 33

Je kwam vervolgens bij Levi’s XX terecht.

Omdat Levi’s XX in Amsterdam zat en ik letterlijk en figuurlijk in denim ondergedompeld zat was dat een logische stap. Binnen Levi’s was XX verantwoordelijk voor de lijnen Levi’s Vintage Clothing, Levi’s Made & Crafted en Levi’s Red: dat was binnen het bedrijf de toplaag aan producten en behoorde ook bij de top van de denim-wereld.

Ik had uitgevogeld wie de eindverantwoordelijke was binnen Levi’s XX; Maurizio Donadi, en ben uiteindelijk als creative assistent voor hem gaan werken. Binnen die functie deed ik dingen als trendresearch, maar ook onderzoek naar specifieke stijlen en kledingstukken. Het betekende dat ik hoofdzakelijk bezig was met het voeden van Maurizio, die daar zelf te druk voor was. Als senior vice president van Levi’s XX vond hij het zijn taak om het hoofdkantoor in San Francisco zoveel mogelijk op afstand te houden, waardoor hij ook met veel beleidszaken en politiek bezig was.

Waarom ben je daar weer weggegaan?

Maurizio ging op een gegeven moment toch in San Francisco werken en toen heb ik het vervolgens niet zo slim aangepakt. Mijn rol was heel erg aan hem persoonlijk verbonden, dus op het moment dat hij wegviel, kwam mijn positie een beetje te vervallen. Mensen wisten niet meer precies wat ze met me moesten, ondanks dat ik al onderdeel van het marketing team was geworden en toen is mijn contract niet verlengd.

Bij Gallery 33 ging het heel erg om het naar buiten treden. Daar ben ik erg door gegroeid, wat niet gebeurd was als ik op eilandjes was blijven werken

Wat was de noemer die je gebruikte om jezelf te duiden in de gesprekken na je vertrek bij Levi’s XX?

Die was er niet. Dat is en was nog steeds een kracht, maar staat me ook nog steeds soms in de weg. De vraag wat ik nu was en uit wiens budget ik betaald moest worden, werd een terugkerend fenomeen. Uiteindelijk heb ik een tijd een bijbaan genomen, zodat ik verder voor mezelf kon werken. Ik had me een aantal jaar op denim gefocust en ben in vrij korte tijd op een interessante positie gekomen bij ‘het moederschip’ van de denim. Daar ben ik nog steeds trots op.

Maar ik was ook die hele periode bezig geweest met de geschiedenis van mannenkleding en omdat Levi’s XX ophield, en door mijn persoonlijke ontwikkeling, vroeg ik me opeens af: wat ga ik dan in de toekomst betekenen? Dat leverde een kleine existentiële crisis op, want ik had te maken met iets waar ik me vol op gestort had en dat was weer voorbij.

 

 

Je bent ook iets heel anders gaan doen en als curator gaan werken voor Gallery 33 (later Kuvva Gallery), wat ergens wel in lijn ligt met het onderzoekende dat in je werkzaamheden zat bij Levi’s XX.

Nalden (mede-oprichter Wetransfer en Present Plus, red.) zei op een gegeven moment dat hij iemand nodig had die de galerie zou gaan runnen na de allereerste show. Dat was net nadat ze begonnen waren, dus er waren een aantal weken om de volgende show te regelen. Alle verantwoordelijkheden wat betreft de galerie lagen bij mij: dus niet alleen de curatie met een focus op illustratie, maar ook de hele operationele kant. Ik was de eindverantwoordelijke voor alles, maar ik denk dat ‘curator’ wel in die twee jaar op mijn kaartje heeft gestaan. Wat dan ook wel weer grappig is, omdat dat bijna een vies woord is tegenwoordig.

Ik denk persoonlijk dat je al veel langer curator was, omdat je op Superfuture, je website en alle andere online bestemmingen precies dat deed: onderzoek doen en door dit heel gericht te delen nieuwe betekenis creëren. Hoe kijk je terug op je tijd bij Gallery 33?

Als een super leerzame en super leuke tijd. Het maakt me nog steeds trots. Bij Levi’s XX zat ik een beetje op een eiland. Bij Gallery 33 ging het juist heel erg om het naar buiten treden. Ik moest mensen aansturen, dingen regelen. Dat was enorm leerzaam en ik ben nog steeds heel blij dat ik het ben aangegaan. Daar ben ik erg door gegroeid, wat niet gebeurd was als ik op eilandjes was blijven werken, zoals dat eerder ook het geval was geweest bij BLESS en Bernhard Willhelm.

Ik ben nu op een punt gekomen dat ik vrede heb met het feit dat ik nog steeds in ontwikkeling ben, ondanks dat de hedendaagse context instant succes propageert

Wat zit er nog tussen je werkzaamheden voor BYBORRE vandaag en het einde van Gallery 33?

Ik besloot na Gallery 33 dat ik freelance wilde gaan werken en WeTransfer was een van mijn eerste opdrachtgevers. Ik heb toen heel verschillende dingen gedaan, van research tot schrijfwerk. Dat paste heel goed binnen mijn idee dat ik als freelancer waarde wilde toevoegen aan anderen door mijn persoonlijke specialisaties. In principe ben ik nog steeds freelancer en in de afgelopen jaren is bijna al mijn werk voortgekomen door mijn persoonlijke netwerk, waardoor ik nog steeds niet in één alinea heb hoeven samenvatten wat ik precies voor iemand kan betekenen. Voor mijzelf gebruik ik altijd de woorden: “waarde toevoegen.” Sinds kort staat op mijn business card van BYBORRE Chief Pocket Officer’. Het is een beetje een inside joke, maar het geeft wel aan dat mijn focus als designer op de details ligt.

BYBORRE

Je hebt door de jaren heen natuurlijk ook een heel interessant veld aan mensen om je heen verzameld die inmiddels extreem waardevol kunnen zijn voor een merk als BYBORRE.

Ik denk inderdaad dat dit wel een stille kracht van mij is. Die is niet per se te beschrijven of zelfs te verkopen, maar ik heb altijd heel snel de juiste mensen leren kennen binnen een bepaalde context. Dat heb ik nooit gedaan omdat ik me ergens ‘naar binnen wilde werken’, maar altijd vanuit mijn persoonlijke interesse en enthousiasme voor specifieke dingen.

Daar ligt ook een hele bijzondere eigenschap van je professionele leven tot nu. Je hebt al van hele jonge leeftijd allerlei keuzes gemaakt zodat je in unieke contexten kwam. Dat heeft zich nog niet per se in een eenduidige richting vertaald, maar dat hoeft ook nog niet.

Ik zie alles altijd als een leerproces. Misschien is dat ook gewoon de reden waarom er tot nu toe nog geen concreet ding onder mijn eigen naam naar buiten is gekomen: ik ben nog altijd aan het leren. Er zijn natuurlijk wel plannen, maar dat komt op een gegeven moment wel. Het feit dat ik bij BYBORRE nog heel veel kan leren en tevens een waardevolle rol heb, maakt dat ik heel tevreden ben met deze samenwerking op dit moment in mijn leven. Ik ben nu op een punt gekomen dat ik vrede heb met het feit dat ik nog steeds in ontwikkeling ben, ondanks dat de hedendaagse context instant succes propageert. Zolang ik bezig ben en ik mezelf ontwikkel, dan is alles wat ik doe onderdeel van mijn groei.

Ik geloof dat mijn tijd nog steeds zal komen, al klinkt het een beetje pathetisch om daar mee af te sluiten.

Daar huist in mijn ogen juist een heel belangrijke boodschap in voor deze tijd: als je de ambitie hebt om iets duurzaams op te bouwen, ondanks de snelheid die vandaag gepropageerd wordt, moet je jezelf tijd durven geven.

Ik ben op dit moment heel erg aan het nadenken over de manier waarop ik me uit, wat ik wil zeggen. Er is een periode geweest waarin ik op zoek was naar wat ik wilde zeggen en wat ik toe te voegen heb. Dat heb ik nu veel helderder voor mezelf, maar de vorm hoe ik naar buiten wil treden is nog steeds een zoektocht. Eén van de dingen die echt mijn kracht is, is dicht bij mezelf blijven. Omdat er geen template bestaat die ik hierin kan toepassen, moet ik dus ook zelf op zoek naar mijn ultieme uitingsvorm en daar geef ik mezelf nog tijd voor. Hierin is voor mij essentieel dat ik mijn persoonlijke interesses zo organisch mogelijk volg. Dat doe ik tot de dag van vandaag en dat wordt ook mijn weg in de toekomst.

Samuel de Goede

In dit nieuwe issue focussen we op de grenzen die vervagen tussen functies in de creatieve industrie en hoe functies aan het veranderen zijn.

]]>
http://www.fontanel.nl/interview/samuel-de-goede/feed/ 0
Sanne Wijbenga – IXDS http://www.fontanel.nl/interview/sanne-wijbenga/ http://www.fontanel.nl/interview/sanne-wijbenga/#comments Fri, 04 Aug 2017 11:06:58 +0000 http://www.fontanel.nl?p=14936&post_type=nieuwwerk&preview_id=14936 Kun je ons even kort meenemen door je carrière, Sanne?

Mijn eerste baan was bij Studio Dumbar in Rotterdam. Dit bureau staat vooral bekend om hun visuele identiteiten voor bijvoorbeeld KPN, de Nederlandse Politie en de NS. Dumbar was net bezig om een digitaal team op te bouwen en daar paste ik precies tussen. We deden alles zelf, interactie ontwerp, visueel ontwerp en programmeren; veel uitproberen dus. Ik ben er vijf jaar gebleven.

Je had daarvoor illustratieve vormgeving aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht gestudeerd. Hoe kwam je dan bij de digitale tak van een branding bureau terecht?

Tijdens mijn studie ben ik gaandeweg in aanraking gekomen met digitale mogelijkheden en ben ik meer animaties en interactieve dingen gaan maken; zoals videogames. Toen ik klaar was met de academie deed ik eigenlijk alles behalve illustratief werk. Ik vond het iets magisch hebben om een statische afbeelding tot leven te wekken en door mijn wiskundige aanleg ging mij het programmeren makkelijk af. Hierdoor was interactive design de meest logische stap.

Illustratie was redelijk ingeslapen en plat voor mijn gevoel. Verhalen vertellen door middel van metaforen in een afbeelding was iets anders dan wat ik me initieel had voorgesteld. De focus in de opleiding was zeer naar binnen gericht en sloot eigenlijk de buitenwereld en de spannende dingen die er op dat moment gebeurde uit.

En toen heb je je binnen Dumbar verder kunnen ontwikkelen?

Precies! En toen ik daar naar mijn idee was uitgeleerd ben ik bij ontwerpbureau Fabrique in Amsterdam aan de slag gegaan. Ze maken geen reclamecampagnes die twee maanden online staan, maar focussen op het creëren van meerwaarde op lange termijn voor gebruikers. Ik heb daar websites en apps gemaakt voor een breed spectrum aan consumentenmerken zoals Het Rijksmuseum, Artis, Allerhande, maar ook ING en Nuon. Dus ja, super toffe klanten en projecten.

Ik hoef niet alles meer zelf te kunnen, maar vind het wel waanzinnig interessant van anderen te leren en te kijken wat het aan mijn skill set kan toevoegen.

Na zesenhalf jaar bij Fabrique ben je toen naar Duitsland verhuisd. Waarom Duitsland? Was dat een logische stap? 

Haha, nee. Mijn move naar Duitsland was voor de liefde. Mijn Duitse vriendin en ik hebben anderhalf jaar tussen Amsterdam en München heen en weer gereisd, maar op een gegeven moment wil je dat niet meer en dat moet je een keuze maken. En toen heb ik gezegd: “Ik pak mijn koffers en zeg mijn baan op bij Fabrique.” Toen ben ik naar München gegaan en ben ik daar opnieuw begonnen.

Concept en strategie voor Allerhande Koken app en website / Bureau Fabrique

Veel mensen in Nederland willen graag internationaal werken en hebben een soort kosmopolitische droom dat dat binnen Europa heel makkelijk is. Klopt dat beeld? 

In Duitsland is het zeker anders hoor. Ik denk dat een stad als Amsterdam erg internationaal georiënteerd is. De Duitse markt is groot genoeg om op zichzelf gefocust te zijn. De voertaal is nog altijd Duits, omschakelen naar Engels is vaak lastig hier. Dat kun je je in Nederland niet voorstellen. Dus nee, ik geloof nog niet dat het al zover is, in ieder geval niet in München. In Berlijn of Hamburg is dat waarschijnlijk anders.

Hoe heb je je carrière in Duitsland weer opgepakt? 

Ik ben eerst vier maanden werkzoekend geweest. Ik heb veel koffie gedronken met mensen en zo gaandeweg een netwerk opgebouwd hier. En toen kwam er een kans bij SinnerSchrader voorbij. Een van de grootste digital agencies in Duitsland. SinnerSchrader heeft een zeer sterke IT-achtergrond en is in staat zeer complexe grote projecten te doen. Op dat moment zochten ze een creative director in de relatief nieuwe vestiging in München. Toen ik bij SinnerSchrader begon had ik een paar doelen voor mezelf opgesteld: ik wilde de Duitse taal leren, de Duitse cultuur leren kennen en me de rol van een Creative Director eigen maken. Na een jaar keek ik naar dat lijstje en dacht: deze doelen heb ik hier nu bereikt.

Toen je dat eenmaal doorkreeg, dacht je: het is tijd voor wat nieuws. 

Precies. Want ik miste de creativiteit wel bij SinnerSchrader, de projecten waren simpelweg te groot. En toen kwam IXDS voorbij. Zij concurreren meer met bureaus als Frog en Ideo. Het is een heel ander soort agency met een unieke aanpak, veel meer gericht op innovatie en productontwikkeling. Ik werk nu samen met collega’s van verschillende disciplines waarmee ik nog niet eerder mee samengewerkt had, zoals service designers, industrial designers en business designers. Een hele verrijking.

Ik probeer jonge creatieven die veel tegelijk willen doen, altijd mee te geven dat ze allereerst één ding uit moeten kiezen om zich op te focussen.

Hoe zou je jezelf binnen het IXDS-team typeren, nu je met zoveel mensen met allemaal verschillende kennis en skills samenwerkt?

Ken je de term T-shaped person? De verticale lijn van de T geeft je kennis, vaardigheden en ervaring in de diepte aan, terwijl de horizontale lijn aangeeft waar je – in de breedte – ook kennis van hebt. Bij mij is die diepte screen design. Dus als ik met visual of UX designers samenwerk merken zij dat ik weet waarover ik praat. Op het moment dat er een heel concreet probleem is met typografie, dan kan ik ook helpen. En dat zorgt er denk ik ook voor dat ik geloofwaardig ben. Bij andere disciplines zoals bij Service Design heb ik die ervaring niet, maar ben ik wel in staat met ze samen te werken. Ik hoef niet alles meer zelf te kunnen, maar vind het wel waanzinnig interessant van anderen te leren en te kijken wat het aan mijn skill set kan toevoegen.

Is het van belang dat jonge creatieven zich vanaf het begin van hun carrière ontwikkelen in de breedte?

Ik denk dat het een misverstand is dat je meteen generalist kunt zijn. Dat word je. Ik probeer jonge creatieven die veel tegelijk willen doen, altijd mee te geven dat ze allereerst één ding uit moeten kiezen om zich op te focussen. Daarbij zeg ik niet dat je je openheid en nieuwsgierigheid moet uitschakelen, maar wel dat je ergens echt goed in moet worden. Want de meeste bedrijven denken nog steeds in profielen. Je gaat niet een hele bijzondere baan creëren voor iemand die nog weinig ervaring heeft; later in je carrière is dat eerder een mogelijkheid.

Als je gewoon aan de slag gaat, je doet je job goed, en je blijft groeien dan voel je vanzelf wel op een gegeven moment waar je ook goed in bent, wat je leuk vindt, en hoe je dit weer verder kunt ontwikkelen. Je moet ook gewoon doorbijten. Ik heb genoeg klussen in mijn loopbaan gedaan die niet altijd even tof waren, maar waar ik wel veel van heb geleerd.

Geen enkele stap hoeft perfect te zijn. Als je weet dat iets je veel brengt, is dat genoeg.

Misschien zijn wij tegenwoordig wel te bang om ons vast te leggen, met de angst dat het definitief is. 

Een paar jaar geleden maakte ik een grote stap door naar Duitsland te gaan. En dat heeft er wel voor gezorgd dat ik op een andere manier naar mijn werk ben gaan kijken. Je moet het zien als een soort van reis. Op het moment dat je koffer vol is en je er niets meer bij kunt stoppen of er niks meer te halen valt, dan moet je door naar de volgende bestemming en maak je weer een nieuwe stap. Geen enkele stap hoeft definitief te zijn, dus mensen moeten ook niet bang zijn om zich een tijdje vast te leggen. Geen enkele stap hoeft perfect te zijn. Als je weet dat iets je veel brengt, is dat genoeg. En daarbij moet je het vertrouwen hebben dat het heus wel goed komt en dat er altijd een plan B is. Er zijn zoveel mogelijkheden, dat ik denk dat er voor goede mensen altijd wel plek is.

Sanne Wijbenga

In dit nieuwe issue focussen we op de grenzen die vervagen tussen functies in de creatieve industrie en hoe functies aan het veranderen zijn.

]]>
http://www.fontanel.nl/interview/sanne-wijbenga/feed/ 0
Thijs Biersteker http://www.fontanel.nl/interview/thijs-biersteker/ http://www.fontanel.nl/interview/thijs-biersteker/#comments Thu, 29 Jun 2017 10:13:25 +0000 http://www.fontanel.nl?p=14594&post_type=nieuwwerk&preview_id=14594 Welke veranderingen signaleer jij op dit moment in de creatieve industrie?

Ik denk dat er een grote beweging is ontstaan van mensen die klaar zijn met de mooie praatjes van reclamebureaus en consultants. Mensen die niet langer willen wachten op die toekomstplaatjes en aan de slag gaan om veranderingen zelf van de grond te krijgen. Kijk bijvoorbeeld naar Elon Musk van Tesla of naar studenten die een Solar Road bouwen: ze zetten het zelf wel op! Kijk naar kunstenaars die prototypes gaan maken om te laten zien dat iets kan en naar de corporates die er vervolgens mee aan de haal gaan. Die hele mentaliteit hoort bij die beweging. Deze generatie denkt in oplossingen en daarom gaan ze bouwen aan mooie, gave en tastbare dingen.

Waar mensen vroeger één vak of ambacht leerden, lijken we tegenwoordig steeds meer ‘alleskunners’ te hebben. Creatieven zijn niet langer gespecialiseerd in één ding maar jongleren misschien wel met drie verschillende talenten. Hoe kijk jij tegen deze verandering aan?

Dat mensen gaan multitasken in de creatieve sector is denk ik zowel een mooie kans als een grote valkuil. Er is een technische revolutie gaande. Het mooie daaraan is dat creatieven die nu van de academie komen veel meer skills hebben dan waarmee ik zelf van de academie kwam. Er zijn nu ook veel meer tools voorhanden. Het nadeel daarvan is dat veel mensen daardoor denken dat ze alles zelf wel even in elkaar zetten, maar daardoor krijg je nooit de kans om te kijken hoe ver een idee écht kan komen. Je krijgt namelijk nooit de kwaliteit die het onderscheidend maakt als wanneer je samenwerkt met iemand die daarin gespecialiseerd is.

Dat mensen gaan multitasken in de creatieve sector is denk ik zowel een mooie kans als een grote valkuil

Je moet weten wanneer iets te ingewikkeld voor je wordt. Het is leuk om dingen zelf te doen en te proberen, maar je moet een idee of verhaal toetsen aan waar het heen kan gaan en nooit aan de technologische beperkingen die je zelf hebt. Je ziet dat vaak mooi in installatiekunst. Als een kunstenaar bijvoorbeeld een mooi verhaal heeft en zelf probeert te programmeren, of andersom. De uiteindelijke uitvoering raakt ondergesneeuwd door het gedeelte dat niet goed in elkaar zit.

Daar zit misschien de nuance tussen alles moeten leren en moeten weten wanneer iemand anders het beter kan. Je moet weten waar jij goed in bent en dát uitbouwen, maar je tegelijkertijd wel horizontaal blijven verbreden. Je zou het een strategische T-constructie kunnen noemen: breed geïnformeerd over de linie en de mogelijkheden en skills van anderen, met een deep dive in die vaardigheid die jou het beste ligt en goed aansluit bij jouw passie.

Interactieve bokszak ‘Fighting Cancer Cells’

Waar ligt jouw ultieme skill en welke mensen verzamel jij om je heen om een project van de grond te krijgen?

De manier om een goed verhaal te vertellen, het concept uitzetten en het van begin tot einde echt gedaan krijgen; daar ligt mijn kracht. Als ik enthousiast vertel over waar ik mee bezig ben, dan sluiten daar mensen zich bij aan die de dingen kunnen die ik niet kan. Zelf weet ik bijvoorbeeld echt wel wat van audio af. Ik kan horen of iets goed klinkt en logisch is, maar er zit hier iemand bij Amp.Amsterdam die er echt álles vanaf weet. Als ik dat allemaal zelf zou willen snappen word ik knettergek en dan ga ik mezelf beperken tot de middelen waarmee ik wel kan werken. Mijn werk wordt dan nooit zo goed als ik wil. Per project stel ik een team samen van mensen die enthousiast zijn en weten waar ze aan toe zijn.

Ik wilde nooit de reclamewereld in, maar besefte dat ik daar wél kon leren wat ik nodig had

Daarin is het belangrijk dat het duidelijk is welke rol iedereen heeft en wat in welke fase leidend is. Als ik bijvoorbeeld een fiets ga ontwerpen is het allereerst te hopen dat die stevig in elkaar zit. De techniek is dan in de ontwerpfase leidend, daarna komt het design en de eventuele software.

Op dit moment zijn er veel creatieven die geen team maken maar gaan multitasken. Hoe denk en hoop je dat deze manier van werken zich gaat ontwikkelen?

Ik hoop dat het groepen mensen worden. Dus geen persoon met drie middelmatige skills, maar drie mensen met elk één goed ontwikkelde vaardigheid. Dat iedereen weer wat meer op zijn eigen eilandje gaat zitten maar daarin wel verbinding zoekt met anderen en elkaar leert begrijpen. Met een eilandje bedoel ik dus niet dat je homogene groepen gaat maken zoals we heel lang geleden gilden hadden, maar juist het tegenovergestelde: dat iedereen zijn eigen skills ontwikkelt en veel gaat samenwerken met anderen om verandering te bewerkstelligen.

Zelf ben ik bijvoorbeeld heel bewust gaan werken op plekken waar ik de vaardigheden kon ontwikkelen die ik nodig had om mijn ideeën van de grond te krijgen. Ik wilde nooit de reclamewereld in, maar besefte dat ik daar wél kon leren wat ik nodig had. Mijn vak is namelijk om ideeën te bedenken. Als je dan ergens gaat werken waar je dagelijks twintig of dertig ideeën moet verzinnen, dan word je daar vanzelf heel goed in. Je ontwikkelt je eigen kracht en leert hoe je samenwerkt met anderen om een idee tot stand te laten komen. Je kunt dan later wel leren wat je zelf allemaal in huis hebt. Zelf ben ik ook nu pas een beetje aan het aanboren wat ik interessant vind.

Bottlevase – geprint met Refil, gemaakt door Better Future Factory met oude flessen

Het lijkt ook wel alsof er niet alleen veel multitaskers zijn, maar ook veel mensen met veel ideeën. Hoe bepaal jij of een idee goed genoeg is om aan te pakken?

Een idee zelf is niets waard. Iedereen heeft ideeën. Het verschil zit ‘m in het doorzettingsvermogen om het ook daadwerkelijk uit te voeren. Ik denk dat veel mensen als ze eerlijk zijn al wel weten als ze aan iets beginnen of ze het ook af gaan maken. Je voelt het als een idee de potentie heeft om iets groots te bewerkstelligen. Je weet het als maker wanneer iets gewoon een testje is dat even je hoofd uit moet en wanneer iets echt gemaakt gaat worden omdat het je anders slapeloze nachten gaat bezorgen en gaat frustreren.

Veel creatieven komen eindelijk in een positie waarin ze geld kunnen verdienen en beseffen dat ze hun tijd verdoen voor geld

Voor mij zijn dat bijvoorbeeld nu de projecten over plastic. Een mooi materiaal dat op dit moment in onze oceaan en voedselketen terechtkomt. Ik reis en surf veel en kom het overal tegen. Dat is een probleem dat structureel aan me knaagt. Daarom heb ik Plastic Reflectic gemaakt en daarom ben ik ook als partner ingestapt bij Better Future Factory om plastic om te vormen tot nieuwe dingen.

Je omschrijft jezelf als een hippie met een bedrijfsplan. Dat klinkt alsof je een soort hybride bent tussen twee werelden: aan de ene kant een hele romantische en idealistische en aan de andere kant een zakelijke en commerciële. Hoe verhoud je je tussen die twee werelden?

Ik geloof in een goede, mooie en betere toekomst door technologie en praktische oplossingen. Als designer zag ik dat er heel veel praktische oplossingen missen, daarom besloot ik om dingen te gaan maken die mensen inspireren en ze verder laten denken. Ik denk dat als je écht veranderingen wilt maken er al snel een businessplan om de hoek komt kijken.

Je kunt namelijk wel allemaal mooie dingen bedenken, maar als je dat niet toegankelijk kunt maken voor anderen of uit kunt rollen over de wereld dan maak je nooit de impact die je wil maken. Je moet laten zien hoe je iets bouwt en dat niet alleen voor jezelf houden. Anders ben je weer zo’n mafketel die de hele wereld kan voeden, maar zijn oplossing als winstbejag voor zichzelf houdt.

Ik denk ook dat dat deze generatie kenmerkt: geld verdienen is niet meer het enige doel en dat is ook precies het moeilijkste er van. Veel creatieven komen eindelijk in een positie waarin ze geld kunnen verdienen en beseffen dat ze hun tijd verdoen voor geld. Ze beginnen na te denken over wat ze echt willen en gaan hun skillsets inzetten om de wereld een stukje beter te maken. Zelf doe ik bijvoorbeeld geen commerciële projecten die niet idealistisch zijn.

Installatie ‘Periscopista’ op Down The Rabbit Hole 2016

Je noemde aan het begin van ons gesprek dat er een technische revolutie gaande is, daarnaast benoem je steeds het idealisme. Hoe denk je dat deze tendens de banen in de creatieve industrie gaat veranderen?

Ik denk dat creatieven die grote hoeveelheid aan technische mogelijkheden gaan benutten om te laten zien hoe de wereld er volgens hen beter uitziet. Bijvoorbeeld door met Augumented Reality en Virtual Reality te laten zien welke impact onze acties op de wereld om ons heen hebben. Om al die idealistische plannen en projecten van de grond te krijgen verwacht ik dat creatieven veel meer zullen gaan samenwerken met anderen die de vaardigheden hebben die bij henzelf ontbreken en zichzelf vastbijten in hun eigen drive en specialisme.

Ik denk dat creatieven die grote hoeveelheid aan technische mogelijkheden gaan benutten om te laten zien hoe de wereld er volgens hen beter uitziet

De impact die deze manier van werken heeft zie je nu al in de banenbranche. Waar klanten vroeger eerder naar een reclamebureau afstapten, gaan ze nu direct naar de mensen toe die dingen maken. Ze zoeken ontwerpers die werken vanuit passie in plaats van een algemeen bedrijf. Stel dat iemand nu bijvoorbeeld een sustainable flesje wil laten ontwerpen, dan gaat die niet naar een reclamebureau maar naar een ontwerper die een passie heeft voor sustainability en daar verstand van heeft.

Wat zou je aan jonge creatieven adviseren die graag hun idealistische projecten willen uitwerken en tegelijkertijd ook een dak boven hun hoofd moeten betalen? Je zegt namelijk dat het aan de ene kant goed is om hun skills te ontwikkelen bij een werkgever en aan de andere kant dat klanten eerder naar zelfstandigen afstappen.

Het ligt eraan wat jouw vakgebied is. Als jouw vakgebied verhalen vertellen is, dan kan je goed verhalen leren vertellen bij een reclamebureau. Iedereen heeft een eigen missie en die kan commercieel zijn of niet. Als jij heel gelukkig wordt van suikerwater verkopen dan moet je dat vooral doen. Ik denk alleen wel dat voor onze generatie purpose heel belangrijk en leidend is. Als je dat als leidraad neemt moet je gaan kijken waar je de impact die je wilt maken het beste kunt bewerkstelligen. Dat kan bij een commercieel bedrijf zijn maar ook bij verschillende start-ups of als zelfstandige.

Probeer uit te stippelen hoe jij de komende jaren gaat ontwikkelen waar jij goed in bent en probeer dat pad te blijven volgen. Die lijn moet je denk ik uitzetten vanuit jouw passie en volgen zonder veel compromissen te sluiten. En áls je compromissen sluit: zorg dan dat die bijdragen aan het grotere doel. Dat grotere doel is volgens mij nooit geld.

Thijs Biersteker

In dit nieuwe issue focussen we op de grenzen die vervagen tussen functies in de creatieve industrie en hoe functies aan het veranderen zijn.

]]>
http://www.fontanel.nl/interview/thijs-biersteker/feed/ 0
Niels den Otter – Audentity http://www.fontanel.nl/de-week/niels-den-otter/ http://www.fontanel.nl/de-week/niels-den-otter/#comments Tue, 23 May 2017 12:08:01 +0000 http://www.fontanel.nl?p=14694&post_type=weekvan&preview_id=14694 Maandag

1. …leuk begin van de week. Drie producties die we vorige week hebben afgerond staan op de ADFO: Amstel Ongefilterd, Specsavers en Bol.Com. #stiekembesttrots
Met name Amstel was een knaller, in korte tijd alles schrijven, arrangeren, opnemen inclusief strijkers en koor.

2. …begin de dag met een beetje wat doodlen op gitaar, even processen wat er gaat gebeuren én wat er kán gebeuren. #neveradullday
Dat blijkt wel weer toen we afgelopen donderdag – terwijl de definitieve mix voor Amstel Ongefilterd werd gemaakt – werden gevraagd of we voor een launch/persconferentie van Tele2 een orkest wilde produceren. #hoedan #letsgo

3. …het koor waarmee we werkten en waarschijnlijk weer gaan werken deze week voor Tele2.

4. …maar eerst even voor nog een andere film, voor Amstel EY. Samen met m’n best man Guido Maat deze kleine gekke instrumentjes gebruiken.

5. …Guido is net vader geworden en dit is z’n pride and joy Vigo Ronin Cornelis Maat en ega Ella Sonke, who happens to be mijn zakelijke rechterhand. Ben de dagen aan het aftellen tot ze weer kan beginnen! ;) #audentityteam

 

Maandag_1 Maandag_2 Maandag_3 Maandag_4Maandag_5deweek

 

Dinsdag

1. …koffie, deze week gaat een leuke worden!

2. …eerst even wat doodlen en tryen voor m’n idee wat ik met ’t orkest voor Tele2 wil uitvoeren. Op de achtergrond is onze tijdelijke office manager, productietalent en tevens gitaarwonder te zien: Alessandro van der Sluis.

3. …de setup die ik wil gebruiken voor de Tele2 Launch. Gitaren en synths door effectpedalen en dat dan weer door de amps raggen. #loud #beukerin

4. …owja dit ben ik, maar moet snel de deur uit. Terwijl Guido doorwerkt op Tele2 moet ik naar de studio van twee van onze freelance teammembers Robert en Bart om last minute nog een extra track voor de Amstel-productie te maken. #haast #rennen #maarweleenstudioindebossen

5. …dit is Bart die druk bezig is. #ditgaateenlatertjewordenvreesik

6. …maar het is gelukt, om 1:30 uur de demomix snel eruit sturen en morgen de boel onder de film mixen.

 

Dinsdag_1 Dinsdag_2 Dinsdag_3 Dinsdag_4 Dinsdag_5 Dinsdag_6

 

Woensdag

1. …elke woensdag om 8:00 uur ontbijt ik hier met Antony Roget; former London banker, nu Personal Trainer. Zitten en ouwehoeren over whatsupp in life ;)

2. …koffietje bij ’t Lloyd. Oeff, die late avond gisteren voel ik wel effe.

3. …hard werken en goed lunchen. Sinds kort hebben we een grill op de zaak. Lekker tonijn bij de visboer halen en grillen, verder wat groente erop!

4. …om de dag te breken probeer ik elke woensdag op het einde van de middag, mits mijn planning ’t toestaat, te trainen/boxen.

5. …maar gezien de drukte toch weer terug naar kantoor. Moeten immers morgen al repeteren met ’t orkest voor a.s. maandag.

 

Woensdag_0 Woensdag_1 Woensdag_2 Woensdag_3 Woensdag_4deweek

 

Donderdag

1. …dit wordt een crazy dagje: showreel meetup, Amstel EY afmixen, creatief van een freebee die we tijden terug gedaan hebben voor Amnesty en onze DPPLR vrienden komen wat gear filmen etc. Dan is ’t wel heel chill dat via een klus die we voor de grand ladies van CAKE deden we een Vanmoof mochten uitkiezen, dat werd dus deze Electrified S beuker.

2. …via de Cuyp naar 72 and Sunny, vrienden maken met stroopwafels!

3. …bij terugkomst op kantoor lag er dit bij de post. Super nice van Kingsday om ons dit op te sturen! Een officieel doc. van de San nominatie.

4. …ik wordt zelfs gefilmd over de commercial voor Amnesty haha.

5. …Koen of was ’t nou Bas Janssen van Indie? Ow en model en producer Dennis Gijsbers Official van Indie. Hele fijne mensen om mee samen te werken!

6. …ex-stagiair Bas van Win kwam langs om de partijen voor ’t orkest door te nemen die we vanavond repeteren.

7. …repetitietijd, knallen!! Oef, dit wordt weer laat. Moet ook nog een koortje pakken voor morgen. Via Parijs naar Cannes voor de verjaardag van m’n buddy Brian :)

 

Donderdag_0 Donderdag_1 Donderdag_2 Donderdag_3 Donderdag_4 Donderdag_5 Donderdag_6deweek

 

Vrijdag

1. …hoe vroeg ’t was weet ik niet meer, maar slaperig snel naar Schiphol voor Parijs en dan Cannes.

2. …doei regen!

3. …Paris! Voor een snel kopje koffie met een agent waar ik misschien mee ga samenwerken.

4. …en door haha. Op Nice kun je dus ook blijkbaar auto’s huren zonder dak. Best chill met dat lekkere weer.

5 …ahhh Cannes!

 

Vrijdag_1 Vrijdag_2 Vrijdag_3 Vrijdag_4 Vrijdag_5deweek

 

Zaterdag

1. …damn you Cannes, damn you Laduree. Toch effe wat macarons meenemen voor m’n lieve vriendin Christel de Waart die helaas niet meekon. Dit maakt ’t vast weer goed ;)

2. …terug op Schiphol. Toch ’n bezoekje brengen aan m’n zus Laura den Otter (grafisch ontwerper) en dit meesterlijke ventje. Kalle, m’n neefje. Heerlijke toet toch, drie keer raden wat hij over een paar jaar van ome Niels kado krijgt…

 

Zaterdag_1 Zaterdag_2

 

Zondag

1. …m’n grote vriend Beer vond ’t nodig me te laten weten dat m’n reistas toch echt leeg moest zodat hij er bovenop kan liggen met z’n dikke reet, haha.

2. …voor ik zo naar Tele2 moet nog effe ’n koffietje bij …,Staat’s Newwerktheater voor de Yuzu coffee cocktail. So nice dit drankje.

3. …na de Tele2 doorloop nog even met Emillio de Haan van Indie z’n hondje Wolfie uitlaten. Heerlijk beestje!

 

Zondag_1 Zondag_2 Zondag_3deweek

 

Maandag

1. …tijd voor de Tele2 persconferentie, confetti, knallers, herrie, gitaren, synths; alles. Oh ja, en een nieuwe dikke deal van Tele2. Dikke shoutout naar Indie/Lode, Ronald, Jacqi en Yani en NewAms Om dit in een week voor elkaar te boxen. #respect En na de persconferentie om 17:00 uur gewoon weer door met een showreel meetup.

2  …m’n buddy en Last Resort resident DJ Turne.

3 …onze Bas en Ronnie Flex.

4 …owkee, ik ben best gaar nu, was me ’n weekje wel!

 

Maandag_1 Maandag_2 Maandag_3 Maandag_4


Audentity

 


In dit nieuwe issue kijken we naar de toekomst van de constant veranderende creatieve industrie. We gaan in gesprek met creatieve vernieuwers die grenzen verleggen op het gebied van design, technologie, advertising en media. KIWISEX

]]>
http://www.fontanel.nl/de-week/niels-den-otter/feed/ 0
Daniël Sumarna – DROGA5 / OLAF HUSSEIN http://www.fontanel.nl/interview/daniel-sumarna/ http://www.fontanel.nl/interview/daniel-sumarna/#comments Wed, 17 May 2017 15:15:10 +0000 http://www.fontanel.nl?p=14564&post_type=nieuwwerk&preview_id=14564 Heel toevallig hoorde ik een paar maanden geleden via je OLAF HUSSEIN-partner Olaf, dat je weer naar Nederland zou komen, maar nu spreek ik je toch weer in New York.

Klopt, mijn plan is daadwerkelijk om binnenkort de helft van mijn tijd in Amsterdam te zitten en de andere helft nog steeds hier in New York. Om dat allemaal geregeld te krijgen duurt nu alweer een tijdje. Het feit dat er wat politieke veranderingen hebben plaatsgevonden, maakt het ook weer iets lastiger, maar het komt binnenkort vast definitief goed.

In Amsterdam wil je je dan volledig op OLAF HUSSEIN gaan richten?

Nee, ik denk dat het merk altijd wel zal toelaten om andere projecten ernaast te doen. Ik wil de helft met OLAF HUSSEIN aan de slag en in de tijd die overblijft me richten op nieuwe dingen die ik nu graag wil proberen. We leven nu in een tijd waarin het toegankelijker dan ooit is om je als creatief heel breed te oriënteren en je ook in gebieden te begeven waar je eerder nog niet in actief was. Ik wil dat in ieder geval heel graag gaan onderzoeken. Ik sta echt op het punt om nog meer de breedte op te zoeken, naast en via de dingen die ik al doe. 

Heb je bij Droga5 altijd als art director gewerkt?

Ik ben hier 4,5 jaar geleden samen met mijn creatief partner Bryan Wolff begonnen als stagiair en in die periode hebben wij het project ‘Recalling 1993‘ bedacht voor New Museum. Daarna zijn we nog een half jaar terug naar school gegaan om te kunnen afstuderen, ondanks dat we na onze stage eigenlijk mochten blijven. Dat aanbod hebben we in een soort gentlemen’s agreement aangenomen, op voorwaarde dat we eerst nog het laatste halfjaar van de studie mochten afmaken. Na het afstuderen duurde het nog even voordat onze werkvisa geregeld waren en hebben we nog heel even bij Achtung! gezeten. Toen we eenmaal mochten zijn we vervolgens weer naar New York vertrokken.

Campagne ‘Recalling 1993’ – New Museum

Hoe ben je bij art direction uitgekomen?

Het is grappig om te bedenken dat als je jong bent, maar heel weinig mensen zich heel concreet toe willen leggen op één richting: je wil gewoon creatief zijn en alles doen. Toen we meteen na de studie bij Droga5 begonnen, zeiden zij direct dat ze altijd heel concreet willen weten wie waarvoor verantwoordelijk is bij een project. Ze vroegen letterlijk: “Bij wie moeten we aankloppen als iets niet goed is?” 

We leven nu in een tijd waarin het toegankelijker dan ooit is om je als creatief heel breed te oriënteren en je ook in gebieden te begeven waar je eerder nog niet in actief was.

Ik denk ook dat, ondanks de oorspronkelijke drang om alles te willen doen, iedereen diep van binnen wel een voorkeur heeft. Voor mij was dat eigenlijk tijdens de studie al overduidelijk art direction. Om die reden heb ik toen naast mijn studie één dag in de week bij het Rotterdamse ontwerpbureau weaponofchoice gewerkt. Zij zaten niet echt in de advertising-hoek, maar ik wilde dat heel graag doen en het heeft mij ook heel erg veel gebracht als het gaat om de ontwikkeling van mijn smaak. Zowel in wat ik al kon door mijn eerste studie, aan het Grafisch Lyceum, maar ook qua verfijning op productontwerp-niveau en door de referenties die weaponofchoice gebruikten vond ik heel inspirerend. Bovendien zochten zij ook altijd naar een bepaalde gelaagdheid in de grafische dingen die zij ontwierpen, wat voor mij ook een nieuw inzicht was.

Wat was je drijfveer om na het Grafisch Lyceum nog advertising te gaan studeren aan de Willem de Kooning Academie?

Ik vond het na mijn tijd aan het Lyceum heel tof om mooie dingen te maken en ging altijd heel precies te werk als ik met een typografie, een logo of een identiteit bezig was, maar ik begreep al snel dat je dat over het algemeen doet voor bedrijven die nog niet gearriveerd zijn. Als je kijkt naar een Nike of een Google: zij hadden dat allemaal al. Dus toen ik als zeventienjarige jongen naar hun campagnes keek, zag ik een laag die boven grafisch ontwerp lag. Een campagne als ‘Write The Future’ van Nike, met zo’n hoge production value: ik kon op die leeftijd bijna niet begrijpen hoe dat gemaakt werd. Het enige wat ik wist, was dat er in de advertising-wereld dit soort dingen gecreëerd werden en dat wilde ik ook gaan doen.

 

 

Is je blik op advertising veranderd toen je er eenmaal onderdeel van werd?

Toen ik bij Droga5 begon als stagiair, was ik ergens wel een beetje bang voor de keiharde Amerikaanse cultuur waarbij je intern ook constant aan het concurreren bent op briefings. Eenmaal binnen zag ik dat iedereen zijn eigen verantwoordelijkheden had en dat er om die reden zo goed mogelijk werk gemaakt werd. Er was nooit sprake dat je met collega’s aan het concurreren was en zelfs toen we als stagiairs aan het werk waren, werden we serieus genomen. Dat was een openbaring. De cultuur bij Droga5 heeft bovendien als gevolg dat je je nooit kunt verschuilen achter een hiërarchische structuur.

Er was nooit sprake dat je met collega’s aan het concurreren was en zelfs toen we als stagiairs aan het werk waren, werden we serieus genomen. Dat was een openbaring.

Er waren twee dingen die ik mij erg aanspraken bij Droga5 toen ik begon: met grote budgetten werken voor grote merken, en daarnaast zag ik dat Droga5 goede ideeën heel erg omarmde en daar zelf geschikte partijen of mogelijkheden voor wist te creëren, zodat deze ook daadwerkelijk uitgevoerd konden worden. Die mix vind ik echt geweldig. Een project zoals wat wij tijdens onze stage voor New Museum hebben gemaakt voor $ 10.000,- staat naast commercials die voor $ 1.000.000,- gemaakt worden. De kern van mijn keuze voor advertising was en bleef altijd: als ik weet hoe het is om voor een global merk als Google, Under Armour of UNIQLO te werken, dan weet ik hoe het gaat op het hoogste niveau. Het is altijd Bryan’s en mijn ambitie geweest om te ervaren of wij op dat niveau zouden kunnen werken. 

 

 

Wanneer ben je je daarnaast ook op OLAF HUSSEIN gaan richten? 

Olaf is het merk een aantal jaren geleden begonnen met een denim capsule-collectie en in die periode kwam hij een keer naar mij toe met de vraag om de complete identiteit aan te pakken. Daar heb ik toen naar gekeken en we zijn vervolgens stapsgewijs alles gaan aanpakken: de website, keuzes op productniveau, de tone-of-voice en een beeldtaal. Het is vanaf dat moment allemaal heel organisch gegroeid: tussen ons en met het merk. Ik wist dat de route die ik in advertising zou gaan doorlopen best commercieel zou zijn en ik had altijd al een voorliefde voor mode en productontwerp. Bovendien vind ik het idee om een merk vanaf de grond op te bouwen heel tof.

Op een bepaald punt had ik zo’n goed zicht op wat het merk OLAF HUSSEIN kon zijn, dat het een logische stap was om het ook gewoon te gaan doen. Ondanks dat het voor mij op dat moment totaal nieuw was om op het niveau van productontwikkeling mee te denken. Die interesse had ik wel altijd al en het was heel tof om daar zo mee in aanraking te komen en onderdeel van te worden.

SS2017 collectie – OLAF HUSSEIN

Wat is het belangrijkste verschil tussen je werk voor Droga5 en OLAF HUSSEIN?

Bij Droga5 heb je altijd een klant en een creatief boven je met wie je werkt en aan wie je verantwoording moet afleggen. De standaard ligt voornamelijk conceptueel heel hoog. Naast dat wij zelf een business zijn, doen wij met OLAF HUSSEIN alles zelf: van het product tot hoe we het naar de markt brengen. Hierdoor kunnen bepaalde ideeën ook uit andere hoeken komen. Eén van de voorbeelden waar ik zelf ook erg trots op ben, zijn de sokken die we voor OLAF HUSSEIN gemaakt hebben. Ik heb dat altijd gezien als een social media-campagne om naamsbekendheid te genereren. We wisten dat we ooit schoenen wilden produceren, dus sokken was een logische eerste stap. Bovendien was de price point waarmee we de sokken konden aanbieden een hele mooie ingang voor de mensen die ons merk tof vonden, maar nog niet klaar waren om bijvoorbeeld een shirt te kopen van € 120,-.

Bij OLAF HUSSEIN doen we alles zelf: van het product tot hoe we het naar de markt brengen.

Uiteindelijk zag je dus daadwerkelijk dat de sokken het heel goed deden op Instagram en dat de naamsbekendheid een enorme boost kreeg. Ik denk niet dat een dergelijke campagne vanuit een bureau snel aan een merk verkocht zou kunnen worden, omdat het zich zo op productniveau afspeelt, maar wij hebben daar binnen ons eigen merk alle ruimte voor.

Het was bijna een soort communicatiestrategie.

Klopt, ik noem dingen snel een campagne door mijn advertising-achtergrond, maar het is meer een strategie inderdaad. Een ander voorbeeld is onze fysieke winkel genaamd The Fitting Room, die wij eind 2015 hebben geopend. Naast dat de ruimte die we hebben gevonden maar 38 vierkante meter is, wou ik ook onze visie op retail laten zien. In een wereld waar steeds vaker online geshopt wordt, hechten wij juist veel waarde aan fysieke interactie met ons product. Daarnaast is het ook leuk meegenomen dat je dan ineens het interieur van een winkel aan het ontwerpen en samenstellen bent. Dat vind ik toffe dingen: jezelf een briefing geven en deze vervolgens helemaal vrij invullen.

The Fitting Room – OLAF HUSSEIN

Conceptueel denken met een snelle productietijd aan de advertising-kant en aan de andere kant juist strategische lange lijnen uitzetten tot in de kleinste details voor OLAF HUSSEIN: is dat hoe jij als creatief te typeren valt?

Big ideas and small details, daar komt het wel een beetje op neer. Ik heb zo ontzettend veel geleerd sinds ik begonnen ben bij Droga5, waardoor ik weet wat de standaard is bij de grootste merken. Dat kan ik vervolgens weer toepassen op een kleiner merk dat volledig van ons is. Alle keuzes die we hierin maken zien wij als het beste voor het merk. OLAF HUSSEIN is voor mij ook een platform voor dialoog en zelfs een soort levende case study over hoe je heden ten dage te werk kan gaan in de mode. Uiteindelijk moeten Olaf en ik ook nog heel veel dingen leren, maar we hebben wel een bepaalde smaak en ideeën over wat tof zou zijn en we zijn in staat om dat te vertalen naar toffe producten. Wat heel zwaar weegt bij OLAF HUSSEIN als merk, is de wereld die we er omheen bouwen.

Alles is in beweging. Als je als creatief in dat bewegende landschap de juiste keuzes maakt die bij jou en je interesses passen, is er op heel veel plekken van alles mogelijk.

Het laatste seizoen is één van de betere voorbeelden daarvan, vind ik. De collectie heeft de naam ‘HOMECOMING’ gekregen en de wereld die we daar omheen hebben gecreëerd, voelt bijna groter aan dan de producten zelf. Daar ben ik echt super trots op. Het feit dat we nu als merk steeds meer één verhaal vertellen, is iets waar ik het laatste half jaar mee bezig ben. Eerder waren we vooral aan het experimenteren, waarin we steeds inspiratie uit andere hoeken zochten. Inmiddels ben ik er volledig van overtuigd dat het merk OLAF HUSSEIN een doorlopend verhaal moet hebben. Dat is ook de reden dat deze collectie ‘HOMECOMING’ heet: het staat voor het feit dat we terug naar de kern zijn gegaan waar we vandaan komen. Hierdoor kunnen we later weer gaan experimenteren vanuit de de grotere gedachte die we aan het formuleren zijn.

Eén van die dingen die als een basisgedachte moet gaan gelden is het feit dat Olaf en ik beide heel erg veel inspiratie putten uit de reizen die we maken. Dat willen we doorvertalen naar de fictieve persoon OLAF HUSSEIN, die we zien als een soort wereldreiziger die overal ter wereld inspiratie vindt. Op die manier kunnen we het merk heel dicht bij onze eigen ervaringen houden en vanuit dit narrative het merk steeds meer uitbreiden. Met die rationale achter de keuzes die we maken, kunnen we al onze ideeën conceptueel toetsen.

SS2017 campagne – OLAF HUSSEIN

De kaders als creatief worden op dit moment steeds vloeibaarder, met jou als één van de vele voorbeelden. Nog niet zo lang geleden werden producten alleen gemaakt door mensen die daar een specialist in waren. De creatief directeur in de mode is een soort ultra creatieve rol geworden die van product tot communicatie loopt. 

Ik zie daar de rode draad in tussen advertising en wat ik doe voor OLAF HUSSEIN. Olaf en ik zijn in staat om een verhaal te vertellen rondom producten waar wij volledig achter staan. Dat vereist deze tijd ook. In advertising is het nog steeds vaak zo dat een product al af is en daar een campagne omheen gecreëerd moet worden. De meeste campagnes schetsen een prachtige wereld rondom een willekeurig product, maar het product zelf is niet altijd iets waar mensen op zitten te wachten.  

Eén van de beste voorbeelden van iemand die de hedendaagse vorm van creatieve directie geperfectioneerd heeft is Jonathan Anderson, van het label J.W. Anderson en creatief directeur van LOEWE. Wat hij doet vind ik echt super tof. Hij is een ontzettend goede ontwerper, maar misschien nog wel een betere creatief directeur door de wereld die hij om zijn producten heen bouwt, samen met de designers, fotografen en stylisten die hij erbij betrekt om die wereld überhaupt te kunnen creëren. Het feit dat hij nu ook een ‘LOEWE Craft Prize’ in het leven heeft geroepen, zorgt ervoor dat hij zelfs bepaalde waarden onderdeel maakt van het gevoel van J.W. Anderson: dat vind ik echt geweldig.

 

 

Je merkt echt dat Jonathan Anderson de complexiteit van communicatie anno 2017 heel goed begrijpt. De door hem mede-gecureerde expositie ‘Disobedient Bodies’ is ook weer een mooie uitingsvorm die perfect binnen het totale Jonathan Anderson-verhaal past.

Je zou hem kunnen zien als een curator in alles wat hij doet. De tijdsgeest heel scherp observeren, hoe complex deze inmiddels ook is, en op al die verschillende gebieden in staat zijn om te zien wat er goed is en dat vervolgens weer vertalen naar je eigen praktijk: dat maakt je op dit moment een hele goede creatief, in mijn ogen.

Er zijn op dit moment zo ontzettend veel verschillende manieren om tof werk te maken. Iedereen lijkt daarin zoekende. Sommigen gaan naar de merkzijde en kunnen daar hele mooie dingen maken, anderen gaan juist naar ontwerpbureaus die ook steeds meer campagnes doen. Aan de andere kant zie je dat bij bepaalde advertising-bureaus ook steeds meer design gedaan wordt. Alles is in beweging. Als je als creatief in dat bewegende landschap de juiste keuzes maakt die bij jou en je interesses passen, is er op heel veel plekken van alles mogelijk. Ik wil zelf in de aankomende tijd in ieder geval allerlei nieuwe dingen gaan ontdekken.

Daniël Sumarna

In dit nieuwe issue focussen we op de grenzen die vervagen tussen functies in de creatieve industrie en hoe functies aan het veranderen zijn.

]]>
http://www.fontanel.nl/interview/daniel-sumarna/feed/ 0
David Snellenberg – DAWN http://www.fontanel.nl/interview/david-snellenberg/ http://www.fontanel.nl/interview/david-snellenberg/#comments Thu, 30 Mar 2017 10:20:49 +0000 http://www.fontanel.nl?p=14246&post_type=nieuwwerk&preview_id=14246 Dawn werkt alleen maar voor maatschappelijk betrokken organisaties en jullie lijfspreuk is: ‘Don’t make people want stuff, make stuff people want’. Hoe is deze visie, tien jaar geleden, bij jou ontstaan?

Ik had geen zin meer om mijn talenten te stoppen in het verkopen van hamburgers aan tieners. Hiervoor werkte ik voor BBDO, een bureauketen. BBDO werkte bijvoorbeeld ook voor Gilette; een van de meest vervuilende bedrijven ter wereld. Dat zat me gewoon niet meer lekker. En ik werd er bovendien ongelukkig van om maar een schakel bij een groot bureau in een commerciële keten te zijn. Ik had het idee: ik zit in wagon dertien en ik weet niet wat mijn locomotief is, ik weet niet waar we aankomen. Ik weet alleen maar dat dit wagonnetje mijn wagonnetje is. En sinds ik uit die matrix ben, zo voelt het ook echt, heb ik het idee dat ik alle kanten kan opsturen. Als je ervoor wil zorgen dat je goede dingen tot leven brengt, dan is dat een hele andere bedrijfsvoering. Het betekent dat je langzaam groeit, dat je selectief klanten aanneemt, vaak nee verkoopt en bepaalde mensen om je heen verzamelt.

Wat voor mensen verzamel je om je heen op de vloer bij Dawn?

Ik zal altijd op zoek zijn naar zelflerende mensen. Autonome mensen. Niet per se mensen die van reclame houden, maar creatieven die in oplossingen denken. Er worden hier meer kranten gelezen dan vakbladen. Dus iedereen is well informed. Dat betekent dat als wij met onze klanten praten, ook discussies kunnen aangaan.

 

 

Maar oké wacht even. Als je het zo vertelt, klinkt het bestaan van Dawn heel vanzelfsprekend. Hoe heb je je losgemaakt? Je moest een grote stap maken en opnieuw beginnen.

Ja, dat klopt. Het belangrijkste, als je iets wilt beginnen, is altijd om bij de juiste mensen aan tafel te komen. Want als je begint heb je een relatief klein netwerk, en je netwerk is ook nog eens heel gevoelig omdat je iets nodig hebt van anderen. Het leuke van netwerken is dat je elkaar iets gunt: ‘Ik geef jou wat, jij geeft mij wat.’ Maar als je net begint, heb je alleen maar dingen nodig. En iedereen die je belt, die weet dat. ‘Oh, deze jongen die komt iets vragen en niet brengen.’ En de truc was, om wel meteen iets te komen brengen. Dus ik ben gewoon bij merken en partijen langsgegaan met ideeën. Dus niet: ‘Mag ik voor je werken?’  Maar: ‘Ik heb een idee voor je.’ En dat deed ik dan bij vier, vijf merken die ik interessant vond. Nou, tot er eentje hapte.

Het bedrijfsleven heeft een drang naar groei en kan daardoor idealistischer zijn dan de overheid.

Ja, het bleek een enorme beweging bij bedrijven te worden om verantwoord te ondernemen. Zelfs de termen ‘duurzaam’ en ‘bewust’ waren tien jaar geleden nog helemaal niet zo vanzelfsprekend als nu. Deze beweging was jij voor.

Het begon bij mij als een persoonlijke behoefte. Maar bedrijven beginnen steeds meer te beseffen dat diversiteit, duurzaamheid en inclusiviteit gewoon in hun directe belang is. Dat idealisme ook commercie is. Kijk bijvoorbeeld naar Starbucks die een groot aantal vluchtelingen een baan aanbiedt, Nike en Adidas die zich uitspreken tegen Trumps travel ban. Die kant gaat het op. 

Outdoor campagne voor Artis

Je gaat zelfs nog een stap verder. In een column voor NRC, doe je een oproep aan mensen met idealen om het bedrijfsleven in te gaan. De commerciële wereld als voorloper in maatschappelijke vooruitgang? Is dat de toekomst?

Absoluut. Het bedrijfsleven heeft een drang naar groei en kan daardoor idealistischer zijn dan de overheid, die steeds weer op dagelijkse sentimenten moet inspelen. Je moet een visie hebben, een gedachte, die voor iedereen werkt. Als je dat vergelijkt met wat er in de politiek gebeurt en in landen, is dat op dit moment het tegenovergestelde. Een monocultuur. ‘Mijn cultuur boven die van jou’, exclusiviteit enzovoort, enzovoort. En dat is een heel rare ontwikkeling.

Overheden werden in de jaren tachtig en negentig nog gezien als soeverein en het bedrijfsleven was eigenlijk een beetje ‘fout’. Toen ik begon in de reclamewereld, werd ik ook wel door mijn politiek-correcte vrienden met een schuin oog aangekeken. En nu zie je, dat de echte verandering bij het bedrijfsleven begint, die echt op een andere manier onderneemt. Denk aan onze klanten; Triodos Bank en Eneco.

Onderscheidend vermogen is sneller te kopiëren dan ooit.

Het lastige lijkt me, dat dit ’oprechte’ verhaal, inmiddels een trend is. Kun je de echt oprechte merken nog wel onderscheiden? 

We kregen hier een keer een klant die zei: “Wij willen graag authentiek worden.” Toen heb ik gezegd: “Dat kost heel veel geld.” Ha! Dat is inderdaad het risico, dat de schijn van oprechtheid een trend wordt en dat een klant niet meer kan onderscheiden wat echt echt of nep echt is. Tuurlijk! En dat is precies het vervelende van deze tijd. Onderscheidend vermogen is sneller te kopiëren dan ooit. En zeker bij campagne voeren: als het werkt, dan pakken ze het af.

Een interessant dilemma, waar we ook iets mee hebben gedaan. We hebben er een speciale digitale robot voor gebouwd, onze eigen chatbot: De Dawnbot, waarbij je dat typische, gevoelige merkverhaal binnen drie minuten, zonder tussenkomst van mensen kunt maken. Het was ook een beetje vloeken in eigen kerk hoor, want wij moeten er zelf ook alert op zijn een bepaald sausje te vermijden. Het is een reminder dat een goed klantproces nooit een kwestie is van een etalage timmeren; maar dat je echt naar binnen moet gaan bij een merk om te zorgen dat dingen veranderen. Of dat je dingen bij een merk vindt die hartstikke goed zijn en die op de juiste manier naar boven haalt.

 

 

Er zijn veel fusies en overnames in de reclamewereld. Blijft Dawn expres onafhankelijk?

Ja, wij blijven privately held. De meeste bureaus zijn inderdaad van een andere eigenaar. Grote bureaus zijn zelfs vaak ketens. Dat kun je vergelijken met McDonalds. Bij zo’n keten ben je niet van jezelf en zou je ook voor klanten werken waar je niet voor wilt werken, omdat er internationale deals zijn gemaakt. En dat is niet waar wij voor staan. Wij willen echt onafhankelijk zijn en klanten vinden dat ook prettiger omdat ze dan direct met mij praten. Dus er is een veel grotere mate van betrokkenheid en echt contact.

Technologie verandert ons gedrag, maar niet de mens. In wezen zijn we altijd op zoek naar twee dingen: belonging and standing apart.

Jullie zijn dus een onafhankelijk bureau, maar gaan wel vaak samenwerkingen aan met andere partijen zoals Mediamonks, Buyerminds en Designpolitie. Waarom zoeken jullie deze samenwerkingen op?

We proberen in zoveel mogelijk dingen de beste te zijn, bijvoorbeeld als we design incorporeren of een experience. Maar als we ergens niet het beste van in huis hebben, zoeken we daar een partner voor. Maar partnerships hebben veel voordelen. Ze inspireren en geven ons de mogelijkheid om echt vrij te kunnen denken. Als je als bureau te veel crafts in huis hebt, dan moet je die ook rendabel maken. Bij een gewoon reclamebureau wil men alles per se zelf maken, dus die willen altijd iets bedenken dat aansluit bij wat ze in huis hebben, want daar verdienen ze hun geld mee. Daar staan wij los van.

Los van visie en duurzaamheid wordt er in de maatschappij steeds meer het belang ingezien van diversiteit. Maar als ik om me heen kijk is het team van Dawn zelf niet super divers. Waar is de diversiteit binnen DAWN? 

Goede vraag, die is er nauwelijks. We zijn er wel naar op zoek, of we iets gemêleerder kunnen worden, maar dat is wel echt een issue. De mensen hier zijn HBO-WO, en over het algemeen is dat nog behoorlijk wit. Alhoewel onze MD een vrouw is, en dat is best uniek in onze wereld. We willen wel graag meer MBO’ers en andere culturen naar binnen halen. Dat staat hoog op onze agenda. Je moet er actief naar op zoek. De vraag is: Zijn we open? Kijken we naar buiten in plaats van naar binnen? En misschien is het voor dat doel ook wel goed dat we straks weer naar de binnenstad verhuizen. Want als je ’s ochtends op de Pont naar Amsterdam-Noord staat, dan gaat de blanke enclave naar Noord en de diversiteit gaat naar het centrum.

Buy The Change-platform voor Triodos Bank

Hoe blijft Dawn on top of it, op het gebied van technologie? Waar zijn jullie op het moment mee bezig?

We zijn erg aan het investeren in technologie als tool voor gedragsverandering. We hebben net iets moois gelanceerd in samenwerking met Triodos. Het Buy The Change-platform, waarin we mensen willen sturen naar winkels en bedrijven die duurzaam zijn. Dus als je door Amsterdam loopt bijvoorbeeld, en je bent lid van ‘Buy The Change’ dan word je gepusht om boodschappen te doen op een andere plek dan waar je normaal boodschappen doet. En zo kun je ervoor zorgen dat jouw voetprint groener wordt en dat je anders consumeert. En dat is  ook een stok achter de deur voor ondernemers om te verduurzamen. En mensen hun gedrag te laten veranderen is heel moeilijk. Mensen zijn gewoontedieren. Mensen nieuw gedrag aanleren, dat is echt next level en daar willen we technologie voor inzetten.

De wereld verandert zo snel, dat een hele langetermijnstrategie zinloos is. Je moet eigenlijk gewoon weten hoe je aankomend jaar in vorm blijft.

Wat zijn dan de gevolgen van deze technologische ontwikkelingen voor de relatie tussen consument en bedrijf? Voor jouw werk?

Technologie verandert ons gedrag, maar niet de mens. In wezen zijn we altijd op zoek naar twee dingen: belonging and standing apart. Je wilt erbij horen en je wilt bijzonder zijn. En daar zal altijd een markt voor blijven bestaan. We krijgen alleen steeds meer middelen om die te verspreiden. En degenen die daar de oprechtste en de beste in zijn, houden dat vol. Daarbij proberen we heel flexibel te zijn. De wereld verandert zo snel, dat een hele langetermijnstrategie zinloos is. Je moet eigenlijk gewoon weten hoe je aankomend jaar in vorm blijft. Dat is het. En ondertussen gewoon ontiegelijk je best doen en voor én met heel veel leuke mensen werken. 

Campagne voor Zorg en Zekerheid

Zijn er in deze snel veranderende wereld ook nog universele lessen binnen de reclame?

Dat ‘echte aandacht’ alles bepalend is. Aandacht is in de steeds sneller wordende processen een schaars goed, terwijl die aandacht voor alles – van strategie tot executie en productie – het verschil maakt. En dat is voor mij de kracht van DAWN.

En hoe doe je dat dan?

Dat doe je door ieder onderdeel van het proces zorg en toewijding te geven. Klanten willen alles steeds sneller. Er is niet minder geld maar wel minder tijd. De reclamebureaus die daar in mee gaan, die maken dan iets in één dag. Ik geloof niet dat het dan beter wordt. Je hoeft niet de eerste te zijn, maar je moet wel de beste zijn. En daarnaast is er de afweging tussen het maken van een continue stroom van matige content, of af en toe iets heel goeds doen. Het gaat er volgens mij niet om of je de hele tijd aanwezig bent, maar belangrijke ervaringen levert. Ik denk dat bedrijven er veel meer baat bij hebben om af en toe iets heel goed te doen.

DAWN

In dit nieuwe issue kijken we naar de toekomst van de constant veranderende creatieve industrie. We gaan in gesprek met creatieve vernieuwers die grenzen verleggen op het gebied van design, technologie, advertising en media.

]]>
http://www.fontanel.nl/interview/david-snellenberg/feed/ 0
Jort de Vries – Blendle http://www.fontanel.nl/interview/jort-de-vries/ http://www.fontanel.nl/interview/jort-de-vries/#comments Thu, 16 Mar 2017 10:51:52 +0000 http://www.fontanel.nl?p=14173&post_type=nieuwwerk&preview_id=14173 Je hebt Blendle zo ontworpen dat alle artikelen in de huisstijl van de oorspronkelijke uitgever worden weergegeven. Welke Nederlandse krant of tijdschrift vind jij het best vormgegeven?

Het Parool, nieuwe stijl. Het fontje is gedurfd, er is lekker veel witruimte en de ondersteunende kleur rood samen met dat dikke kopfont vind ik echt nice. Er zit meer energie in dan in Trouw of NRC.

Welke vind je het minst fraai?

Ik vond De Telegraaf het minst, maar de nieuwe stijl van het AD is nog kariger. Ze springen te veel heen en weer met verschillende stijltjes in één krant. AD probeert daarmee een bepaalde doelgroep aan te spreken, want AD is van de Persgroep, net als de Volkskrant, Trouw en Het Parool, en die hebben ieder hun eigen doelgroep. Je ziet aan de vormgeving welke doelgroep ze proberen te bereiken.

Waar Spotify de one-stop-shop is voor luisteren en Netflix voor kijken, zien wij ruimte voor het lezen van goede journalistiek.

Het is interessant om te zien hoe de Persgroep zijn titels vormgeeft. Dat is wat we bij Blendle in het begin te weinig inzagen. De stijl was op Blendle overal hetzelfde, waardoor het niet meer voelde alsof je een stuk uit De Telegraaf of uit Trouw las. Dat was niet wat we wilden bereiken. Blendle maakt geen content, maar serveert content van anderen. Uiteindelijk hebben we alles weggegooid en zijn we Blendle opnieuw gaan vormgeven. Alles viel op z’n plek toen we de styling van de kranten een-op-een doorvoerden.

Journalistiek is vooral inhoud. Wat is het belang van vorm?

Vorm is de verpakking van het verhaal. Hoe aantrekkelijker de vorm, hoe lager de drempel om een stuk te lezen. De krant is het tegenovergestelde van Snapchat en Instagram. Een krantenartikel bestaat vooral uit tekst, met een hoge informatiedichtheid. Het vergt een andere energie om dat tot je te nemen.

Laatst stond in de Volkskrant dat jongeren steeds minder lezen. Jongeren van 13 tot 19 jaar lezen “een schamele 10 minuten op een totaal van 7 uur en 39 minuten aan mediagebruik per dag.” Hoe past Blendle in dat plaatje?

Dat is echt de grootste uitdaging voor ons. Veel mensen lezen maar een paar minuten per dag, tussen sociale media door. Zie daar maar eens tussen te komen. Dat doe je niet door een stuk van vijftien minuten te willen slijten. Als je stukken kunt aanraden die aansluiten bij iemands interesses, sta je al 1-0 voor. We weten steeds beter wat mensen willen lezen. In het weekend heb ik zelf bijvoorbeeld zin om stukken over Silicon Valley te lezen, maar doordeweeks ben ik met de actualiteit bezig. Daar kan Blendle steeds meer op inspelen.

Doe je dat met algoritmes?

Algoritmes zijn een goede basis, maar een algoritme kan niet zien of een stuk over bijvoorbeeld Trump echt iets toevoegt aan de artikelen die daarvoor al over hem verschenen zijn. Daar heb je menselijke curatie bij nodig. Er valt nog veel meer uit dat pushgedeelte te halen. Daarmee kun je stukken naar gebruikers sturen die helpen om te begrijpen wat er nu gebeurt.

Video wordt veel belangrijker, tekst verdwijnt naar de achtergrond.

Kun je ook heel precies artikelen aanbieden op basis van de locatie en het gedrag van een gebruiker, bijvoorbeeld als iemand zit te lunchen of in de trein zit?

Dat kan. We zien nu bijvoorbeeld al dat er ’s morgens een grote piek is in het leesgedrag, en ’s avonds ook. Dat zijn momenten om op in te spelen. Het is goed om je bewust te zijn van de patronen van gebruikers. Anders ben je compleet op aannames een product aan het vormgeven, en die zitten er vaak naast.

Het is tof om het gebruik van een product te kunnen meten en daar snel op in te spelen. Dat geeft inzicht in je werk, daar leer je veel van. Hiervoor werkte ik bij een reclamebureau. We leverden campagnesites af in een stijltje dat de opdrachtgever mooi vond, en dat was het, succes ermee. Ik zou er niet aan kunnen denken om dat weer op die manier te doen. Je hebt dan geen idee of iets werkt en hoe het gebruikt wordt.

1.BlendleiOS

Hoe zorgen jullie ervoor dat jullie geen nieuwe filterbubbel creëren?

We hebben de tijdlijn nu opgedeeld in twee delen. De eerste paar stukken van de dag zijn de must reads. Dat zijn stukken die volgens onze redactie belangrijk zijn en los van je voorkeuren naar je worden verstuurd. Dat zijn heus niet alleen maar linkse stukken, maar gewoon de beste stukken van die dag. Daarnaast verschijnen er artikelen in het ‘voor jou’-bakje. We proberen je daarbij ook te verrassen. Juist dat kan de kracht van Blendle zijn, dat je iets te lezen krijgt wat je normaal niet snel zou lezen.

Hou je je ook bezig met privacykwesties?

Er wordt weleens geroepen dat gebruikers, net als bij Spotify, zouden moeten kunnen zien wat hun vrienden aan het lezen zijn. Dat vind ik geen goed idee. Mensen hoeven niet te zien dat ik nu bijvoorbeeld alweer de Viva aan het lezen ben. Bij Blendle heb je wel een publiek profiel waarop mensen kunnen zien welke artikelen jij aanbeveelt, maar het archief van alles wat jij leest is privé. En als we gebruikersdata analyseren doen we dat anoniem.

Ik snap niet dat uitgevers niet veel meer één ding maken van de papieren krant, de site en de apps.

Dus als de overheid aan Blendle zou vragen wie er bijvoorbeeld De Groene Amsterdammer of de Volkskrant lezen, dan geven jullie die informatie niet?

Haha, nee, dat gaat niet gebeuren, dat lijkt me een slecht plan. We zijn volledig transparant over wat er met je gegevens gebeurt. Als je inlogt op Blendle met Facebook geef je toestemming om jouw profielfoto op te halen, maar we hoeven je adresgegevens of telefoonnummer niet te weten. In principe hebben we aan je e-mailadres genoeg, en ga maar lekker lezen, blijf maar lekker anoniem.

Amerikaanse techbedrijven hebben zich uitgesproken tegen Trump. Op Twitter las ik een tweet van iemand die voorstelde om Trumps account te blokkeren, wat ik wel een aardig voorstel vond. Wat vind jij?

Met Trump aan de macht krijgt Twitter ineens een andere rol, in een land waarin het met Twitter eigenlijk niet zo goed gaat. Dat Trump via Twitter en Facebook met de buitenwereld communiceert is natuurlijk een bewuste keuze. Maar ik denk dat Twitter er goed aan doet om daar nu nog niks aan te doen. Je bent dan meteen je neutraliteit kwijt. Hetzelfde geldt voor Blendle. We proberen met onze nieuwsbrief een neutraal beeld te geven van wat er in de kranten staat.

Wanneer denk je dat de laatste papieren krant wordt gedrukt?

Dat gaat nog wel even duren. Je ziet nu al dat steeds meer kranten alles wat klaar is meteen online plaatsen en daarna de beste stukken bundelen tot de papieren krant van morgen. Papier zal steeds meer een luxeproduct worden voor die generatie die de waarde daarvan nog inziet. Ik verwacht dat dat nog wel een jaar of vijftien blijft bestaan. Laten we zeggen: 2030.

Wat is de waarde van papier volgens jou?

Papier heeft gewoon een ander gevoel. Ik vind een papieren krant echt heerlijk. De lay-out van een krant is ervoor gemaakt om jou in de ene hoek te laten beginnen en dan naar de volgende pagina toe te trekken. Er zit een ritme in waarover is nagedacht om jou erdoorheen te laten bladeren. Kleine stukken, grote stukken, kleine titels, grote titels — die verhouding is gewoon heel lekker, het is een grote snoeppot met content. Op je telefoon is dat veel moeilijker, daar zie je steeds maar één stuk.

Nieuws zal veel meer van persoon tot persoon gaan. Het blijft wel belangrijk om ervoor te zorgen dat de betrouwbaarheid gewaarborgd wordt.

Onlangs spraken we Jaap Biemans van Volkskrant Magazine, en volgens hem maken gedrukte media een comeback. Hoe zie jij dat?

De verkoop van The New York Times gaat echt als een gek nu. Volgens mij zit The Washington Post ook in de lift. Dat is natuurlijk te gek. Mensen merken dat de betrouwbaarheid van content op sociale media ver te zoeken is. Bij een krant weet je zeker dat de berichten door een redactie zijn gecheckt. Maar goede content is niet per se goed doordat het op papier staat. Papier is de verpakking, maar kan niet de reden zijn dat print weer in de lift zit. Mensen hebben behoefte aan betrouwbaarheid.

Hoe krijgen we over vijftig jaar het nieuws binnen?

Oef, vijftig jaar, dat is een grote stap. Ik denk dat je dan niet meer naar een bron toegaat voor nieuws, maar dat het nieuws naar jou toekomt, zoals nu al veel met push wordt gedaan. Het zal allemaal in real time zijn. Video wordt veel belangrijker, tekst verdwijnt naar de achtergrond. De VR-brillensituatie van nu is een tussenfase naar een situatie waarin je het nieuws op je lens krijgt te zien, of op je brillenglas. Nieuws zal veel meer van persoon tot persoon gaan. Het blijft wel belangrijk om ervoor te zorgen dat de betrouwbaarheid gewaarborgd wordt.

De waarde van naar data kijken en features valideren met gebruikers is echt enorm.

Streamingdiensten als Spotify en Netflix zijn een inspiratie geweest voor Blendle Premium. Op wat voor manier?

Spotify is het ultieme muziekplatform. Je weet dat je daar alles kunt vinden. Netflix net zo. Niet alle films en series staan er, maar als je zit te browsen weet je dat in ieder geval de eigen content een bepaalde kwaliteit heeft. Netflix personaliseert ook heel erg. Ze maken een bundel voor je, terwijl je dat niet eens in de gaten hebt. De rating van Netflix-content schijnt niet gebaseerd te zijn op hoe goed anderen iets vinden, maar op hoe geschikt het is voor jou. Dat doen ze toch wel erg goed. Het ultieme doel van Blendle is om in dat rijtje te komen staan. Waar Spotify de one-stop-shop is voor luisteren en Netflix voor kijken, zien wij ruimte voor en een behoefte aan het lezen van goede journalistiek.

Hoe krijg je mensen via Blendle aan het lezen, als ze ook apps als Spotify en Netflix binnen handbereik hebben?

Goed zoeken naar de juiste vorm. Als je het maar aantrekkelijk en simpel genoeg maakt dan betalen mensen er echt wel voor. Kranten hebben vaak een belegen, veilige uitstraling. Blendle wil daar een energieke laag omheen doen, en de krant qua look en feel meer laten aansluiten bij wat jongeren aantrekkelijk vinden. Tegelijkertijd is de uitdaging om oudere Blendle-gebruikers niet af te schrikken.

Gaan jullie ook hardware ontwikkelen?

Dat lijkt me echt te gek. Zoals de iPod met iTunes één platform werd, lijkt het me fantastisch om een e-reader te maken die elke ochtend volgeladen is met nieuwe stukken, en leest en voelt als papier, in kleur en met fatsoenlijk beeld. Het moet er lekker uitzien. E-readers staan wat dat betreft nog in de kinderschoenen. Op je telefoon consumeer je het ook wel, maar ik vind dat nou niet ultiem om op te lezen. Het is te klein, onrustig, een bak licht. Een e-reader voelt natuurlijker.

Wat snappen veel uitgevers niet dat jullie wel snappen?

Bij veel kranten zie je dat de website nog op de tweede plek komt. Er is liefde en tijd gestoken in de vormgeving van de papieren krant, maar de website is daar vaak een slap aftreksel van, terwijl de potentie voor zichtbaarheid online vele malen groter is dan op papier. Het is echt zonde dat sommige uitgevers daar zo weinig tijd in stoppen. Ik snap niet dat uitgevers niet veel meer één ding maken van de papieren krant, de site en de apps, en zorgen dat het er online net zo chique uitziet als op papier. Maak het alsjeblieft mooi en aantrekkelijk.

Sommigen doen het wel heel goed hoor. The New York Times heeft een mooie website, Het Parool heeft het echt goed gedaan. Het is gewoon heel belangrijk dat het online lekker leest, dat je het niet verpakt in banners en pop-ups met abonnementsaanbiedingen, en niet lettertype 12, dat is gewoon niet gemaakt om te lezen.

Wat is de belangrijkste les die je hebt geleerd bij Blendle?

Je moet er niet vanuit gaan dat mensen meteen alles snappen. Het is moeilijk om je te verplaatsen in iemand die er blanco in gaat, die niet snapt hoe een tijdlijn is opgedeeld, waar een knopje zit of hoe je een artikel kunt ruilen. De waarde van naar data kijken en features valideren met gebruikers is echt enorm. Altijd valideren, altijd checken.

Blendle

In dit nieuwe issue kijken we naar de toekomst van de constant veranderende creatieve industrie. We gaan in gesprek met creatieve vernieuwers die grenzen verleggen op het gebied van design, technologie, advertising en media.

]]>
http://www.fontanel.nl/interview/jort-de-vries/feed/ 0
Nienke – Young Collectors Circle http://www.fontanel.nl/de-week/nienke-van-der-wal/ http://www.fontanel.nl/de-week/nienke-van-der-wal/#comments Wed, 08 Mar 2017 11:56:42 +0000 http://www.fontanel.nl?p=14046&post_type=weekvan&preview_id=14046 Maandag

Maandag staat altijd in het teken van Young Collectors Circle: op deze dag komt het team bij elkaar om de programmering voor de komende tijd door te nemen en van elkaar te horen waar we mee bezig zijn. We zetten de puntjes op de i voor de verschillende programma’s deze maand: 2 programma’s in Rotterdam, 1 in Utrecht en een salon in Amsterdam. Op maandagen haal ik altijd mijn dochter uit school, en moet dus om 14:45u al afronden. De middagbesteding? Kwartetten!

‘s Avonds tref ik een vriendin bij de Stopera: we kijken naar de Russische opera Prins Igor, waar een andere vriendin als danseres in te zien is. Haar optreden, evenals het decor, is overweldigend.

 

DI-Prins-Igor-1DI-Prins-Igor

 

Dinsdag

Dinsdagen werk ik vast bij het Cobra Museum. Voor hen ben ik sinds 2014 actief als internationaal programmeur: ik heb de afgelopen jaren tentoonstellingen gerealiseerd in onder meer Oman en de Verenigde Arabische Emiraten. Momenteel ben ik bezig met een aantal tentoonstellingen in China. In het museum is recent de tentoonstelling Enrico Baj: Play as Protest geopend, en in mijn lunchpauze laat ik me verrassen door deze Italiaanse tijdsgenoot van de Cobra-kunstenaars.

 

 

Woensdag

Deze week is het Art Rotterdam week. Met een mild vertraagde trein door de sneeuw arriveer ik op de VIP Preview met een collega. De beurs is weer bijzonder inspirerend met veel mooi werk van jong talent en gevestigde namen. Op de beurs heb ik afgesproken met een aantal Rotterdamse (gespreks-)partners van de Young Collectors Circle, zoals citizenM en museum Boijmans Van Beuningen.

 

WOE-sneeuw-op-weg-naar-Rotterdam-2  WOE-Art-Rotterdam-JCJ-van-der-Heijden 

 

Donderdag

Vandaag werk ik lekker thuis een heleboel mails en to do’s weg, en ontsnap ik tussendoor nog even naar de tentoonstelling van Ed van der Elsken in het Stedelijk Museum. Om 15:00 uur haal ik mijn dochter op en breng haar naar Kung Fu – dat geeft mij altijd een uurtje om wat boodschappen te doen of even naar de nieuwe collectie van een van mijn favoriete winkels Kiki’s Stocksale (gevaarlijk dichtbij de kung fu-school) te kijken.

 

DO DO Ed van der Elsken in het Stedelijk 2 DO Ed van der Elsken in het Stedelijk

 

Vrijdag

Ik begin de dag met een koffieafspraak met een oud-stagiair, die inmiddels zelf een succesvolle business heeft opgezet. Ik ben onder de indruk van haar kantoor en team aan de Warmoesstraat en het is fijn elkaar na een jaar of twee weer eens te spreken. Daarna weer op naar Art Rotterdam: de Young Collectors Circle organiseert deze avond een programma met talks van beursdirecteur Fons Hof, YCC-ambassadeur en verzamelaar Reyn van der Lugt, jonge kunstenaar Rosa Sijben en aansluitend rondleidingen van onze art coaches Nina van Heuveln en Manuela Klerkx. Het is een drukbezocht programma en er wordt een aantal aankopen gedaan – altijd een spannend moment!

 

VRIJ-YCC-op-ART-ROTTERDAM VRIJ-Young-Collectors-Circle-op-Art-Rotterdam

 

Zaterdag

Ook vandaag organiseert de Young Collectors Circle een programma in Rotterdam in samenwerking met de pop-up fotografiebeurs Haute Photographie en het Nederlands Fotomuseum, maar daar kan ik zelf niet bij zijn. Ik vlieg vandaag op en neer om te spreken op de Milanese Art Fair, samen met een Berlijnse verzamelaar en de editor-in-chief van online platform Independent Collectors. Naast het beursbezoek zie ik kans om naar de twee locaties van Fondazione Prada te gaan, en ben van beide enorm onder de indruk. Aanrader!

 

ZAT-Fondazione-Prada-4 ZAT-Fondazione-Prada-Kienholz-2  ZAT-Fondazione-Prada-Louise-Bourgeois ZAT-Fondazione-Prada-Melanie-Bonajo

 

Zondag

Vandaag is het relaxdag met mijn man en dochter. Na een bijzonder luie ochtend trekken we de stoute schoenen aan en bezoeken we de tentoonstelling van Martin Creed in Voorlinden. Een licht neurotisch feest van muziek en ballonnen en een in deze rommelige politieke tijden geruststellend werk: Everything Will Be Allright. We sluiten het bezoek af met een grote schaal bitterballen: en daarmee komt deze drukke week vol kunst ten einde.

 

ZON-Mila-bij-Martin-Creed-in-Museum-Voorlinden FONTANEL-ZON-VOORLINDENZON-Mila-in-Museum-VoorlindenZON Museum Voorlinden


Young Collectors Circle

Portretfoto bovenaan: Saffron Pape Photography

 


In dit nieuwe issue kijken we naar de toekomst van de constant veranderende creatieve industrie. We gaan in gesprek met creatieve vernieuwers die grenzen verleggen op het gebied van design, technologie, advertising en media.

]]>
http://www.fontanel.nl/de-week/nienke-van-der-wal/feed/ 0
Silke Tijkotte – Let it Grow http://www.fontanel.nl/interview/silke-tijkotte/ http://www.fontanel.nl/interview/silke-tijkotte/#comments Thu, 02 Mar 2017 09:45:59 +0000 http://www.fontanel.nl?p=13805&post_type=nieuwwerk&preview_id=13805 Voor we in de wereld van Let it Grow duiken ben ik eigenlijk wel benieuwd naar wat daar aan vooraf ging. Heb je jouw liefde voor groen en design van huis uit meegekregen?

Ik groeide op in Twente in een hele fijne familie. Mijn vader is een echte rasondernemer. Hij is voor mij altijd een inspiratie geweest voor hoe je dingen aan kunt pakken. Mijn moeder geeft bloemschikcursussen en heeft een grote passie voor kunst. We zagen elkaar niet zo vaak, maar op zaterdag werkten we altijd samen in de tuin. Die tuin vol bloemen en planten werd als een soort verbindende factor ingezet. Als klein meisje ging ik ook met regelmatig met mijn moeder mee om bloemen te halen op de markt. Later heb ik zelf vijf jaar (als bijbaan) in een bloemenkraam gewerkt, niet wetende dat ik ook weer terug zou komen in die sector.

Onder jonge mensen leeft een intrinsieke wens om gezond te leven en op een andere manier te consumeren. Wij geloven dat bloemen en planten daar aan bij kunnen dragen.

Hoe is uiteindelijk Let it Grow ontstaan?

Vier jaar geleden studeerde ik af in Amsterdam. Ik studeerde bedrijfskunde met een specialisatie op ondernemerschap en wilde graag werken bij een groot bedrijf met een grote impact op het buitenland en veel samenwerkt met ondernemers. Royal FloraHolland, de bloemenveiling, kwam al snel naar voren. Ik zag een bedrijf dat heel erg zoekende was naar aansluiting bij de nieuwe wereld, maar niet zo goed wist hoe ze dat precies moesten realiseren.

Het viel mij op dat veel jonge mensen graag bewuster en gezonder willen leven. Ze zijn bijvoorbeeld bezig met eten en bewegen, maar nog niet echt met bloemen en planten, terwijl die daar juist aan bij kunnen dragen. Als we die jonge mensen kunnen leren dat bloemen en planten ook bijdragen aan bewuster en gezonder leven heb je een win-win situatie. Ik ben met dit idee naar de directie gegaan en zij gaven me de vrijheid om met Let it Grow te starten. Samen met Vandejong hebben we vervolgens het concept voor Let it Grow ontwikkeld.

Elspeth Diederix / Foto: Marie Wanders

Als je spreekt over die win-winsituatie heb je het over een stukje idealisme en een stukje commercie. Aan de ene kant wil je de wereld groener maken, aan de andere kant wil je dat er zoveel mogelijk bloemen en planten verkocht worden. Hoe ga je om met dat spanningsveld?

Onder jonge mensen leeft een intrinsieke wens om gezond te leven en op een andere manier te consumeren. Wij geloven dat bloemen en planten daar aan bij kunnen dragen. Dat is dan ook de reden dat we ze enthousiast willen maken. Bijvoorbeeld door te laten zien dat bloemen en planten je écht gelukkiger maken. Daarom werken we samen met de Universiteit van Wageningen en de Vrije Universiteit. Het is niet een leuk marketingverhaaltje: het klopt echt.

Daarnaast hebben we natuurlijk een langetermijnstrategie om er geld mee te verdienen. Ik denk dat als je op een waarde gaat zitten, zoals gezondheid en geluk, er vanzelf economische groei ontstaat. Daarmee groeit tegelijkertijd de potentie om nieuwe innovatieve concepten te ontwikkelen en de wereld mooier te maken. Wij willen graag in die voorhoede zitten en laten zien welke kansen er liggen: op beide vlakken.

Gemeenten geven veel geld uit aan onkruidbestrijding maar Gewildgroei wil het juist omarmen. Dat vinden wij een hele toffe manier om naar groen te kijken.

Jullie combineren de wereld van sierteelt met de startup-wereld. Zou je iets kunnen vertellen over de positie van Let it Grow binnen én buiten de creatieve industrie? Waarom zoeken jullie bijvoorbeeld de samenwerking op met designers?

Ik geloof dat goede projecten altijd beginnen bij kennis en creativiteit. Daarom werken we onder anderen samen met onderzoekers en ontwerpers. Als je mensen wilt stimuleren om hun leefomgeving gezonder te maken kun je dat doen door een mooi verhaaltje te vertellen. Je kunt het natuurlijk ook laten zien en mensen inspireren. Daar kunnen creatieve mensen ons goed bij helpen. Daarom maken we steeds meer connecties met de creatieve industrie.

Wat dat betreft lijkt het mij gaaf om ooit een museum te openen waar mensen zich kunnen verwonderen over bloemen en planten, en waar ze geïnspireerd kunnen raken door nieuwe ontwerpen. Ik wil ervoor zorgen dat mensen anders naar bloemen en planten gaan kijken.

Gewildgroei / Foto: Marie Wanders

Let it Grow helpt projecten op weg met een incubatieprogramma. Hoe selecteren jullie deze projecten?

Voor dit traject hebben we allereerst gekeken of ze écht bijdragen aan een betere wereld. Daarnaast vonden we het belangrijk dat ze al ver genoeg waren om succesvol te worden, maar dat we ze ook nog genoeg konden leren. In onze jury zaten niet alleen ondernemers maar bijvoorbeeld ook Pjotr de Jong van VandeJong en Annemieke Eggenkamp, ex-directeur van de Design Academy in Eindhoven.

We hebben geprobeerd om een mooie balans te vinden tussen projecten die inspelen op innovatie en inspiratie. Zo ondersteunen we bijvoorbeeld Gewildgroei. Zij hebben de missie om van onkruid ‘Gewildgroei’ te maken. Gemeenten geven veel geld uit aan onkruidbestrijding maar Gewildgroei wil het juist omarmen. Dat heeft namelijk een positief effect op het ecosysteem én op de gezondheid van de stad. Dat vinden wij een hele toffe manier om naar groen te kijken.

Ik denk dat we ons op dit moment in een soort ‘biologische revolutie’ bevinden. Er is een grote hang naar de natuur.

Naast alle startups ondersteunen we ook een kunstenaar. Zo gaat Elspeth Diederix een pluktuin maken in Amsterdam waar je bloemen en planten als kunstobject kunt ervaren.

Alle startups hebben een plek in het Let it Grow Lab. Hoe zou je dit lab omschrijven en wat gebeurt daar allemaal?

Het lab is een fysieke plek in Amsterdam waar veel ontmoetingen plaatsvinden tussen allerlei start-ups en initiatieven. Iedereen is er welkom om te werken aan een groene en gezonde wereld. De initiatieven die mee doen aan ons incubatieprogramma zijn er twee dagen in de week te vinden. Ze krijgen les in waar ze behoefte aan hebben en worden begeleid door mensen uit de startup-wereld en de creatieve sector.

Healthy Workers / Foto: Harry Brieffies

Het thema van de eerste reeks projecten is Health & Wellbeing. Waarom hebben jullie dit onderwerp gekozen en kun je een paar voorbeelden geven van toffe innovatieve ontwerpen en ideeën op dit gebied?

Wij geloven dat gezondheid en geluk het hoogst haalbare is in het leven en dat bloemen en planten daar aan bij kunnen dragen. We hebben gezocht naar projecten die daar ook mee bezig zijn.

Gardian is bijvoorbeeld een app die connect met je bloemen en planten. Daarmee kun je op je telefoon zien hoeveel water je plant nodig heeft. Er zijn namelijk mensen die geen planten in huis nemen omdat ze niet zo goed weten hoe ze ervoor moeten zorgen. Deze app helpt hen daarbij. Connected Garden doet datzelfde maar dan buiten. Deze app is gesynchroniseerd met buienradar, waardoor je bijvoorbeeld niet vandaag je planten uitgebreid water staat te geven terwijl het morgen de hele dag gaat regenen.

In alle gekheid en stromen aan informatie willen we graag een rustpuntje vinden om ons goed te voelen.

De generatie van mijn ouders zou die apps geloof ik best absurd vinden. Zij weten prima zelf hoe en wanneer ze hun planten moeten verzorgen. Hoe denk je dat de nieuwe generatie met groen omgaat en welke rol speelt design daar in?

We hadden het er toevallig vanochtend nog over in het lab. We vroegen ons af hoe we bijvoorbeeld kunnen omgaan met een generatie die volop aan het vloggen en SnapChatten is en bloemen en planten misschien nog een beetje ouderwets vindt. Als je terugkijkt in de tijd hebben we een industriële revolutie gehad en een digitale revolutie. Ik denk dat we ons op dit moment in een soort ‘biologische revolutie’ bevinden. Er is een grote hang naar de natuur: in alle gekheid en stromen aan informatie willen we graag een rustpuntje vinden om ons goed te voelen.

Gardian / Foto: Marie Wanders

Jullie willen de steden van de toekomst vormgeven met bloemen en planten, wat klinkt als een hoopvol alternatief voor alle doemscenario’s waar we volgens klimaatactivisten en wetenschappers op afkoersen. Hoe gaan jullie bijdragen aan een duurzame en hoopvolle toekomst?

Rooftop Revolution is een van onze pilotprojecten en zij zijn een heel mooi voorbeeld van innovatieve ontwerpen voor de (nabije) toekomst. Hun missie is om alle daken groen te kleuren. Als we daken groen maken, verlagen we de hoeveelheid CO2 aanzienlijk en wordt het ook koeler in de stad. Nu heeft natuurlijk niet iedereen in de stad toegang tot een dak, maar zij hebben een slim crowdfundingplatform opgezet. Dat is te gek! Er zit zoveel potentie in.

Een andere pilot die we hebben gedraaid is Healthy Workers. Zij gebruiken planten om het klimaat op werkplekken gezonder te maken waardoor het ziekteverzuim omlaag gaat.

De eerste projecten, die Let it Grow begeleidt, zijn volop in gang. Hoe ervaar je deze periode en hoe hoop je dat Let it Grow zich in de toekomst gaat ontwikkelen?

Het is heel fijn om elke dag aan zoiets gaafs te mogen werken. Dat doe ik trouwens niet alleen, maar met een team van zeventien mensen. Als het aan ons ligt wordt Let it Grow echt hét platform waar ontwerpers, ondernemers en bloemen- en plantenliefhebbers elkaar kunnen ontmoeten. Waar mensen terecht komen omdat ze weten wat de positieve effecten van planten zijn en waar ze steeds nieuwe inspiratie kunnen vinden. 

Let it Grow

Portretfoto bovenaan: Valentina Vos

In dit nieuwe issue kijken we naar de toekomst van de constant veranderende creatieve industrie. We gaan in gesprek met creatieve vernieuwers die grenzen verleggen op het gebied van design, technologie, advertising en media.

]]>
http://www.fontanel.nl/interview/silke-tijkotte/feed/ 0